Oefenen op de handtekening voor Spa Sereen Maastricht

Sfeer is het sleutelwoord bij het nieuwe Spa Sereen Maastricht. Met ruim 1200 m2 decoratief stucwerk spelen de wanden daar door het hele resort een grote rol in. Een uitdaging op zowel esthetisch als functioneel vlak voor Stucadoorsbedrijf Roy van Gageldonk. De subtiele tekening moest op vrijwel alle wanden dezelfde look hebben. En uiteraard moest met het oog op de vochtbelasting elke vierkante centimeter ook technisch dik in orde zijn.

City resorts is het nieuwe leisure ding; vakantie vieren in het groen en in luxe, op een paar steenworpen afstand van een grote stad. Dormio Resort Maastricht – bovenop de Dousberg, aan de westkant van de hoofdstad van Limburg – is zo’n exclusief vakantie-oord. Aannemer Van Wijnen engineerde en bouwde er 79 vakantie-appartementen, 30 hotelappartementen en 36 zeer luxe vakantievilla ’s. In het hotel zit een sterren-restaurant en er is een golfbaan. Hoewel de luxe vakantievilla’s hun eigen saunafaciliteiten hebben, is er ook een heel uitgebreid wellnessresort. Dat biedt de bezoekers diverse baden, een scala aan saunacabines, een koelplein met allerlei faciliteiten om van bloedjeheet naar ijskoud te gaan. Uiteraard zijn er ook ruimtes voor massages en schoonheidsbehandelingen, zijn er plekken om te loungen en is er een restaurant. Door het hele gebouw heen, op de behandelruimtes na, hebben de wanden naast strakke tegels en donkere houten stroken, een zandkleurige afwerking met een bescheiden tekening gekregen. Het pretentieloze stucwerk draagt voor een belangrijk deel bij aan de rustige en aardse ambiance.

Niet voor dhz’ers

De exploitant van Spa Sereen Maastricht wilde stucwerk met een specifieke uitstraling en heel praktische eigenschappen als waterdichtheid, goede reinigbaarheid en stootvastheid. Ze kwam uit bij Erik Hegger, producent van Cemcolori. “Cemcolori is een meerlaags systeem waarmee je door verschillende korrelgroottes, laagdiktes en afwerkingstechnieken allerlei variaties in structuur en tekening kunt maken”, legt Hegger uit. “Het is een betonstuc op basis van cement en kunsthars wat hem hard maar ook flexibel maakt. Vanaf 1 millimeter dik is hij 100% waterdicht.”
Waterdichtheid wordt niet alleen bepaald door een product zelf, de wijze van verwerken is minstens zo belangrijk. Reden voor Hegger om Cemcolori alleen via gecertificeerde verwerkers op de markt te brengen. “Het is geen kant en klare pasta maar een systeem met verschillende componenten die nauwkeurig moeten worden afgewogen. Omdat dat nauw luistert, vinden we het belangrijk dat we stukadoors daar goed in opleiden en adviseren. Verkeerde verhoudingen kunnen invloed hebben op de kwaliteit en zeker in natte ruimtes, waar toch zo’n 90% van de Cemcolori wordt gebruikt, wil je geen problemen.” Hegger stelde Stucadoorsbedrijf Roy van Gageldonk voor. “Roy kent het product, wil altijd kwaliteit leveren en zijn bedrijf is groot genoeg om een project van deze omvang te doen.”

Uniek maar wel uniform

“De opdrachtgeefster wilde een wat robuuster uitstraling dan betonstuc”, zegt Van Gageldonk. “Ik heb twee stalen gemaakt. Het moet er een beetje tussenin zitten, was de reactie. Dan weet ik genoeg.” Omdat er een wereld van verschil tussen monsterpanelen en wanden kan zitten, stelde hij voor om in het restaurant een proefwand te maken. Die afwerking was precies wat de opdrachtgeefster voor ogen had.
Voor de stukadoors aan de slag gingen met de rest van de wanden, nam Van Gageldonk zijn mensen mee naar de trainingsruimte van Cemcolori om het materiaal goed onder de knie te krijgen en om uitgebreid te oefenen met het maken van een identieke tekening. Elke stukadoor heeft immers zijn eigen handtekening en met 1200 m2 wand zou dat een heel onrustig beeld opleveren. Zeker bij de grote wanden waar meerdere stukadoors tegelijk aan moesten werken. “Zo’n wand van 80 meter moet je in één dag doen om aanzetten te voorkomen, maar dat lukt je niet in je eentje. Dat hebben we met drie man gedaan”, zeg stukadoor Abdulmajeed. De voorbereiding heeft gewerkt, je kunt absoluut niet zien dat er drie stukadoors tegelijk met de wand bezig zijn geweest.
Een uitzondering op het uniforme beeld is de wand boven het zoutwaterbad. Die wilde de opdrachtgeefster grover afgewerkt hebben dan de rest. De stukadoors hebben daarvoor in de eerste laag, Cemcolori Rough, met de spaan een ruwere tekening gemaakt. Met wandlampen zijn die accenten nog eens extra aangezet.

Waterdichte oplossingen

Uiterlijk en uitstraling zijn van wezenlijk belang in zo’n luxe spa, maar ook de functionele prestaties van een wandafwerking wegen zwaar. Het is immers een veeleisende omgeving. Vochtbelasting is er onvermijdelijk, er zijn volop douches en baden en er moet veel en grondig worden schoongemaakt. Dat laatste maakt ook goede reinigbaarheid en stootvastheid een issue. “Bij de inwendige hoeken hebben we kimband toegepast”, zegt Van Gageldonk. “Vooral om het stucwerk te beschermen tegen scheuren én om te zorgen dat er, mocht het toch mis gaan, geen water in de wand kan komen.” Aansluitingen met de betegelde vloeren werden door de tegelzetter gedaan. De stukadoors hebben vervolgens overal stucstops geplaatst, op een paar millimeter van de vloer. Het stucwerk is zorgvuldig tot op de stucstops aangebracht en de naad is netjes dichtgekit. Het stucwerk en de ondergrond is hiermee volledig waterdicht. Wel heeft van Gageldonk voorgesteld om een onderhoudscontract aan te gaan en elk half jaar een controle te laten uitvoeren. Dit om vooral de belasting te controleren die schoonmaak met schrobmachines met zich meebrengt. Eventuele beschadigingen kunnen dan snel geconstateerd en verholpen worden zodat ondergrond en stucwerk lang behouden kunnen blijven.

Gladde bolster, ruwe pit

Reinigen van de wanden zelf is gemakkelijk. “De structuur in de afwerking is meer optisch dan dat de wanden echt grof zijn”, legt van Gageldonk uit. De tekening is aangebracht in de eerste laag, de Cemcolori Rough. Dat is eigenlijk een product voor de vloer maar je kunt hem prima voor de wand gebruiken als die er wat ruwer uit mag zien. Vervolgens is daar een dunne laag van de fijnere Cemcolori Wand overheen gegaan. Die laag is geschuurd, daardoor voelt de wand vlakker aan zonder dat de tekening, die dus in de eerste laag zit, wordt aangetast. Ten slotte zijn de wanden nog van drie lagen extra matte lak voorzien. “Dat was niet om hem waterdicht te maken want dat is de Cemcolori van zichzelf”, benadrukt Hegger. “We hebben daar vooral voor gekozen om de afwerking wat meer body te geven, met het oog op de schrobmachines en het vele schoonmaken.”

Stukadoren met de fles

Bij het voetenbad dook nog een leuke puzzel op. De onderste rand van de wand is beton, daarop is een kalkzandsteenwand gemetseld. Het metselwerk staat 4 cm terug en dat was teveel om het stucwerk precies op de betegelde betonnen rand te laten aansluiten. “Dan zit je met een richel waar water op kan blijven staan, en dat wil je niet bij stucwerk”, legt Van Gageldonk het probleem uit. Afwerken met een strookje tegels kon niet, de rand loopt richting de ronde muur terug naar 0 cm. In overleg met de opdrachtgever is er voor een holle stucplint gekozen. “We hebben eerst een epoxyprimer aangebracht en die ingestrooid met zand. Vervolgens is daar een laag Botament opgekomen, de mortel waarmee we alle wanden hebben uitgevlakt die we met Cemcolori hebben afgewerkt. Met een fles hebben we daar een ronding in gemaakt. Toen hebben we dat tegelijk met de muur afgewerkt. Doordat de ronding iets afloopt, kan er geen water op blijven staan.”

Tientallen hoekjes

In het restaurant hoefden de stukadoors zich niet zo druk te maken om vocht, maar gelukkig waren daar andere uitdagingen. De schouw van de haard bijvoorbeeld, 55 m2 rondlopende wand, van vloer tot plafond. Dit was vooral een logistieke uitdaging, al viel het na de ervaring met de 80 meter lange wand bij de baden eigenlijk wel mee. “Ook dit was een oppervlak dat in één keer moest worden gedaan om te voorkomen dat je aanzetten ziet”, legt stukadoor Abdulmajeed uit. “Maar twee man was genoeg om dat in een ochtend voor elkaar te krijgen.”
De wand met de vele nisjes was een ander verhaal. Net als de schouw is het een metalstudsysteem, opgebouwd door Baens Afbouw uit Ittervoort. Maar waar het bedrijf uit Ittervoort de haard maakte met een aantal rondlopende maar vlakke geprefabriceerde elementen van glasvezelversterkt gips, bestaat de wand uit gipsvezelplaten waar een stuk of tien voorgevormde nisjes van hetzelfde glasvezelversterkt materiaal in zijn opgenomen. Die prefab holtes maakten de afwerking heel bewerkelijk; in plaats van één vlak oppervlak waren er nu ineens een heleboel hoekjes. Ook deze wand werd met twee man aangepakt; eerst alle hoekjes, daarna de grote oppervlakken. Evengoed was het nodig om een vertrager aan de tweede laag toe te voegen. Hegger: “De Rough waarmee ze de eerste laag deden is wat dunner en heeft een wat langere open tijd dan de Cemcolori Wand die als tweede laag is aangebracht. Die ‘Wand’ is al in 45 minuten droog en dat zou met deze bewerkelijke wand geen doen zijn geweest.” Door de vertrager hadden de stukadoors de tijd om hun werk goed en netjes te doen.

Goede samenwerking

De stukadoors hebben ruim twee maanden werk gehad aan al die fraaie, stoere wanden; van half februari tot eind april. Maar er ging daarnaast ook wel wat tijd in de voorbereiding zitten, geeft Van Gageldonk aan. “We zijn in november benaderd voor dit werk, in december zaten we met alle partijen om de tafel. Dan konden we over de ondergronden praten, over zaken als het plintdetail en andere kritische plekken, over de meubels en dergelijke. Al die punten zijn in nauw overleg met ons gedaan. Ik vind dat belangrijk want dan kun je kwaliteit leveren. Zeker bij een complex als dit wil je dat want als het eenmaal volop in gebruik is, wordt het ingewikkeld om terug te komen om dingen bij te werken of te herstellen.” Dat kritische moment is inmiddels voorbij, sinds medio mei genieten de gasten van Spa Sereen Maastricht van warmte, koude en de sfeervolle entourage.

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Studio Foto&Zo (Charlotte Heynen)

Een vrolijke zomer voor de gemeente Leiden; in juli is het stadhuis weer volledig in gebruik genomen na een verbouwing annex restauratie van zo’n twee jaar. Onze favorieten van de ingreep: het terrazzowerk en de naadloze akoestische plafonds. En uiteraard het steeds weer terugkerende groefje.

Nog geen honderd jaar geleden is het dat het stadhuis aan de Breestraat in Leiden door brand grotendeels in de as werd gelegd. Architect C.J. Blaauw ontwierp een nieuw stadhuis, in 1932. Hij liet de renaissancegevel uit 1600 intact, die werd herbouwd met het zandsteen dat de brand had overleefd. Achter die indrukwekkende façade is vooral veel beton gebruikt, want een nieuwe brand wilde Leiden niet. Rond 2000 is het stadhuis ingrijpend verbouwd. Zo werd onder meer de binnentuin overkapt, in dat atrium kwamen de publieksbalies. Zo’n 20 jaar later was het tijd voor de volgende ingreep. Een forse, want het stadhuis moest worden verduurzaamd en gemoderniseerd en worden aangepast aan de nieuwe manier van werken. Aan de hand van het ontwerp van Office Winhov en Studio Linse (voor het interieur) zijn door bouwbedrijf Du Prie bouw en ontwikkeling veel van de kenmerkende elementen van het ontwerp van architect Blaauw teruggebracht. Zo is bijvoorbeeld het atrium weer binnentuin geworden.

2000 meter messing

Niet alles ziet er weer net zo uit als negentig jaar geleden. Nieuw bijvoorbeeld zijn de terrazzo vloeren op de begane grond en de eerste twee etages. Ze voegen zich evenwel naadloos bij het monumentale gebouw, onder meer doordat er goed is gekeken naar de kleuren en de patronen van de originele marmeren vloer die nog altijd op de tweede etage in het gebouw is te vinden. Het idee was zelfs om het (niet- oorspronkelijke) marmer dat uit het stadhuis werd verwijderd – voornamelijk van de kolommen – te gebruiken in de nieuwe terrazzo vloeren. Dat is een van de redenen waarom de firma Candido uit Amsterdam voor het werk werd gekozen. “We hebben apparatuur om zelf korrels te maken en te zeven”, legt eigenaar Leandro Candido uit. “Er kwam alleen te weinig materiaal uit het gebouw voor de 800 m2 vloer die we moesten maken.” Het patroon is ook enigszins anders geworden dan oorspronkelijk de bedoeling was. “In de marmervloer zit nog een witte bies. Die hebben we uiteindelijk niet in onze vloeren gemaakt.” De vloer bevat wel een enorme hoeveelheid messing strips. Met 15x15x5 mm hebben de hoekprofielen geen standaard maat, er moesten aparte matrijzen voor worden gemaakt. “Voor 10 meter doen ze dat niet maar het ging om 2 kilometer en dan wordt het een ander verhaal”, zegt Candido.

Strakke lijnen

Bij het aanbrengen van de strips kreeg het terrazzobedrijf hulp van aannemer Du Prie. “We hebben alle ruimtes digitaal ingemeten en op de computer ingetekend waar de strips moesten komen”, zegt projectleider Fred van der Hoorn van het Leidse bouwbedrijf. “Vervolgens hebben we alles afgetekend op de ondervloer waarna Candido de strips heeft gemonteerd.” De samenwerking was deels ingegeven door de tijdsdruk maar ook omdat het uittrekken van de strips erg nauw luisterde. De strips moesten niet alleen exact met elkaar en de zwarte terrazzo kaders in lijn liggen, maar ook met de voegen in de gestukadoorde kolommen. De bouwer wilde dat precisiewerk liefst in eigen hand houden; zo zijn ook alle stucprofielen op de kolommen door Du Prie aangebracht.

Beperkte hoogte

De terrazzo vloeren bestaan uit lichte velden in een mengsel van Bianco Carrara en Giallo Siena met wit cement, en zwarte kaders van Nero Ebano, zwart gepigmenteerd cement en een bescheiden hoeveelheid Bianco Carrara. Omdat het zeker op de begane grond om behoorlijk grote vloervelden gaat, is de combinatie met de vele messing strips niet te druk. Onder de terrazzo vloer is het wél een gekrioel van leidingen voor elektra en vloerverwarming. Aangezien er na het verwijderen van de niet-monumentale vloer maar weinig hoogte overbleef voor het complete vloerpakket inclusief al die leidingen, werd Technisch Bureau Afbouw om een advies voor de opbouw gevraagd. Belangrijk onderdeel van dat advies was om de benodigde zandcement vloer te gieten in plaats van te smeren. Met een zandcement gietvloer kan een dikte van 10 mm namelijk al voldoende zijn voor de benodigde sterkte. Candido schakelde De Granietzuil uit Zaandam in voor dat werk.

Praktische oplossingen

Ook de plinten zijn uitgevoerd in terrazzo. Candido maakte ze met dezelfde menging als de donkere kaders, alleen zijn de plinten niet in het Leidse stadhuis gemaakt maar in de werkplaats van het terrazzobedrijf in Amsterdam. Het was geen gemakkelijk onderdeel, legt Candido uit. “Er zitten erg veel details in dit project. Zo moest er een paar centimeter onder de bovenkant van de plint een groefje komen. Dat is niet goed te doen met bekisting, daarom hebben we er voor gekozen om het erin te zagen.” Candido maakte grote platen van het donkere mengsel waar, na het schuren en polijsten van de plaat, vervolgens 7 of 8 plinten uit werden gezaagd. In die stroken werden dan vervolgens de groeven gezaagd. “Het is een kwestie van de twee zaagmachines één keer goed instellen en vervolgens van die instelling afblijven, dan hebben alle plinten dezelfde afmeting en zit de groef altijd overal op dezelfde hoogte.” Een nauwkeurige en efficiënte methode, maar niet zonder risico’s. “Als je terrazzo zaagt, heb je niet zo’n scherpe snede als bij veel andere materialen. Bij terrazzo kan er wel eens iets afbrokkelen of een korrel wegspringen. De kanten van de plinten waren wel goed bij te werken maar in de voeg zelf is zoiets niet goed te doen want daar kom je niet in met de schuurmachine. Maar het is goed gegaan; bij alle 300 meters plint die we hebben gemaakt.” Het plaatsen van de plinten gebeurde aan het eind van het project en toen zat er flink wat tijdsdruk op. Vandaar dat het terrazzobedrijf wederom hulp van Du Prie kreeg. “We kregen uitleg van Candido over hoe we dat precies moesten doen, waar we op moesten letten en vervolgens heeft een aantal van onze timmerlieden de plinten tegen de wanden gelijmd”, zegt projectleider Van der Hoorn.

Sterk staaltje staal

Nauwe samenwerking was er ook bij de nieuwe trap die achter in het stadhuis is gekomen. Om die überhaupt te kunnen plaatsen, maakte Du Prie het dak open en werden er openingen in alle zes de verdiepingsvloeren gemaakt. De trap bestaat uit zes gebogen delen van staal, de treden echter zijn van het lichtgekleurde terrazzo, in stalen bakken. Candido wilde de treden het liefst in het werk maken maar daar zag de aannemer niet veel in. “In zo’n project wil eigenlijk elke partij de laatste zijn, maar wij hadden liever niet dat er nog gestukadoord en geschilderd zou worden als de trap was geplaatst”, zegt Van der Hoorn. “En dat gold ook voor het terrazzowerk. We wilden niet het risico lopen dat er bij het schuren van de treden tegen het gepoedercoate staal aan zou worden gewerkt.” Du Prie liet de trappenbouwer van één trapdeel van elke trede een stalen mal maken. Die gebruikte Candido om in de werkplaats de treden voor de complete trap te storten. Ze zijn gemaakt met het wit-gele mengsel; alleen de onderste en de bovenste trede bevatten ook nog een donker deel.

Massieve balken van terrazzo

De vorm van de trap en de combinatie van staal en terrazzo maken er een absolute blikvanger van. Helemaal af wordt het door de donkere omkadering. Op elke verdieping heeft de toegang naar de trap namelijk een vloerdeel en een portaal van het donkere terrazzo. De portalen, die op diverse plekken elders in het gebouw ook zijn toegepast, zijn indrukwekkend. En dan zijn ze nog niet eens in hun geheel te zien. “Het lijkt alsof de balken 10 tot 15 centimeter hoog zijn maar in werkelijkheid zijn ze zo’n 30 tot 40 centimeter dik”, zegt Candido. “We hebben de bekisting zo gemaakt dat aan beide zijden van de balken een flink stuk van het terrazzo terug ligt. Dat zit nu achter het stucwerk.” Die forse omvang van de massieve terrazzo balken was nodig omdat de portalen een constructieve functie hebben. Candido heeft er dan ook het nodige staal in verwerkt.

Indrukwekkende akoestiek

De portalen en de vele vensterbanken van terrazzo zijn door het hele stadhuis te vinden. Wat vloeren betreft blijft het beperkt tot de begane grond, de eerste en de tweede etage. Op de tweede etage is het merendeels marmer wat de klok slaat, en niet alleen op de vloeren. Ook een groot aantal wanden is daar, van oudsher al, met stijlvol natuursteen bekleed. Het Leidse natuursteenbedrijf BamBam heeft daar het nodige restauratiewerk verricht. Hoger in het gebouw zijn het weer gestukadoorde wanden (werk van het Leidse stukadoorsbedrijf Monks) en zijn de vloeren voorzien van keramische tegels. Een enorme hoeveelheid harde materialen dus. Verrassend genoeg is er van hinderlijke nagalm geen sprake, de akoestiek in het gebouw is uitstekend. En dat terwijl de architect zoveel mogelijk het originele beeld van gestukadoorde plafonds heeft teruggebracht. “We hebben hier heel veel Baswaphon plafonds toegepast”, verklaart Van der Hoorn. De naadloze akoestische plafonds zijn nauwelijks te onderscheiden van stucwerk, al is de afwerking wel wat korreliger dan gepleisterd gips. De aannemer bracht zelf de metalstudframes en de gipsplaten aan waarop Muis Acoustics de Baswaphon platen verlijmde. “Zeker op de begane grond zit er zoveel techniek in de plafonds dat we de maatvoering het liefst zelf deden”, licht Van der Hoorn toe. Afwerken van de platen is wel gedaan door Muis Acoustics. Meerdere ruimtes, zoals het werkcafé, zijn voorzien van Baswaphon Cool, de klimaatvariant van het naadloze akoestische plafond. Voor de kantoorkamers is voor metalen geperforeerde plafondeilanden gekozen. De Inteco-klimaatplafonds zorgen in die ruimtes voor koeling, verwarming en een aangenaam akoestisch klimaat. De combinatie van oplossingen voor vloeren, wanden en plafonds maakt van het vernieuwde stadhuis Leiden een prachtige plek waar het ongetwijfeld heerlijk werken is.

=====

Tekst en fotografie: Klokhuys tekst en foto

Zo’n tachtig jaar geleden bewaakten Duitse soldaten er een belangrijk knooppunt in het telefoonnetwerk. Later speelden kinderen er oorlogje en spoten graffitivandalen er hun spuitbussen leeg. Tegenwoordig kun je knus overnachten in de voormalige telefoonbunker in de Hoek van Hollandse Vinetaduin. Erfgoedlogies Cocondo is knap ingericht met veel oog voor circulariteit. Vooral de terrazzovloer maakt het kringetje rond; die is namelijk gemaakt van… een gesloopte bunker. Klik HIER om meer te lezen over dit project.

Waar een paar jaren geleden nog winkelcentrum Leidschenhage stond, shopt de regio Haaglanden nu in de oogverblindende Westfield Mall of the Netherlands. Naast onder meer 280 winkels, een Restaurant Plaza en een biscoop, zorgen high-end afbouw en een ijzersterke akoestiek voor een on-Nedelandse winkelbeleving in Leidschendam. Klik HIER om meer te lezen over dit project.

Hier zit je goed voor heel veel wooninspiratie

Het hele jaar brengen we het laatste woonnieuws bij jou thuis. En van 4 t/m 9 oktober 2022 gaan we back to live tijdens de vt wonen&design beurs in de RAI Amsterdam! Ben je op zoek naar héél veel wooninspiratie, noviteiten en handige tips? Dan ben je hier aan het juiste adres! Klik hier voor meer informatie.

Realiseer je droomhuis met Beurs Eigen Huis

Ga je een huis bouwen of verbouwen, ga je verhuizen of verduurzamen? Kom naar de beurs of doe online inspiratie op!

Bekijk de gratis webinars, vind de expert die bij je past, lees de blogs, shop diverse handige boeken en op 25, 26 en 27 maart 2022 staan er weer heel veel exposanten voor je klaar in Jaarbeurs Utrecht. Voor al je woonplannen ben je bij Beurs Eigen Huis dus op het juiste adres! Klik hier voor meer informatie.

De nieuwe rechtbank aan de Zuidas is een indrukwekkend gebouw, en niet alleen vanwege de verschijning. De hoeveelheid natuursteen om en in het gebouw is niet bepaald alledaags, maar evengoed is de akoestiek dik in orde.

Het is moeilijk voor te stellen maar er was een tijd dat je ten zuiden van Amsterdam de horizon kon zien. Begin jaren zeventig klonk het startschot voor de transformatie van de lege vlakte tot de Zuidas die we nu kennen, onder meer met de bouw van de rechtbank naar ontwerp van architect Ben Loerakkers. Vanwege ruimtegebrek werd het relatief bescheiden complex, het hoogste bouwdeel telde nog geen tien lagen, in de jaren tachtig en negentig uitgebreid met een aantal torens. De toevoegingen leverden wel ruimte op maar niet de kwaliteiten die van een rechtbank worden gevraagd. Er was bijna geen open ruimte binnen en het buitenplein tussen de torens kon nauwelijks gebruikt worden. “Een kind van een generatie publieke gebouwen die meer bedacht waren vanuit ontwikkelaarsperspectief dan met oog voor de gebruiker”, zegt Marco Lanna van KAAN Architecten. Het Rotterdamse bureau maakt deel uit van het consortium NACH (New Amsterdam Court House) dat de prijsvraag voor de bouw van een compleet nieuw rechtbankgebouw won. De andere deelnemers zijn Macquarie Capital, ABT, DVP, Heijmans en Facilicom. Reden om voor dit samenwerkingsverband te kiezen is de keuze van het Rijksvastgoedbedrijf om de rechtbank te ontwerpen, realiseren en beheren in een publiek-private samenwerking (pps) met een DBFMO-contract met een looptijd van dertig jaar. Dit houdt in dat NACH niet alleen verantwoordelijk is voor het ontwerp en de bouw, maar ook voor de financiering, het onderhoud en facilitaire dienstverlening. Een constructie die van invloed is geweest op het ontwerp en de materiaalkeuze.

Nieuw woord voor nieuw gebouw

Het ontwerp is gebaseerd op vier ambities. Het proces van wat er binnen gebeurt moest van buitenaf zichtbaar zijn. Het gebouw moest zich onderscheiden van de andere gebouwen in de Zuidas door niet een gebaar van de architect te zijn. Het gebouw moest gezagwekkend zijn en het moest functioneel zijn. Over ‘gezagwekkend’ heeft de architect veel discussie gevoerd; het is eigenlijk een samentrekking van gezaghebbend en ontzagwekkend, geen bestaand woord dus. Rijksvastgoedbedrijf en de Rechtbank gebruikten het om een gebouw te omschrijven met een bepaalde statige maar tegelijkertijd ook vriendelijke uitstraling die mensen uitnodigt. “Als je de eerste drie ambities realiseert, dan draagt dat bij aan een functioneel gebouw”, zegt Lanna die als projectleider deel uitmaakte van het architectenteam. “Je kunt niet zomaar een efficiënt gebouw neerzetten dat een goede rechtbank is zonder dat het gezagwekkend en herkenbaar is en het proces zichtbaar is.” Om al die ambities te kunnen realiseren, heeft KAAN Architecten de gebruikelijke structuur van een rechtbank omgedraaid. Die is doorgaans zo dat je een besloten gebouw hebt met een flinke trap naar de toegang op de eerste verdieping. Binnen is dan meestal een hal, een besloten plek waarvandaan je toegang hebt tot de zittingzalen of de kantoren die vlak aan de gevel zitten. In de nieuwe rechtbank van Amsterdam zijn de zittingzalen en de kantoren juist in de binnenblokken gecreëerd met daaromheen de foyer waar je wacht op je zitting. Doordat de gevel een enorm glasoppervlak is, ben je tijdens het wachten altijd in contact met de stad. Voor de rechtbank is een groot plein, een publieke ruimte die voor iedereen toegankelijk is. “Dat het gebouw zich terugtrekt en een grote open ruimte ervoor vrij laat, is een gebaar van uitnodiging”, zegt Lanna.

Indrukwekkend weinig echo

Helemaal verstoken van imposante elementen is het gebouw natuurlijk niet, het is immers geen indoor speelparadijs maar een rechtbank. Zo zorgt onder meer de natuursteen buiten op het plein en in het gebouw op de vloeren en delen van de wanden voor een zekere statuur. Maar zo imponerend als bijvoorbeeld een kathedraal kan zijn, is de rechtbank niet. “Zulke gebouwen zijn niet alleen zo indrukwekkend door wat je ziet, maar ook door het geluid, de enorme nagalm”, zegt Lanna. “We hebben er bewust veel aandacht aan besteed om die hier te beperken, vooral ook vanwege de grote oppervlakken met harde materialen.” KAAN Architecten heeft dat voor het grootste deel opgelost met een akoestisch plafondsysteem in de foyer en de grote centrale hal. Leidend bij de keuze was de akoestische prestatie maar ook esthetische aspecten wogen zwaar mee. “Als je een bepaalde uitstraling wil, dan heb je een naadloos plafond nodig. We hebben voor Rockfon Mono Acoustic gekozen omdat die een fijnere korrel heeft dan andere producten die we hebben bekeken.” In de centrale vide van de foyer zijn ook de wanden afgewerkt met Mono Acoustic panelen. Samen met het meubilair zorgen de akoestische oplossingen voor plafond en wand die Verwol Complete Interieurrealisatie monteerde, voor een nagalm die onder de twee seconden blijft. Geen geringe prestatie gezien de enorme hoeveelheid natuursteen die natuursteenbedrijf Kolen in de nieuwe rechtbank heeft aangebracht.

Voor de hand liggende keuze

In totaal bevat de nieuwe rechtbank aan de Zuidas zo’n 30.000 m2 natuursteen. Die keuze is ingegeven door het DBFMO-contract. Dat houdt immers in dat het consortium ook het onderhoud en de exploitatie voor de komende dertig jaar op zich heeft genomen. “Dan wil je dus materialen die zeer onderhoudsarm zijn over zo’n lange periode”, zegt Lanna. “Beton kan, maar dat heeft niet de uitstraling en representativiteit die zo’n gebouw vereist. Hout heeft dat wel, maar gaat niet zo lang mee zonder bewerkelijke processen als schuren en oliën. Natuursteen was dus eigenlijk vanzelfsprekend.” Binnen dat materiaal zijn vele mogelijkheden. Omdat de opdrachtgever vindt dat een publiek gebouw als de rechtbank ten dienste van zijn functie moet staan en geen statement moet zijn, mocht de natuursteen echter geen al te luxe uitstraling hebben. KAAN Architecten overwoog een travertin maar omdat buiten en binnen op de begane grond dezelfde steensoort moest komen, viel dat af. “Zonder onderhoud blijkt travertin in buitensituaties wat minder goed toepasbaar dan lang is gedacht”, verklaart Lanna. De keuze viel voor die delen van het gebouw op de grijze crème-achtige Marrone Caramello. Op de verdiepingen is een Dolomiet met een donkergroene toon toegepast. Beide zijn gezoet zodat de steen niet de weelderige uitstraling heeft van bijvoorbeeld een tot hoogglans gepolijste marmer. Het zoeten geeft de vloer ook de benodigde slipvastheid die je van een gepolijste steen niet kunt verwachten en vergemakkelijkt het onderhoud. Wat slipvastheid betreft had de opdrachtgever geen eisen, maar dat was ook niet nodig, legt Lanna uit. “Als ontwerper wil je niet aansprakelijk worden gesteld bij een ongeluk. Het is dus in ons eigen belang om er voor te zorgen dat de vloer geen slipgevaar oplevert.” De keuze voor de Marrone Caramello en de Dolomiet is vrij snel gemaakt maar de natuursteen is vervolgens uitgebreid getoetst op de toepassing, zoals de buitensituatie. De steen moet er bijvoorbeeld wel tegen kunnen dat er in de winter gestrooid wordt. En ondanks de toepassing binnen en buiten en op horizontale en verticale vlakken, moest het materiaal er overal hetzelfde uitzien.

De voordelen van DBFMO

De Dolomiet op de verdiepingen is op de vloer toegepast en incidenteel op wat meubilair. De Marrone Caramello is zowel buiten op het plein als binnen op de begane grond op horizontale en verticale vlakken aangebracht. Ook op de gevel is de crèmekleurige natuursteensoort te zien, aan het voorplein zijn de stalen kolommen en horizontale elementen ermee bekleed. Binnen was de bevestiging van de platen aan de wand een klein beetje een avontuur, blikt Lanna terug. “De natuursteen is deels op constructieve en deels op afwerkingswanden gekomen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat we die afwerkingswanden met kalkzandsteen zouden maken. Dan zou je het nat kunnen bevestigen, met cement. We kwamen er echter achter dat kalkzandsteenwanden te zwaar zouden zijn voor de constructie, dus dat is veranderd in metalstud. Daar moest toen wel de bevestiging van de natuursteen op worden aangepast. Dat was even lastig, maar we hebben goed gebruik kunnen maken van de kennis bij Kolen.” Het natuursteenbedrijf uit Eindhoven was immers al vanaf de DO-fase bij het project betrokken en kon dus tijdig meedenken over de beste oplossing voor de montage. Volgens Lanna is dat een van de voordelen van het DBFMO-contract. “Je maakt niet als architect in je eentje het bestek waarna de aannemer en leverancier het toetsen op uitvoerbaarheid maar je maakt alles vanaf dag één samen. Dat moet ook wel; je kunt nooit de kwaliteit leveren die nodig is als leveranciers zoals Kolen er niet vanaf het begin bij betrokken zijn.”

Stille zittingzalen

In de rechtbank draait het uiteindelijk om rechtspraak, en die vindt niet plaats in de foyer en de centrale hal, maar in de zittingzalen. Natuursteen is daar niet toegepast, maar er is evengoed heel veel aandacht aan de akoestiek besteed. Een systeem met Rockfon Blanka plafondplaten in een verdekte variant zorgt voor een uitstekend absorptie en een rustig beeld. De lage delen van de wanden zijn voorzien van een lambrisering van houten panelen met een akoestische isolatiemateriaal erachter. Met leer beklede ribbels op de panelen voorkomen dat de wanden geluid teveel weerkaatsen. “Je kunt je niet permitteren dat vertrouwelijke gesprekken tussen raadsman en client door de hele zaal hoorbaar zijn”, zegt Lanna. “En evenmin wil je dat door een slechte spraakverstaanbaarheid partijen of rechters niet goed begrepen worden. Om dat allemaal voor elkaar te krijgen was een topprestatie nodig.” Maar dat kan eigenlijk wel van het hele gebouw worden gezegd.

==========

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Fernando Guerra FG+SG

 

Betonlooks lijken de wereld veroverd te hebben. Maar hoe lang blijft de trend? En wat komt erna? Stukadoor Bjorn Fleuren heeft zich toegelegd op decoratief pleisterwerk. Exclusief decoratief pleisterwerk, om precies te zijn. We namen een kijkje bij een aantal van zijn projecten, om een idee te krijgen van hoe dat eruit ziet en wat wellicht komen gaat.

Tekst en fotografie: Klokhuys tekst en foto

Eerst even Bjorn Fleuren voorstellen. De Bosschenaar is op zijn achttiende als stukadoor gestart. Hij volgde de stukadoorsopleiding, werkte vier jaar in loondienst en ging vervolgens als zelfstandige aan de slag. Van het begin af aan was zijn doel om, nadat hij de basis had geleerd, het niet bij standaard stucwerk te laten. “Ik wilde weten wat eruit is te halen, hoever je kunt gaan met stucwerk”, legt hij uit. Fleuren liep vooral warm voor het monumentale werk waar hij als zzp’er min of meer inrolde. “In dat werk lag mijn interesse. Mijn voorbeelden zag ik in de Mebest, een Jaap Poortvliet, een Barry Zardoni. Als ik dat eens zou kunnen bereiken dan gaat het niet veel beter worden, dacht ik.” Logisch dus dat hij de opleiding voor meester-/restauratiestukadoor volgde.
Inmiddels is de stukadoor uit ’s Hertogenbosch 43 en werkt hij al 21 jaar voor zichzelf. Restaureren doet hij nog steeds maar uiteindelijk wil hij meer. “Als ik aan zo’n plafond werk dan denk ik er vaak over na dat iemand anders dit een paar honderd jaar geleden heeft bedacht, uitgezocht en gemaakt. Ik vind het mooi werk om dat dan weer op te knappen maar ik denk ook over hoe mooi het zou zijn om zélf bijzondere decoratieve dingen te maken die blijvend zijn, die mensen misschien over honderd jaar restaureren om ze te behouden.” Met die droom in het achterhoofd ging hij naast restauraties steeds meer zelf decoratief stucwerk maken.

Van accenten naar volle bak

Fleuren heeft in een kwart eeuw stukadoren de markt voor decoratief stucwerk zien veranderen. In het begin maakte hij schuurwerkplafonds en spachtelputz en dat was heel wat. Op een gegeven moment raakte dat helemaal uit, wilden de klanten het wit en glad. “Maar als ze een poosje in die strak afgewerkte woning zitten dan komen ze erachter dat, ook al leggen ze een kleedje op de vloer of een kussen op de bank, de sfeer in huis kil en koud blijft. Er moet iets gebeuren, is het dan; en dan komt vaak decoratief pleisterwerk om de hoek kijken.” Aanvankelijk waren dat meestal bescheiden ingrepen. Een klein vlak met een Venetiaanse glanspleister, of misschien een heel wandje van een paar vierkante meter. Het ging vooral om accenten. Voor de rest moest het allemaal niet te gek. Kozijnen moesten opgaan in de wanden, dezelfde RAL 9010 en dan liefst in zijdeglans of mat zodat ze vooral niet zouden opvallen. “Met de industriële look is dat 180 graden gedraaid. Afkaderingen in de woning werden donker; antraciet of zwart. Daar pasten dan betonlook vloeren bij, en in het kielzog daarvan kwamen de betonlook wandafwerkingen.”

Select gezelschap

Betonlook was volgens Fleuren aanvankelijk iets exclusiefs, een afwerking waar slechts enkele stukadoors zich in bekwaamden. Maar dat is het niet meer. “Met alle gevolgen van dien”, zegt hij. “Als ook schilders of zelfs de particulier zelf na een cursus van een dag met betonlook aan de slag gaan, dan kan het niet anders dan dat er dingen misgaan. Je hebt er meer kennis voor nodig. Een tv-muurtje van vier vierkante meter is nog wel te doen maar als het om een grote muur van elf meter lang en drie meter hoog gaat, dan wordt het toch een ander verhaal. Om maar te zwijgen van de natte ruimtes, badkamers, douchecellen. Er komt veel bij kijken als het gaat om materiaalkennis, voorbereiding, timing.”
Een ander effect van de groeiende populariteit is volgens Fleuren dat betonlooks voor een bepaalde groep klanten niet meer interessant waren. “Mensen die iets écht exclusiefs willen, willen niet wat je in de woonbladen ziet, waar badkamers van rijtjeshuizen mee worden gedaan. Die willen iets wat maar tien man in Nederland kunnen en mogen maken.” Een voorbeeld daarvan is wat hij de Wave Wall noemt, eerder een sculptuur dan een wandafwerking. Het is een dikke laag stucwerk waar een geribbeld golfachtig patroon in wordt gemaakt. Nieuw is het niet, we zagen iets vergelijkbaars al eens in een grachtenpand waar een begenadigde Italiaanse stukadoor eeuwen geleden de onderzijde van een trap met zogeheten strigillations decoreerde. Maar exclusief is het zonder meer. En dat moet zo blijven, maakt Fleuren duidelijk. “Er is een klein groepje stukadoors/kunstenaars dat dit maakt, waaronder collega-stukadoors Jean Braspenning en Alex Baerst van wie ik het heb geleerd. De afspraak is dat we de informatie over materiaal en techniek voor ons zelf houden. Zo houd je het speciaal.” Zelf heeft hij de Wave Wall zelf nog maar een paar keer gemaakt. En dan heeft hij er ook nog zijn eigen draai aan gegeven door hem met een chroomverf af te werken.

Prijzig pronkstuk

Metaallooks zijn een niche in de stucwereld. En dan nog heeft Fleuren klanten die er nóg een stapje verder mee willen. Zo voorzag de stukadoor bijvoorbeeld de wanden van de wellness ruimte van een welgestelde opdrachtgever van de zeer uitzonderlijke en zeer prijzige Midas metall. “Het is een pleister waar je een echte metaalpoeder doorheen mengt”, zegt hij. Het aanbrengen is vergelijkbaar met andere decoratieve pleisters, al wordt de Midas wel heel dun opgezet, niet meer dan een paar μ. Daar komt dan een lichte tekening in, een spaanslag. Het echte werk begint eigenlijk na 48 uur, als het materiaal voldoende is uitgehard. “Het ziet er dan uit als een matte menie, absoluut niet de koperen wand die deze klant wilde. Maar als je de wand borstelt met een speciale machine, dan activeer je hem als het ware. Hij wordt krasserig en begint te glimmen. Vervolgens is het in vier tot zes gangen schuren en polijsten met een systeem van korrel 600 tot 8000. Tenslotte gaat er een autospuitlak op die is verdikt zodat je hem met de roller kunt aanbrengen. Uiteindelijk heb je dan geen metaallook maar een echte bronzen wand.” Het materiaal en de enorm arbeidsintensieve verwerking – Fleuren kreeg daar hulp bij van Leon van den Boogaert van Stukbouw, de leverancier van het materiaal – zorgen voor een pittig prijskaartje: zo’n 450 tot 500 euro per m2. “Het is juist die prijs die de afwerking exclusief maakt, de reden dat mensen er voor kiezen”, stelt Fleuren. “Zeker bij dit project was dat het geval want deze opdrachtgever wilde er ook nog eens álle wanden in de wellness mee, in totaal 23 m2. Dan wordt het naast een wandafwerking ook een soort statussymbool.” Om de wellness af te toppen bracht Fleuren op het plafond ook nog een Venetiaanse kalkpleister aan. Uiteraard geen ‘dertien-in-een-dozijn-product’ dat je in twee lagen opzet, maar Marmorino Nero van Novacolor; een speciale pleister die de stukadoor in vijf lagen heeft aangebracht. “Dat heeft veel meer diepte, je kunt er zowat in kijken.”

Betonlook met een twist

Het zijn niet alleen maar zeer kostbare afwerkingen waarmee de klanten van Fleuren zich willen onderscheiden, hij maakt ook regelmatig betonlook wanden en vloeren. Maar dan geeft hij er wel graag een eigen draai aan. In een woning in Empel bijvoorbeeld heeft hij een kleine 800 m2 betonlook wanden gemaakt die eerder een zachte en natuurlijke uitstraling hebben dan het harde industriële dat je eigenlijk bij betonlook verwacht. “Ik doe dat met Luxury Concrete, een Spaanse microcement die ik via leverancier Frank Rous heb ontdekt. Door wat aanpassingen in de techniek van aanbrengen en afwerken krijgt het een veloursachtig uiterlijk, alsof het een kalk is.” De zandkleur helpt een stevig handje mee aan die beleving. Door de natuurlijke uitstraling past de wandafwerking goed bij de leisteen vloer in de woning en de houten balken die in het zicht zijn gelaten. De drie schouwen in de woning voorzag Fleuren daarentegen van een heel contrasterende afwerking; ze hebben een zeer industriële stortbetonlook. “Het is een techniek die ik een aantal jaren geleden heb geleerd. Inmiddels heb ik dat wat aangepast en maak ik het zelf, ook met Luxury Concrete.”

Modificeren is een must

Met een klantenkring die voor exclusief en bijzonder gaat, is het zaak om steeds met nieuwe dingen te komen. Wachten op de markt is dan misschien niet de beste aanpak, vandaar dat Fleuren ook veel zelf bedenkt en experimenteert met materialen en technieken. “Daar heb je wel een uitstekende kennis van materialen en technieken voor nodig, en een eigen werkplaats. Je kunt immers geen proefkonijnen maken van je klanten.” 
Inspiratie voor experimenten komt vaak uit de natuur, zoals bij de variant op de Wave Wall waar hij momenteel aan werkt. “Die ribbels zijn nu vooral heel glad maar zand, waarin je dergelijke patronen ziet, is dat natuurlijk niet. Laatst werkte ik op een restauratieproject met een mortel van Strikolith. Die is heel smeuïg dus daar zou je heel mooi in moeten kunnen snijden, bedacht ik me. Daarnaast is hij zandkleurig en heeft hij een mooi fijn korreltje, ideaal dus om het uiterlijk van zand mee na te bootsen. Ik denk dat het zo’n afwerking natuurlijker maakt waardoor hij interessant wordt voor mensen die de natuur in huis willen halen. Dat is toch een ontwikkeling die je steeds meer ziet.”

Goudmijn

De meest exclusieve wandafwerking is natuurlijk de wandafwerking waar er maar één van is, een werkelijk uniek stuk werk. Zoiets maakte Fleuren ook, in een indrukwekkende woning in Rosmalen. De bewoners wilden één echt aparte wand in de woonkamer. Ze dachten aan iets donkers met een goudspikkeltje. Uiteindelijk werd het een fantasiewand die je zo zou kunnen tegenkomen in een goudmijn in Disneyworld. “Het idee kwam door een lamp die bij de muur stond, een halve bol met aan de binnenzijde een goudkleurig en craquelé oppervlak. Dat had iets weg van aderen. Het leek me mooi om de wand in die trend te maken.” Met gips bracht hij een grove rotsachtige structuur aan op de wand. Die is geverfd in een heel donkere antraciettint. “Ik wilde dat zwart maken maar de verfleverancier, Andre van Bavel van BMN, wist me ervan te overtuigen dat dat nep zou worden en dat dit donkere antraciet veel chiquer is.” Voor de goudaderen gebruikte hij diverse tinten oranje en geel. “Je kunt wel met goudverf gaan patineren maar dan heb je eigenlijk niet meer dan een donkere wand met goud ingekleurde randjes. Dat is vlak, het moest meer leven, meer vuur hebben. Dus ik heb goed gekeken hoe een vlam eruit ziet. Die is ook niet egaal van kleur. Ik heb de aderen gemaakt met roestbruin, oranje, vuil goud en fel goud. Als je er nu in kijkt dan zie je het vlammen!”
De unieke goudwand is met recht een van de meest exclusieve wandafwerkingen die er zijn. En wellicht is het een stucdecoratie die over honderd jaar door een restauratiestukadoor wordt hersteld. In dat geval komen we er graag op terug in Mebest in 2121

Regelmatig krijgt Technisch Bureau Afbouw (TBA) als onpartijdige partij het verzoek om de oorzaak van schades te achterhalen. Zo werd technisch adviseur Ed van der Plas gevraagd om onderzoek te doen naar de verkleuring van stucwerk rondom douchekranen in de badkamers van een hotel. 

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Ed van der Plas

Naadloze wandafwerkingen weten steeds vaker hun weg naar de badkamer te vinden. Zo ook bij het hotel waar Van der Plas onderzoek deed. In alle hotelkamers waren de wanden van zowel de badkamers als de douchecabines afgewerkt met een lichte stucafwerking in betonlookstijl. Al vrij snel na de afwerking ontstond er in het merendeel van de badkamers gele verkleuring rondom de drie kranen van de douchemengkraan unit. De verkleuring liet na verloop van tijd een geelbruin spoor na op de betonlook wandafwerking. Wat is de oorzaak van deze verkleuring?, was de vraag waar Van der Plas het antwoord op moest zien te vinden.
De technisch adviseur van TBA kreeg vooraf goed gedetailleerde informatie over alle gebruikte materialen, zelfs over het schoonmaakmiddel waar de douchewanden mee worden gereinigd.  Zo heeft het stucmateriaal een cementbasis en bevat het additieven. De opbouw van de mengkraan unit bestaat uit nikkel 89, Styropor vormblok en EPDM rubber en een membraan afdichting. Bij de montage is niet het originele membraan toegepast maar een membraan dat voor meer aanhechting van de stucafwerking zorgt. Rondom de drie kranen van de mengunit is een zwart gecoate afdekring aangebracht. De ring is vol en zat afgedicht met Den Braven Zwaluw Silicone-NO siliconenkit. Voor het reinigen van de douchecabines wordt een schoonmaakmiddel op basis van citroenzuur gebruikt.

Snelle test

Bij het onderzoek van de badkamers zag de technisch adviseur dat de verkleuring direct rondom de zwart gecoate afdekring van de kranen zat; op de kitafdichting en ook iets doorlopend op het stucwerk. Van der Plas controleerde het vochtgehalte in de wandafwerking en bij de kranen. “Rondom de mengkraan unit was het vochtgehalte acceptabel, ± 1,5 tot 2 gewichtsprocent”, zegt hij. “Tussen de kranen lag het wat hoger, ± 3,5 tot 3,8 gewichtsprocent; maar omdat er geen indicaties van vochtschade waren, was dat niet alarmerend.”
Van der Plas controleerde ook de opwarming van de drie kranen van de unit; die werden 31, 34 en 41 graden Celsius. Na het verwijderen van de afdekring zag hij dat de kit waarmee is afgedicht, geel/bruin was verkleurd. De kit zat ook deels op de wandafwerking maar die bleek na het wegkrabben van de kit nog zijn originele kleur te hebben. Heel anders was dat met de kit die tussen de kranen en het stucwerk is aangebracht. Die was niet meer transparant maar door en door geelbruin verkleurd. Achter die van oorsprong doorzichtige kit trof Van der Plas een platte zwarte rubber afdekring. Van deze ring sneed de technisch adviseur van TBA een klein fragmentje af voor onderzoek. Voor dat testje maakte hij twee vlakjes met de Den Braven Zwaluw Silicone-NO siliconenkit. Op het ene legde hij het stukje rubber ring, op het andere bracht hij het schoonmaakmiddel aan. “Na twee dagen kon je duidelijk zien dat het stukje rubber ring een chemische reactie aangaat met de Den Braven Zwaluw Silicone-NO siliconenkit.”  zegt Van der Plas.

Duidelijk verhaal

Op basis van die snelle test en de beoordeling van de schade in de praktijk concludeerde Van der Plas dat de verkleuring een gevolg moest zijn van de combinatie van de platte EPDM rubberen ring en de toegepaste transparante siliconenkit. “De documentatie van Den Braven ondersteunt die conclusie. Daarin staat namelijk dat deze siliconenkit kan verkleuren door verschillende invloedsfactoren zoals bijvoorbeeld EPDM rubber.”
“Of de verkleuring erger is geworden door de temperatuurwisselingen via de kranen, het opwarmen van de wanden en oppervlaktecondensatie van douchewater is niet te zeggen”, stelt Van der Plas. “Ook is niet aan te geven dat het gebruik van een citroenzuurhoudend schoonmaakmiddel van negatieve invloed is geweest.”
De oplossing voor de schade is simpel, legt de technisch adviseur uit. “Verwijder in alle badkamers de zwarte metalen afsluitringen rondom de drie kranen. Verwijder daarna de verkleurde siliconenkit tot op de rubberen afsluitring. Isoleer dan conform het advies van Den Braven het oppervlak van de rubberen afsluitring met behulp van een rugvulling of PE schuimband en maak daarna een nieuw afdichting met een EPDM bestendige kit.”

Benieuwd naar waar de technisch adviseurs van TBA u mee kunnen helpen? Kijk op www.tbafbouw.nl voor meer informatie.

Schrijf je nu ook in voor onze nieuwsbrief!