Uit de praktijk van TBA – Een beetje ruimte kan al genoeg zijn voor scheuren


Regelmatig krijgt Technisch Bureau Afbouw (TBA) als onpartijdige partij het verzoek om de oorzaak van een schade te achterhalen. Technisch adviseur Hermen de Hek bijvoorbeeld werd een aantal maanden geleden gevraagd om een kijkje te komen nemen bij een appartementencomplex waar repeterende schades in het tegelwerk op de gipskartonplaatwanden waren ontstaan.

De schades waar technisch adviseur Hermen de Hek de oorzaak van moest achterhalen, zaten allemaal in de toiletten van de appartementen. Nadat enkele wanden waren betegeld en de toiletpotten waren gemonteerd, bleek in meerdere appartementen bij de bevestigingspunten van de toiletpot het tegelwerk te scheuren. Gelukkig was er bijtijds ontdekt dat er iets niet goed ging zodat het niet in alle appartementen mis was gegaan. Om ervoor te zorgen dat het bij de overige appartementen niet ook zou gebeuren, was het natuurlijk wel zaak om te achterhalen wat de oorzaak van de schades was.

Steeds op dezelfde plek

Nadat in de toiletten van de appartementen de inbouwreservoirs waren geïnstalleerd, zijn de metalstudwanden geplaatst. Bij de inbouwreservoirs zijn op de metalen profielen eerst 12 mm dikke multiplexplaten en vervolgens 12,5 mm dikke vezelversterkte gipskartonplaten aangebracht. Die zijn betegeld waarna de toiletpotten gemonteerd konden worden. “De schades die daarna zijn ontstaan, zaten allemaal rondom de draadeinden waaraan de toiletpotten zijn bevestigd”, zegt De Hek. “Van de aanvrager kreeg ik te horen dat sommige scheuren in de tegels bij het ophangen van de toiletpotten ontstonden, bij het aandraaien van de bevestigingsbouten. Maar andere tegels waren wat later gescheurd.”

Destructief onderzoek

Bij de inspectie in één van de appartementen merkte de technisch adviseur van TBA dat er wat beweging in de kitvoeg tussen het tegelwerk en de toiletpotten zat. Om goed te kunnen beoordelen wat er niet goed was gegaan, was destructief onderzoek nodig. De toiletpot werd van de wand gehaald om de tegels beter te kunnen bekijken. Bij de sparing in de wand kon De Hek met een tang het complete pakket van tegelwerk tot en met de multiplexplaat samenknijpen. “Ik merkte dat er duidelijk beweging in zat en ik kon het samenknijpen totdat de tegel brak.”
Toen diverse tegels waren verwijderd, was aan de achterzijde ervan goed te zien dat de rillen van de tegellijm relatief ver uit elkaar lagen. Ook werd duidelijk dat tussen gipsplaat en multiplexplaat eveneens wat beweging zat. Nadat de gipsplaat was verwijderd, controleerde de technisch adviseur de bevestiging van de multiplexplaat. Die bleek strak tegen het frame aan gemonteerd te zijn. In een andere ruimte, waar het hele inbouwreservoir zichtbaar was, kon De Hek zien dat de profielen van het frame aan het oppervlak gelijk lagen.

Één oorzaak of een combinatie

“Het was me duidelijk dat tegels scheurden door het strak aandraaien van de bevestigingsmoeren van de toiletpotten. Door dat aandraaien trekt het frameprofiel, de multiplexplaat, de gipsplaat en het tegelwerk samen. Dit pakket vervormt en de tegel breekt.” Dát het kon vervormen kan volgens hem meerdere oorzaken hebben. “Er zat geen foamband tussen het tegelwerk en de toiletpot, Je hebt daar dus twee keramische producten rechtstreeks tegen elkaar aan. Zet je daar veel druk op door de moeren strak aan te draaien, dan krijg je op die plekken grote spanning, en omdat beide producten hard en breukgevoelig zijn – en de tegels ook nog eens dun – kan daar gemakkelijk schade ontstaan.”
De schade kan ook zijn ontstaan doordat de tegels niet volledig waren verlijmd op de gipsplaat, legt hij uit. “Daardoor krijg je wat ruimte tussen tegelwerk en gipsplaat waardoor de tegels niet volledig ondersteund worden. Als je op die plekken een flinke puntbelasting krijgt, dan kan dat de tegel kapot drukken.”
Als derde factor was er ook nog de kleine ruimte tussen de gipsplaat en de multiplexplaat waardoor er beweging in de ondergrond kon ontstaan. “Door een van deze dingen, of een combinatie ervan, heeft de schade kunnen ontstaan”, luidt de conclusie van De Hek.

Makkelijk te voorkomen

Tips om herhaling te voorkomen had de technisch adviseur ook. “Belangrijk is dat je zorgt dat er geen ruimte zit tussen de verschillende lagen en er dus geen beweging meer mogelijk is. Daarvoor is het zaak om de eerste plaatlaag, het multiplex dus, niet alleen te schroeven maar ook te verlijmen op het frame.” De gipsplaatlaag moet volgens hem rondom de bevestigingspunten van de toiletpotten extra op het multiplex worden vastgeschroefd. “Houd daarbij wel rekening met de leidingen!”, waarschuwt hij. Wat het tegelwerk betreft raadde hij aan om in het gebied rondom de pot de tegels vol-en-zat te verlijmen. “Dan worden de tegels volledig ondersteund. Je zou er trouwens ook over kunnen denken om voor een sterkere tegel te kiezen.”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto

Fotografie: Hermen de Hek, Eric van Nieuwland

Sfeer is het sleutelwoord bij het nieuwe Spa Sereen Maastricht. Met ruim 1200 m2 decoratief stucwerk spelen de wanden daar door het hele resort een grote rol in. Een uitdaging op zowel esthetisch als functioneel vlak voor Stucadoorsbedrijf Roy van Gageldonk. De subtiele tekening moest op vrijwel alle wanden dezelfde look hebben. En uiteraard moest met het oog op de vochtbelasting elke vierkante centimeter ook technisch dik in orde zijn.

City resorts is het nieuwe leisure ding; vakantie vieren in het groen en in luxe, op een paar steenworpen afstand van een grote stad. Dormio Resort Maastricht – bovenop de Dousberg, aan de westkant van de hoofdstad van Limburg – is zo’n exclusief vakantie-oord. Aannemer Van Wijnen engineerde en bouwde er 79 vakantie-appartementen, 30 hotelappartementen en 36 zeer luxe vakantievilla ’s. In het hotel zit een sterren-restaurant en er is een golfbaan. Hoewel de luxe vakantievilla’s hun eigen saunafaciliteiten hebben, is er ook een heel uitgebreid wellnessresort. Dat biedt de bezoekers diverse baden, een scala aan saunacabines, een koelplein met allerlei faciliteiten om van bloedjeheet naar ijskoud te gaan. Uiteraard zijn er ook ruimtes voor massages en schoonheidsbehandelingen, zijn er plekken om te loungen en is er een restaurant. Door het hele gebouw heen, op de behandelruimtes na, hebben de wanden naast strakke tegels en donkere houten stroken, een zandkleurige afwerking met een bescheiden tekening gekregen. Het pretentieloze stucwerk draagt voor een belangrijk deel bij aan de rustige en aardse ambiance.

Niet voor dhz’ers

De exploitant van Spa Sereen Maastricht wilde stucwerk met een specifieke uitstraling en heel praktische eigenschappen als waterdichtheid, goede reinigbaarheid en stootvastheid. Ze kwam uit bij Erik Hegger, producent van Cemcolori. “Cemcolori is een meerlaags systeem waarmee je door verschillende korrelgroottes, laagdiktes en afwerkingstechnieken allerlei variaties in structuur en tekening kunt maken”, legt Hegger uit. “Het is een betonstuc op basis van cement en kunsthars wat hem hard maar ook flexibel maakt. Vanaf 1 millimeter dik is hij 100% waterdicht.”
Waterdichtheid wordt niet alleen bepaald door een product zelf, de wijze van verwerken is minstens zo belangrijk. Reden voor Hegger om Cemcolori alleen via gecertificeerde verwerkers op de markt te brengen. “Het is geen kant en klare pasta maar een systeem met verschillende componenten die nauwkeurig moeten worden afgewogen. Omdat dat nauw luistert, vinden we het belangrijk dat we stukadoors daar goed in opleiden en adviseren. Verkeerde verhoudingen kunnen invloed hebben op de kwaliteit en zeker in natte ruimtes, waar toch zo’n 90% van de Cemcolori wordt gebruikt, wil je geen problemen.” Hegger stelde Stucadoorsbedrijf Roy van Gageldonk voor. “Roy kent het product, wil altijd kwaliteit leveren en zijn bedrijf is groot genoeg om een project van deze omvang te doen.”

Uniek maar wel uniform

“De opdrachtgeefster wilde een wat robuuster uitstraling dan betonstuc”, zegt Van Gageldonk. “Ik heb twee stalen gemaakt. Het moet er een beetje tussenin zitten, was de reactie. Dan weet ik genoeg.” Omdat er een wereld van verschil tussen monsterpanelen en wanden kan zitten, stelde hij voor om in het restaurant een proefwand te maken. Die afwerking was precies wat de opdrachtgeefster voor ogen had.
Voor de stukadoors aan de slag gingen met de rest van de wanden, nam Van Gageldonk zijn mensen mee naar de trainingsruimte van Cemcolori om het materiaal goed onder de knie te krijgen en om uitgebreid te oefenen met het maken van een identieke tekening. Elke stukadoor heeft immers zijn eigen handtekening en met 1200 m2 wand zou dat een heel onrustig beeld opleveren. Zeker bij de grote wanden waar meerdere stukadoors tegelijk aan moesten werken. “Zo’n wand van 80 meter moet je in één dag doen om aanzetten te voorkomen, maar dat lukt je niet in je eentje. Dat hebben we met drie man gedaan”, zeg stukadoor Abdulmajeed. De voorbereiding heeft gewerkt, je kunt absoluut niet zien dat er drie stukadoors tegelijk met de wand bezig zijn geweest.
Een uitzondering op het uniforme beeld is de wand boven het zoutwaterbad. Die wilde de opdrachtgeefster grover afgewerkt hebben dan de rest. De stukadoors hebben daarvoor in de eerste laag, Cemcolori Rough, met de spaan een ruwere tekening gemaakt. Met wandlampen zijn die accenten nog eens extra aangezet.

Waterdichte oplossingen

Uiterlijk en uitstraling zijn van wezenlijk belang in zo’n luxe spa, maar ook de functionele prestaties van een wandafwerking wegen zwaar. Het is immers een veeleisende omgeving. Vochtbelasting is er onvermijdelijk, er zijn volop douches en baden en er moet veel en grondig worden schoongemaakt. Dat laatste maakt ook goede reinigbaarheid en stootvastheid een issue. “Bij de inwendige hoeken hebben we kimband toegepast”, zegt Van Gageldonk. “Vooral om het stucwerk te beschermen tegen scheuren én om te zorgen dat er, mocht het toch mis gaan, geen water in de wand kan komen.” Aansluitingen met de betegelde vloeren werden door de tegelzetter gedaan. De stukadoors hebben vervolgens overal stucstops geplaatst, op een paar millimeter van de vloer. Het stucwerk is zorgvuldig tot op de stucstops aangebracht en de naad is netjes dichtgekit. Het stucwerk en de ondergrond is hiermee volledig waterdicht. Wel heeft van Gageldonk voorgesteld om een onderhoudscontract aan te gaan en elk half jaar een controle te laten uitvoeren. Dit om vooral de belasting te controleren die schoonmaak met schrobmachines met zich meebrengt. Eventuele beschadigingen kunnen dan snel geconstateerd en verholpen worden zodat ondergrond en stucwerk lang behouden kunnen blijven.

Gladde bolster, ruwe pit

Reinigen van de wanden zelf is gemakkelijk. “De structuur in de afwerking is meer optisch dan dat de wanden echt grof zijn”, legt van Gageldonk uit. De tekening is aangebracht in de eerste laag, de Cemcolori Rough. Dat is eigenlijk een product voor de vloer maar je kunt hem prima voor de wand gebruiken als die er wat ruwer uit mag zien. Vervolgens is daar een dunne laag van de fijnere Cemcolori Wand overheen gegaan. Die laag is geschuurd, daardoor voelt de wand vlakker aan zonder dat de tekening, die dus in de eerste laag zit, wordt aangetast. Ten slotte zijn de wanden nog van drie lagen extra matte lak voorzien. “Dat was niet om hem waterdicht te maken want dat is de Cemcolori van zichzelf”, benadrukt Hegger. “We hebben daar vooral voor gekozen om de afwerking wat meer body te geven, met het oog op de schrobmachines en het vele schoonmaken.”

Stukadoren met de fles

Bij het voetenbad dook nog een leuke puzzel op. De onderste rand van de wand is beton, daarop is een kalkzandsteenwand gemetseld. Het metselwerk staat 4 cm terug en dat was teveel om het stucwerk precies op de betegelde betonnen rand te laten aansluiten. “Dan zit je met een richel waar water op kan blijven staan, en dat wil je niet bij stucwerk”, legt Van Gageldonk het probleem uit. Afwerken met een strookje tegels kon niet, de rand loopt richting de ronde muur terug naar 0 cm. In overleg met de opdrachtgever is er voor een holle stucplint gekozen. “We hebben eerst een epoxyprimer aangebracht en die ingestrooid met zand. Vervolgens is daar een laag Botament opgekomen, de mortel waarmee we alle wanden hebben uitgevlakt die we met Cemcolori hebben afgewerkt. Met een fles hebben we daar een ronding in gemaakt. Toen hebben we dat tegelijk met de muur afgewerkt. Doordat de ronding iets afloopt, kan er geen water op blijven staan.”

Tientallen hoekjes

In het restaurant hoefden de stukadoors zich niet zo druk te maken om vocht, maar gelukkig waren daar andere uitdagingen. De schouw van de haard bijvoorbeeld, 55 m2 rondlopende wand, van vloer tot plafond. Dit was vooral een logistieke uitdaging, al viel het na de ervaring met de 80 meter lange wand bij de baden eigenlijk wel mee. “Ook dit was een oppervlak dat in één keer moest worden gedaan om te voorkomen dat je aanzetten ziet”, legt stukadoor Abdulmajeed uit. “Maar twee man was genoeg om dat in een ochtend voor elkaar te krijgen.”
De wand met de vele nisjes was een ander verhaal. Net als de schouw is het een metalstudsysteem, opgebouwd door Baens Afbouw uit Ittervoort. Maar waar het bedrijf uit Ittervoort de haard maakte met een aantal rondlopende maar vlakke geprefabriceerde elementen van glasvezelversterkt gips, bestaat de wand uit gipsvezelplaten waar een stuk of tien voorgevormde nisjes van hetzelfde glasvezelversterkt materiaal in zijn opgenomen. Die prefab holtes maakten de afwerking heel bewerkelijk; in plaats van één vlak oppervlak waren er nu ineens een heleboel hoekjes. Ook deze wand werd met twee man aangepakt; eerst alle hoekjes, daarna de grote oppervlakken. Evengoed was het nodig om een vertrager aan de tweede laag toe te voegen. Hegger: “De Rough waarmee ze de eerste laag deden is wat dunner en heeft een wat langere open tijd dan de Cemcolori Wand die als tweede laag is aangebracht. Die ‘Wand’ is al in 45 minuten droog en dat zou met deze bewerkelijke wand geen doen zijn geweest.” Door de vertrager hadden de stukadoors de tijd om hun werk goed en netjes te doen.

Goede samenwerking

De stukadoors hebben ruim twee maanden werk gehad aan al die fraaie, stoere wanden; van half februari tot eind april. Maar er ging daarnaast ook wel wat tijd in de voorbereiding zitten, geeft Van Gageldonk aan. “We zijn in november benaderd voor dit werk, in december zaten we met alle partijen om de tafel. Dan konden we over de ondergronden praten, over zaken als het plintdetail en andere kritische plekken, over de meubels en dergelijke. Al die punten zijn in nauw overleg met ons gedaan. Ik vind dat belangrijk want dan kun je kwaliteit leveren. Zeker bij een complex als dit wil je dat want als het eenmaal volop in gebruik is, wordt het ingewikkeld om terug te komen om dingen bij te werken of te herstellen.” Dat kritische moment is inmiddels voorbij, sinds medio mei genieten de gasten van Spa Sereen Maastricht van warmte, koude en de sfeervolle entourage.

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Studio Foto&Zo (Charlotte Heynen)

Regelmatig krijgt Technisch Bureau Afbouw (TBA) als onpartijdige partij het verzoek om de oorzaak van een schade te achterhalen. Zo werd technisch adviseur Ed van der Plas door een rechtsbijstandsbedrijf gevraagd of hij in verband met een geschil tussen bewoner en aannemer kon achterhalen waar de pittige schades in het gevelstucwerk door zijn ontstaan.

De woning in kwestie is een vrijstaand pand. De gevels bestaan uit een geïsoleerde spouwmuurconstructie met een buitenblad van rood baksteenmetselwerk. Ook zijn er geveldelen
gemaakt met beplatingsmateriaal op een houtskeletbouw constructie. De gevels zijn gestukadoord. Dat werk hebben de bewoners niet door de aannemer laten uitvoeren die de woning bouwde, maar door een stukadoor die ze zelf hebben uitgezocht. Aan het gevelpleisterwerk is veel schade ontstaan. De bewoners wijten dat vooral aan een lekkage vanaf het dak. Ook komt het volgens hen doordat de beplating die als ondergrond voor het stucsysteem dient, niet goed is aangebracht. Volgens de bewoners ligt de schuld bij de aannemer en omdat die dat anders ziet, hebben ze hun rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakeld. Dat bedrijf heeft TBA om een schadeonderzoek gevraagd. Technisch adviseur Ed van der Plas, gespecialiseerd in stucwerk, nam de woning onder de loep.

Foutenfestival

Bij zijn bezoek aan de woning trof Van der Plas flink beschadigd gevelstucwerk aan. “Er zaten onder meer scheuren in de afwerking, er waren hoekbeschermingsprofielen losgekomen en op sommige plekken was het stucwerk onthecht van de beplating en zelfs helemaal naar beneden gekomen.” De technisch adviseur zag dat de onthechting soms inwendig in de 1 tot 5 mm dikke stuclagen had plaatsgevonden en dat soms het stucwerk ‘schoon’ was losgekomen van het plaatoppervlak.
De meeste scheuren zaten op de plek van de naden tussen de pleisterdragerplaten. “Ik kon de plaatnaden zien, ze waren 1 mm en groter. Op lang niet alle naden zat een strookje fijnmazig wapeningsweefsel in het stucwerk.” Er waren ook scheuren op andere plekken. Ze varieerden in wijdte van 0,1 tot 0,5 mm. Door een aantal van die scheuren heeft regenwater in de achterliggende stuc- en pleisterdraagconstructie kunnen binnendringen, constateerde de technisch adviseur. “Ook door lekkage vanaf de goot is er vocht in de pleisterdraagconstructie gekomen, onder meer via naden tussen de zinken daktrimmen. De daktrimmen hadden overigens een minimaal overstek van 5 tot 15 mm t.o.v. het stucoppervlak.”
Een vochtmeting leverde op dat op de plekken van die lekkages de gevelafwerking een verhoogd tot sterk verhoogd vochtgehalte had; 80 tot meer dan 100 digits, wat gelijkstaat aan + 5,5 tot meer dan 6,5 gewichtsprocent vocht.
Fouten in het stucwerk zelf waren, naast het ontbreken van (voldoende) wapening op de plaatnaden en aan het geveloppervlak, niet goed verlijmde hoekbeschermingsprofielen en de toepassing van dunpleisterprofielen waardoor het stucsysteem onvoldoende dikte en dekking heeft.

Schuldvraag

De vraag van de rechtsbijstandsverzekeraar was uiteraard ook aan wie de geconstateerde schades en gebreken zijn toe te rekenen. De conclusie van Van der Plas was dat de lekkages die voor de vochtproblemen en de schade hebben gezorgd, zijn toe te rekenen aan de aannemer. De problemen zijn immers veroorzaakt doordat de daktrimmen onvoldoende overstek hebben en doordat er aan de onderzijde van die daktrimmen naden zitten tussen het gevelstucwerk en de daktrimmen zelf. Ook is er een openstaande naad in een van de dakgoten.
Bij het aanbrengen van de beplating had de aannemer niet overal op de juiste hart op hartafstanden (25 tot 30 cm) geschroefd, soms zijn de afstanden groter dan 30 cm. Daarnaast is een deel van de schroeven vrij diep in het plaatoppervlak gedreven. “Gevolg hiervan is dat er deformatie van de beplating kan plaatsvinden en dat de schroeven voor onvoldoende verankering en stabiliteit in het plaatoppervlak zorgen”, aldus Van der Plas. De technisch adviseur van TBA had ook gezien dat bij uitwendige gevelhoeken de platen niet uit één stuk bestaan of niet strak op elkaar aansluiten en in verticale richting aansluitnaden bevatten. “Dit soort aansluitnaden zijn verzwakkingen in de totale stabiliteit van de pleisterdrager. Dat kan voor versterkte scheurvorming in het stucwerk zorgen. Dit zijn ook gebreken die aan de aannemer zijn toe te rekenen.”

Verwerkingsadviezen genegeerd

Dan waren er nog de gebreken aan het stukadoorswerk op de gevels. Van der Plas somt op: “Onvoldoende aanhechting ter plaatse van de hoekbeschermingsprofielen. Onvoldoende laagdikte en gebrekkige opbouw van het pleistersysteem. Niet of onvoldoende toepassen van wapeningslagen op de plaatnaden en over het geveloppervlak. Geen stucstopprofielen toepassen en dunpleisterprofielen in plaats van hoekbeschermingsprofielen toepassen. Dat zijn allemaal zaken die volledig voor verantwoording komen van het betrokken stukadoorsbedrijf.”
Volgens de technisch adviseur van TBA hadden deze fouten gemakkelijk voorkomen kunnen worden. “Dit type gevelafwerkingen moet altijd volledig volgens de technische verwerkingsadviezen van de desbetreffende leverancier worden uitgevoerd. Dat is hier duidelijk niet gedaan.”

Dure grap

Van der Plas gaf ook nog uitgebreid advies voor het herstel van de schade, en een kostenraming. Herstel van het stukadoorswerk, inclusief onder meer het plaatsen van een steiger, het verwijderen van de bestaande stucafwerking en he t aanbrengen van een nieuw gevelstucsysteem inclusief afwerking gaat volgens hem ruim € 50.000,00 inclusief btw kosten.
De kosten van het herstel van het zinkwerk en de ondergrondconstructie kon hij niet inschatten. “Dat moet door een ander partij worden bepaald.”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Ed van der Plas

Een primeur is het niet maar het nieuwe kantoor van firma De Rooij in Waalwijk is nog altijd een van de weinige panden waar voor de montage van de systeemplafonds niet is geboord. Supersterke lijm zorgt ervoor dat het plafond zonder lawaai en zonder stof super stevig is bevestigd.

Staltechniek, dat is waar ze bij De Rooij in Waalwijk in gespecialiseerd zijn. Hekwerken, poorten, verzorgingsboxen; alles wat de veehouder zoekt voor een optimaal verkeer in de koeienstal maakt het Brabantse bedrijf. En niet alleen voor de Nederlandse markt, De Rooij exporteert zijn producten inmiddels wereldwijd. Die gestage groei maakte een nieuw bedrijfspand met kantoren nodig. Het is in 2021 gebouwd; op industrieterrein Haven VII, pal langs de A59. De ruwbouw is gerealiseerd door bouwbedrijf Kleingeld uit Waalwijk. De rest van het werk, zoals installaties en afbouw, organiseerde De Rooij zelf. Een van de partijen die er aan hebben meegewerkt is afbouwbedrijf Van der Steen van Breugel. Het bedrijf uit Berlicum werd ingezet om alle wanden en plafonds te plaatsen.

Modules en maatwerk

Het kantoorgedeelte is, naast de constructieve betonwanden, ingedeeld met een combinatie van gesloten en transparante wanden. De scheidingswanden tussen onder meer de kamers maakte Van der Steen van Breugel met metalstudsystemen. Het zijn allemaal enkelskelet frames, aan beide zijden bekleed met een dubbele laag standaard gipsplaten; Gyproc A. “Daarmee konden we aan de vereiste geluidseisen voldoen, en omdat het een kantoorruimte is, waren er ook geen speciale stootvaste platen nodig”, zegt eigenaar Hans van der Steen. Een deel van de gangscheidende wanden is heel transparant gehouden. Van der Steen van Breugel monteerde hier de strakke slanke Obiwand; glas in smalle donkere aluminiumprofielen. “Een fraaie keuze van de opdrachtgever”, aldus de afbouwer die voor dit onderdeel geen advies hoefde te geven. Het gros van die glazen wanden heeft een vaste moduulmaat. De deuren moesten echter iets hoger worden dan gebruikelijk; die zijn door Obimex allemaal op maat gemaakt voor dit project.

Traditionele plafonds, innovatieve montage

Voor de plafonds had Van der Steen van Breugel wat meer vrijheid in het aanbieden. Het moesten heldere witte plafonds worden met een hoge absorptiewaarde. Alleen in de kantine wilde de opdrachtgever een afwijkende kleur, dat plafond moest zwart zijn. Daar is voor Rockfon Cinema 120×60 gekozen. Dat is een diepzwarte tegel met een lichtreflectie van slechts 4% en een uitstekende absorptiewaarde van 1,00 ⍺w. Voor de kantoren, gangen en toiletten gebruikte Van der Steen van Breugel de Tonga A van Eurocoustic. “Dat is een mooie heldere witte inlegtegel die ook een prima absorptiewaarde heeft; 1,00 ⍺w, net als de Cinema. In de kantoren en de gangen hebben we tegels van 120×60 aangebracht, in de toiletten en pantry’s zijn het 60×60 tegels.” In totaal ging het om zo’n 1150 m2 systeemplafond. Qua uiterlijk zijn de plafonds niet uitzonderlijk; de montage was dat wel. Negen van de tien keer worden deze plafonds op traditionele wijze gemonteerd, waarbij voor de bevestiging van elk ophangpunt een gat in de betonconstructie wordt geboord. Hier zijn de ophangpunten echter aan het beton geplakt. “Het werkt heel simpel”, legt Van der Steen uit. “De ophangogen zitten niet in een plug, maar aan een metalen plaatje. Je hebt ze voor noniushangers en voor snelhangers. Dat plaatje spuit je aan de achterkant in met een kit en vervolgens druk je hem met een telescoopstok op z’n plek op de betonnen of de stalen constructie.”

Oog voor de arbeidsomstandigheden

Het kantoor van De Rooij Staltechniek was niet het eerste project waar Van der Steen van Breugel de methode toepaste. “Dat was bij een verbouwing van het Maxima ziekenhuis in Veldhoven. Daar waren afdelingen waar we alleen ’s morgens tussen 7 en 9 mochten boren en dan tot 13.00 uur niet meer. Dat is lastig werken. Bij de verbouwing van een kantoorpand kun je er nog voor kiezen om ’s avonds of ’s nachts te werken, als iedereen naar huis is, maar dat gaat bij zo’n ziekenhuis ook niet. Al met al leek dat een heel ingewikkeld verhaal te worden maar toen hebben we met dit Uniqfast systeem gewerkt en dat was echt een uitkomst.”
Bij het nieuwe pand van De Rooij golden beperkingen zoals bij het ziekenhuis uiteraard niet, het is immers nieuwbouw. Evengoed koos het afbouwbedrijf voor plakken in plaats van boren. “Het lawaai van boren in beton is niet alleen voor ziekenhuispatiënten vervelend, ook voor je eigen mensen en anderen op de bouw is het een stuk prettiger zonder die herrie”, zegt Van der Steen.
Dat was niet de enige reden; het project in het ziekenhuis had nog een aantal andere pluspunten opgeleverd waardoor hij de methode tegenwoordig bij vrijwel elk project toepast. “Het is stofvrij dus je hebt ook geen last van kwartsstof. En doordat de monteurs niet die zware boormachines hoeven te tillen, is het veel minder belastend voor ze.” Daarnaast is er ook nog een economisch voordeel volgens Van der Steen. “In aanschaf is het wel wat duurder maar dat maak je meer dan goed doordat je minder gebruik hoeft te maken van steigers waardoor het veel sneller werkt. Ik denk dat je rond de 20% tijdwinst boekt”

Onbereikbare plekken

Monteur Mario Bots, die meewerkte aan de montage van de plafonds bij De Rooij, beaamt dat. “We hebben hier plafonds op drie verdiepingen gemonteerd. Het kostte ongeveer 1 tot 1,5 dag per verdieping om de ophangpunten te plakken. Met boren redt je dat echt niet in die tijd, zeker in een pand als dit niet.” Het systeemplafond komt op 260 cm maar de bouwkundige plafonds zitten op ruim 350 cm hoogte. Dan zijn er ook nog behoorlijk wat kleine ruimtes. Dat betekent dat er heel veel tijd zou gaan zitten in het opbouwen en afbreken van steigers om daar met de boor bij te kunnen komen. “Nu konden we met een lange stok vanaf de grond de ophangpunten bevestigen”, legt de plafondmonteur uit. Op sommige plekken was het ook nog eens de enige manier om dat te doen. “In de gangen was heel veel installatiewerk aan de constructie bevestigd. Met de boormachine zou je niet eens goed tussen al die leidingen en pijpen door bij het plafond kunnen komen.”

Moeite met innovaties

Louter pluspunten dus, zo te horen, maar hoewel het Uniqfast systeem inmiddels een aantal jaren op de markt is, is de aanpak van de montage van de plafonds bij De Rooij Staltechniek nog absoluut niet ingeburgerd in de plafondmontagewereld. Volgens Peter van de Goor, die het Uniqfast systeem heeft bedacht, komt dat vooral doordat veel bedrijven in de bouw en afbouw nog altijd erg traditioneel zijn. “De bouw is op zich best innovatief; er worden genoeg slimme en goede dingen bedacht. Uitvoerende bedrijven omarmen die vernieuwingen echter niet zo snel.” Wat zijn eigen vinding betreft denkt hij dat het vooral komt door angst dat het niet stevig blijft vastzitten. “De beste manier van plakken is boren, denken veel mensen blijkbaar”, zegt hij. “Maar mensen stappen wel in een vliegtuig waar zo’n beetje alles, zelfs de vleugels, aan elkaar is geplakt.”

Onvermoede valkuil

De overstap naar plakken in plaats van boren is dus lastig voor veel afbouwers, volgens Van de Goor. Hij merkt wel dat bedrijven die er eenmaal mee hebben gewerkt, enthousiast zijn. “Het werkt dan ook stil, schoon, snel en erg eenvoudig. Dat laatste is meteen ook de enige valkuil van het systeem. Het is zo simpel dat mensen kunnen denken: oh dat doen we even. Maar het is echt zaak om het precies te doen zoals het moet, anders werkt het niet. Daarom krijgen mensen die voor het eerst met Uniqfast werken, uitgebreide begeleiding en uitleg van ons.” Ze leren daarbij onder meer dat een dag van te voren de plekken waar de ophangpunten komen, moeten worden geprimerd, en hoe de plaatjes moeten worden gekit. Om zo min mogelijk aan het toeval over te laten, is er een heel systeem rondom het plakken van de ophangpunten bedacht. Zo is er onder meer, naast de telescoopstok voor het primeren en het bevestigen van de ophangpunten, een speciale kitspuit ontwikkeld die met één klik de juiste dosering kit voor een ophangpunt afgeeft.

Geslaagd voor de zelftest

Twijfels of de geplakte ophangpunten bij De Rooij wel stevig genoeg vastzitten heeft Van der Steen niet. “Toen ik het een aantal jaren geleden voor het eerst uitprobeerde vroeg ik me natuurlijk wel af of het wel sterk genoeg zou zijn”, bekent hij. “Ik ben er toen aan gaan hangen om dat uit te proberen. Nou weeg ik 90 kilo, dus als dat goed zou gaan, dan zou je elk normaal product eraan moet kunnen hangen, was mijn idee. En dat ging goed. Veel belangrijker is uiteraard dat het gewoon een door de juiste instanties getest en goedgekeurd systeem is. Natuurlijk kan het naar beneden komen, maar dat kan een traditioneel gemonteerd plafond ook. Punt is echter dat zoiets alleen gebeurt als je de voorschriften niet goed volgt. Daarom zorgen we ervoor dat we het doen het zoals het hoort, dan kun je overal de garanties op geven.” Van der Steen zag dan ook geen reden om De Rooij vooraf te informeren dat hij deze bevestigingsmethode gebruikt. “Dat doe ik bij geen enkel project. Ik denk ook niet dat opdrachtgevers het niet zouden willen als ik het wél zou noemen; ik geef er immers garantie op. Misschien zou het zelfs wel beter zijn om het wél van tevoren aan te geven. Ik kan me voorstellen dat als je zegt dat je niet boort en dus geen herrie en stof veroorzaakt, dat juist kan helpen om een werk gegund te krijgen omdat je arbovriendelijk werkt.”

=====

Tekst en fotografie: Klokhuys tekst en foto

Wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade Expo 2022 is ook voor de bouw een spannende ontdekkingsreis. Paviljoen Food Forum van de provincie Flevoland bijvoorbeeld heeft een gevel die verre van standaard is. Rondom glas met daarbovenop een hoge hoed van donkere, grove leem en kalk.

Voor een fijnere stad

Growing Green Cities is het thema van Floriade Expo 2022. Van 14 april tot en met 9 oktober kan heel de wereld in Almere ideeën komen opdoen over hoe je steden groener, gezonder en leuker kunt maken. Volgens de organisator is dat nu belangrijker dan ooit. ‘In 2050 zal namelijk maar liefst 68% van de wereldbevolking in de stad wonen, op slechts 2% van het totale aardoppervlak’ vertelt de website van Floriade. Aan de hand van vier subthema’s worden bezoekers van de Expo geïnspireerd om groener en gezonder te leven: Greening the City (meer groenvoorziening), Feeding the City (betere voedselvoorziening), Healthying the City (bewuster leven) en Energising the City (slimmere energievoorziening). In onder meer een aantal paviljoens zijn allerlei innovaties voor groen, voedsel, energie en gezondheid te zien, te ruiken en te proeven. Food Forum is één van die paviljoens. Met bijvoorbeeld de Flevoland Food Experience en de videoserie Future of Food vertelt de provincie Flevoland er de bezoekers het verhaal van Flevoland als voedseltuin van Europa.

Gebouw als verhalenverteller

DoepelStrijkers werd een jaar of vijf geleden benaderd door de provincie Flevoland om, met de (sub)thema’s in gedachten, een concept voor paviljoen Food Forum te ontwikkelen. “We hebben het vrij conceptueel benaderd en gekeken hoe je met een wat klein paviljoen het verhaal van Flevoland kunt neerzetten”, zegt architect Duzan Doepel van het Rotterdamse bureau. Dat verhaal draait vooral om de vruchtbare grond die zo belangrijk is voor de omvangrijke landbouw in de provincie. En natuurlijk gaat het ook over het ontstaan van de polder, het feit dat dit gebied vroeger Zuiderzee was en door inpoldering land is geworden. “Met het paviljoen wilden we een stuk uit de bodem optillen tot zeeniveau; Food Forum ligt daar zo’n 2,8 meter onder. En met het paviljoen wilden we laten zien wat je in die bodem aantreft.” Resultaat is een gebouw met heel transparante begane grond door de glazen gevel rondom. De verdieping erboven heeft, eveneens helemaal rondom, een donkere, grove gevel waarin bodemmateriaal is verwerkt. De onderste laag van die robuuste gevel bevat vooral schelpjes, indicatief voor zeeniveau en de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Daarboven is een laag met vooral steentjes en in de bovenste laag is meer organisch materiaal als takken en riet te zien. Op het dak staan planten en struiken. “Het vertelt in één beeld het verhaal van Flevoland waar de bodem zo’n belangrijk onderdeel is van de teelt. Je kunt daardoor alle thema’s aankaarten die in Nederland belangrijk zijn voor voedselproductie, maar ook andere relevante thema’s als klimaatverandering, de stijgende zeespiegel en de verzilting van de bodem.”

Natuurlijke materialen

Bedoeling is dat het paviljoen na Floriade onderdeel wordt van Flevo Campus, een kennisinstituut voor stedelijke voedselvraagstukken. Als toekomstig gebruiker had de onderwijsinstelling ook wensen. Zo moest er bij het ontwerp rekening worden gehouden met nature based solutions. “Dat maakte het extra interessant want dan ga je nadenken over wat je kunt gebruiken vanuit de natuur”, aldus Doepel. Voor de constructie van de verdieping – waar kantoor- en vergaderruimtes zijn gesitueerd – was dat relatief eenvoudig; daarvoor is CLT gebruikt. Door met droge verbindingen te werken kan het paviljoen in de toekomst ooit ontmanteld worden voor hergebruik. De gevel van die verdieping, die er dus moest uitzien alsof het om een stuk opgetilde grond gaat, was een ander verhaal. Aanvankelijk was het idee om dat uiterlijk met leem te creëren, dat ís immers een grondsoort. Carl Giskes van Tierrafino had echter slecht nieuws, een opbouw met stampleem waar architect en opdrachtgever gecharmeerd van waren, was niet mogelijk. “Dat zou te zwaar worden”, zegt Giskes. “Je gaat dan naar een gewicht van meer dan 1000 kilo per m2 en daar was de fundering niet op berekend. Daarnaast is leem voor buitensituaties niet echt geschikt, je zou het dan nog op de een of andere manier moeten beschermen tegen vocht.” Giskes stelde Innovacal van het Duitse MTM voor als alternatief. De natuurlijke luchtkalk doet het prima in de open lucht. Punt was wel de kleur van het materiaal. Natuurkalk is immers wit en dat is niet precies hoe de grond in Flevoland eruitziet. “Het moest een diepe rijke aardekleur van vruchtbare grond worden, precies zoals we dat in de bodem van het Floriadegebied aantroffen”, zegt Doepel. Op basis van monsters die Giskes maakte, werd gekozen voor een mix van natuurkalk, bruinleem, houtskoolpoeder en zwarte pigment.

Grillig en donker

Naast de kleur was ook de structuur belangrijk, die moest zeer grof zijn, zoals een klomp aarde. Om dat te creëren, werden op de gevel rondom houten schenkels geplaatst in allerlei grillige vormen. Daarop zijn tengels aangebracht die Tierrafino vervolgens bekleedde met roestvrijstaal steengaas. De luchtkalk is er met een zware Putzmeister in een aantal lagen op aangebracht, in totaal zo’n 3 cm dik. “De eerste laag moest heel voorzichtig gebeuren”, zegt Giskes. “Daarmee wil je het steengaas bedekken maar je spuit de kalk gemakkelijk door de openingen heen.” Na een droogtijd van twee weken kon de volgende laag worden aangebracht. Zodra die op zijn beurt ook droog was, volgde de afwerking met het donker gekleurde kalk/leem-mengsel. Finishing touch was het aanbrengen van schelpjes, steentjes, takken en riet. “Dat moesten we snel doen want het is immers maar een laagje van 3 mm dik en de kalklaag eronder zuigt ook”, zegt Giskes. “Daarom zijn we direct achter de stukadoor aangelopen om die materialen in de natte laag te drukken.”

Eeuwenlang beproefd

Het dikke pak ‘grond’ heeft rondom een ruime overstek. Samen met de gladysia bomen rondom de zuidkant van het paviljoen zorgt dat voor een natuurlijke zonwering die oververhitting van de glasgevel moet voorkomen. De onderzijde van die uitkraging heeft vrijwel dezelfde aardelook gekregen als de gevel. De kleur is identiek maar hij is wel een stuk minder grof, net als het plafond ín het paviljoen. Het ruwe donkere oppervlak loopt namelijk door de glazen gevel heen naar binnen. “In het paviljoen zelf moest het plafond ook aarde zijn, je kijkt daar immers tegen de onderkant van dat opgetilde stuk grond aan” legt Doepel uit. “Dat wilden we met leem doen en daarom zijn we bij Tierrafino terecht gekomen. Er zijn immers maar weinig partijen in Nederland die op deze manier met leem kunnen werken.”
De Amsterdams leemexpert bracht het materiaal aan op een eeuwenlang beproefde draagconstructie van tengels en riet. “Je vindt dat soort plafonds onder meer in Amsterdamse grachtenpanden uit de Gouden Eeuw”, licht Giskes die keuze toe. “Als zo’n plafond vierhonderd jaar oud kan zijn, wat kan er dan mis mee zijn, waarom zou ik dan iets doen met gipsplaten?”
De tengels zijn 7 cm breed en met telkens 7 cm ruimte ertussen aan de houten constructie bevestigd. Daarop bracht Tierrafino matten aan met zo’n 70 rietstengels de strekkende meter. “Tussen de stengels heb je dan steeds een ruimte van zo’n 6 millimeter”, zegt Giskes. “De eerste laag leem die je daarop aanbrengt, kan dan door die openingen heen en boven het riet een baard vormen. Zo krijg je een heel sterke hechting.” Belangrijk bij een rieten drager is wel om een leem te gebruiken waarin stro is verwerkt, geeft Giskes mee. “Vanwege de open ruimtes tussen het riet heb je iets van wapening nodig. Dat is dan het stro.”

Geforceerd gedroogd

De bruine basisleem is in twee lagen aangebracht met een spuit. Nadat de eerste laag droog was, is hij nagelopen om eventuele gaatjes te vullen zodat nergens meer riet zichtbaar is. Ook de reparaties moesten droog zijn voor de tweede laag basisleem werd aangebracht. Om het drogingsproces te versnellen, zette Tierrafino heteluchtkanonnen in de ruime en werden er voor flinke tocht gezorgd. “Bij leem met stro, zoals we hier hebben gebruikt, is het verstandig om geforceerd te drogen. Anders heb je de kans dat het stro gaat rotten.” Bang dat het geforceerde drogen voor schades zou zorgen, was Giskes niet. “Met leem kan dat. Het is iets anders dan gips, kalk, cement of epoxy. Leem krimpt en scheurt namelijk niet door droging. Krijg je er wel scheurtjes in, dan was de leem te vet, had er meer zand bij gemoeten.”
De tweede laag is ook met de spuit aangebracht en vervolgens afgereid. Om hem recht te trekken, niet om het oppervlak glad te maken. Het plafond moest er immers ruw en grof uitzien, als aarde. Om het ook nog de benodigde donkere tint te geven, is het plafond uiteindelijk afgewerkt met T-paint. Dat is een textuurverf op leembasis; een heel dunne mix van witte klei, zand, heel veel water en steenkoolpoeder om het goed donker te maken.

Gezichtsbedrog

Food Forum is een bijzondere verschijning. Door de glazen gevels en het transparante meubilair van het horecagedeelte lijkt de begane grond er nauwelijks te zijn. De uitzonderlijke gevel van de verdieping helpt natuurlijk een flinke hand mee, vooral daar kijk je naar. Er is ook veel te zien, en hoe langer je kijkt, hoe meer je ontdekt. De schelpen en steentjes natuurlijk. En de ramen van de werkruimtes, die nauwelijks opvallen tussen de grove plooien. Nog onopvallender zijn de vleermuiskasten. En wie goed kijkt, ziet ook dingen die er niet zijn. De wortels van de struiken op het dak, die door de gevel naar buiten groeien. Knap.

 

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Klokhuys tekst en foto, Tierrafino

 

Waar een paar jaren geleden nog winkelcentrum Leidschenhage stond, shopt de regio Haaglanden nu in de oogverblindende Westfield Mall of the Netherlands. Naast onder meer 280 winkels, een Restaurant Plaza en een biscoop, zorgen high-end afbouw en een ijzersterke akoestiek voor een on-Nedelandse winkelbeleving in Leidschendam.

Met een kleine 3 miljoen mensen op een half uur rijden en een uitstekende bereikbaarheid met openbaar vervoer was er aan potentie geen gebrek, maar tegen het gemak van internetshoppen kon winkelcentrum Leidschenhage niet echt meer op. Mensen willen meer dan dingen kopen als ze naar een winkelcentrum gaan, winkelen moet een dagje uit zijn. Met die kennis in het achterhoofd transformeerde ontwikkelaar en exploitant Unibail-Rodamco-Westfield het uit 1974 daterende winkelcentrum in Leidschendam tot een volledig overdekt winkelcentrum waar het publiek zich kan laten verrassen, vermaken en inspireren. En natuurlijk shoppen in flagshipstores van onderscheidende merken én lokale winkels met hun unieke karakter. De realisatie van het ontwerp van Roberto Meyer van MVSA Architect uit Amsterdam was een gigantische operatie die niet bij één enkele bouwpartij wed neergelegd, maar bij een aantal nevenaannemers. Elke partij had een gelijkwaardige positie en was verantwoordelijk voor een specifiek gedeelte van het project; zo deed Ballast Nedam de cascobouw, Roodenburg Groep de werktuigbouwkundige installaties en GRF International de natuursteen vloer. Voor de circa 13.000 m2 plafonds in de winkelstraten werd Kwakman Groep geselecteerd. Gaandeweg het proces kwamen daar voor het bedrijf uit Volendam nog betimmeringen van expeditiegangen, onderdelen van Restaurant Plaza en de complete afbouw van een toiletgroep bij.

Efficiënt alternatief

Met het enorme glasoppervlak van honderden etalages en een verbluffende hoeveelheid natuursteen – zo’n 18.500 m2 marmer ligt er in de winkelstraten – moesten de plafonds voor een akoestisch hoogstandje zorgen. Maar ook esthetisch werd er veel van ze geëist. In de witte Kavalla marmer vloer van de winkelstraten zijn met Black Marquina marmer donkere slingerende banen gemaakt. Dat patroon, dat de consumenten door het hele winkelcentrum en langs alle winkels voert, moest met slingerende zwarte lichtkoven terugkomen in het naadloze witte plafond.
Voor Kwakman Groep was al snel duidelijk dat het plafond in het bestek niet de meest praktische en effectieve oplossing zou zijn voor de eisen. “Het idee was om een metalstudplafond met eerst twee lagen gipsplaat te maken en daarop vervolgens een laag akoestische isolatieplaten die gestukadoord zou worden”, zegt Kwakman-directeur Jaap Buijs jr. “Dat zijn dus heel veel bewerkingen en handelingen. Vandaar dat we hebben voorgesteld om Eleganza van Knauf Armstrong toe te passen. Dat is een akoestische plaat die je op een frame kunt monteren en die je spuit. De doorlooptijd zou er aanzienlijk korter door worden en de kwaliteit zou veel gemakkelijker geoptimaliseerd kunnen worden.”

Nieuw systeem

Ook de plaatdikte van de Eleganza zou enorm veel voordeel opleveren ten opzichte van het oorspronkelijk bedachte plafond. De platen zijn 25 mm dik en dat is gelijk aan twee lagen gipsplaat. Omdat het merendeel van de accessoires voor plafonds op die maat zijn afgestemd, zouden ze zonder aanpassingen in dit plafond geïntegreerd kunnen worden. “Niet onbelangrijk bij 13.000 m2 plafond en de gigantische hoeveelheid armaturen, beëindigings- en dilatatieprofielen, inspectieluiken enzovoorts die er in moest komen”, zegt Joost Vermeulen, akoestisch adviseur bij Pennings Akoestisch Afbouwen. Het bedrijf uit Rosmalen is gecertificeerd verwerker van Eleganza en werd door Kwakman Groep ingeschakeld voor de montage. Samen met leverancier Knauf had Pennings een speciaal systeem voor de montage van het naadloos akoestische plafond ontwikkeld; een systeem met drie lagen metalen liggers. Dat systeem was hier hard nodig omdat vanwege de lichtlijnen een meer gebruikelijk systeem met een enkele of dubbele laag metalen liggers niet mogelijk was.

Ondoenlijk zonder BIM

Door het systeem zelf uit te denken, kon goed rekening worden gehouden met de golven en bochten in het plafond en de integratie en bevestiging van zaken als rookschermen, nachtafsluitingen, koven bij de ovalen dakvensters en uiteraard de lichtlijnen. Na het tijdrovende voorwerk volgde een nog intensiever proces, de afstemming met de installateur. “Er zit een ongelooflijke hoeveelheid installaties, leidingen en kabelgoten boven het plafond”, zegt Robert Kok, BIM coördinator bij Kwakman Groep. “Dat moet allemaal goed bereikbaar zijn dus het is belangrijk dat de inspectieluiken niet net precies op het metaal van het systeem uitkwamen. Ook met sparingen voor alle accessoires als armaturen en dergelijke wil je dat voorkomen. Daarom hebben we het hele plafond eerst volledig 3D geëngineerd.” In die BIM-modellen is vervolgens opgenomen waar de installateur de armaturen wilde hebben om te kijken of dat uitkwam met de metalen constructie. Dat leverde al veel gepuzzel en geschuif op, maar met de inspectieluiken werd het nog een stapje ingewikkelder. De installateur gaf in zijn BIM-model globaal aan waar hij de luiken wilde hebben. Kwakman Groep keek vervolgens of dat paste bij de constructie en schoof waar dat nodig was. De installateur keek dan weer of na die aanpassingen installaties nog goed bereikbaar waren. “Dat heeft heel veel overleg gevraagd want je moet wel goed weten waar je met de luiken naar toe moet schuiven als ze net op de constructie uitkomen. Waar zit bijvoorbeeld de besturingskast van een rookscherm of een nachtafsluiting? Daar moet je wel bij kunnen via het luik.”

Meetbare kwaliteit

De 3D modellen zijn ook gebruikt om alle houten schenkels en onderdelen voor de lichtkoven en de koven rondom de ovalen dakvensters te maken. Dat deed Gerko, een dochteronderneming van Kwakman Groep. De 3D tekeningen, op de millimeter nauwkeurig, werden omgezet naar bestanden voor de CNC machine van het bedrijf in Harlingen dat de onderdelen vervolgens op maat prefabriceerde. Genummerd ging alles van Friesland naar Leidschendam waar de monteurs van Pennings ze in het systeem bevestigden. Vervolgens konden de akoestische plafondplaten worden bevestigd.
Op een aantal plaatsen maakt het plafond een glooiende sprong. Omdat die glooiing niet met de Eleganza platen kon worden gemaakt, is daar buiggips voor gebruikt. Het verschil is niet te zien, met vier lagen van die 6 mm dunne gipsplaten kom je op dezelfde dikte uit als van de akoestische platen. Dat het buiggips bij lange na niet in de buurt komt van de absorptiewaarde van 0,95 die Eleganza levert, deert niet; vooraf was berekend dat dit systeem met deze opbouw zou voldoen
aan eisen die voor de nagalmtijd waren gesteld. “Dat heeft Peutz gedaan,” zegt Vermeulen van Pennings. “Dit zijn zulke unieke ruimtes daar heb je speciale computermodellen voor nodig.” Er zijn na de montage ook nog nagalmmetingen verricht om zeker te weten dat de akoestiek inderdaad zo goed was als de computermodellen hadden becijferd. 
Het plafond is ook op esthetisch vlak goed gemonitord. Technisch Bureau Afbouw bezocht het project diverse keren om te bekijken of de montage van systeem en plafond volgens de goedgekeurde afspraken werd uitgevoerd en of het afgewerkte eindresultaat voldeed aan de hoge eisen van Klasse A. “Alles om de kwaliteit te kunnen waarborgen van een systeem dat nooit eerder was gebruikt”, aldus Vermeulen.

Classy toiletten

Naast de uitdagende plafonds was Kwakman Groep ook verantwoordelijk voor de afbouw van een van de toiletgroepen. Geheel passend bij de chique uitstraling van de winkelstraten in Westfield Mall of the Netherlands is ook hier het niveau hoog. In de toiletruimtes springen de deuren en de wanden in het oog, beide van glas met een bekleding aan de achterzijde. Het afbouwbedrijf uit Volendam maakte ook de strakke wastafelmeubels, betegelde wanden en vloeren en zorgde ook hier met het naadloze Eleganza plafond voor een aangenaam geluidsklimaat. Bij de entree maakte het bedrijf uit Volendam gebogen metalstud wanden, voorzien van een betimmering met eiken latten waar de signing is ingebrand. Een rechte houten wand loopt langs de roltrap door naar de eerste verdieping. Die houten afwerking is tevens in de winkelstraten terug te vinden. Kwakman Groep werkte daar de wanden en toegangsdeuren van de expeditiegangen tussen winkels af met de eiken latten. Het zorgt voor onopvallende maar fraaie rustpunten voor het oog tussen de aandachttrekkende winkeletalages.

Unieke ervaring

En dan was er ook nog op de eerste verdieping van Westfield Mall of the Netherlands het Restaurant Plaza, een plein met een breed aanbod aan horecagelegenheden. Daar moest eveneens een goede akoestiek worden gecreëerd, maar dan niet met hetzelfde witte naadloze akoestische plafond dat in de winkelstraten is gemonteerd. Hier heeft Pennings voor Kwakman op het constructieve plafond en de kanalen en leidingen van de installaties een zwarte akoestische spuitpleister aangebracht. Kwakman maakte nog een koof rondom de Plaza met een sprong erin naar de ingang van Kinepolis, en bij de roltrappen transparante ‘draftstops’ voor rook – en brandveiligheid.
“Dit was niet alleen één van de grootste afbouwprojecten van Nederland, maar ook een project met veel meer verantwoordelijkheid dan gebruikelijk”, kijkt Jaap Buijs jr. terug op de afgelopen 2,5 jaar. “Als nevenaannemer ben je een gelijkwaardig partner van de andere nevenaannemers. Je zit dus bij alle bouwvergaderingen en moet voor jouw onderdeel alles regelen, organiseren en coördineren. Daar gaat heel veel tijd en energie inzitten.” BIM-regisseur Robert Kok beaamt dat. “De voorbereiding, de engineering en de afstemming daarvan maakten het erg intensief. Het zijn ook geen dingen die je op school leert, het is veel pionieren. Maar dat is het dubbel en dwars waard geweest, de uitvoering verliep er zo veel gemakkelijker en vlotter door!”

=====

Tekst en fotografie: Klokhuys tekst en foto

Hier zit je goed voor heel veel wooninspiratie

Het hele jaar brengen we het laatste woonnieuws bij jou thuis. En van 4 t/m 9 oktober 2022 gaan we back to live tijdens de vt wonen&design beurs in de RAI Amsterdam! Ben je op zoek naar héél veel wooninspiratie, noviteiten en handige tips? Dan ben je hier aan het juiste adres! Klik hier voor meer informatie.

PREFAB is de vakbeurs – en het kennisplatform – voor professionals in industrieel en modulair bouwen en renoveren. Draagt bij aan kennisdeling en business en ondersteunt zo de doorontwikkeling van prefabricatie en industrialisatie in de bouw- en installatiesector. Meer informatie over deze beurs vind je hier.

Batibouw, de grootste en belangrijkste beurs van België in de bouw-, renovatie- en woonsector, vindt in 2022 weer plaats in Brussels Expo. Vanwege de corona crisis is beslist om het evenement van eind februari te verplaatsen naar mei 2022. De nieuwe data: van zaterdag 21 tot en met zondag 29 mei.

Regelmatig krijgt het Technisch Bureau Afbouw (TBA) als onpartijdige partij het verzoek om de oorzaak van schades te achterhalen. Zo werd technisch adviseur Hermen de Hek recent gevraagd of hij kon uitzoeken wat er achter het opbollen van gipsplatenwanden in een woning zit.

De aanvraag werd gedaan door de aanstaande bewoners van een nieuwbouwwoning in het zuiden van het land. De eigenaren hadden in de woning gipsplaten voorzetwanden en stucplatenplafonds laten monteren. Nadat in de woonkamer zowel de wanden als het plafond waren gestukadoord, zijn enkele wanden krom getrokken. De aanvrager gaf aan dat de gipsplaten op 9 mm dikke OSB-platen zijn geschroefd die door de aannemer zijn gemonteerd. Ook liet hij weten dat hij de aannemer vooraf heeft gemeld dat het de bedoeling was dat zowel de wanden als plafonds door derden gestukadoord zouden worden. Zijn vraag aan Technisch Bureau Afbouw was helder: hoe kan het dat de wanden krom zijn getrokken? Omdat technisch adviseur Hermen de Hek bij TBA de expert is op het gebied van droge afbouw, deed hij het onderzoek.

Overal OSB

Toen De Hek in de woning kwam, waren onder meer de wanden en plafonds van de woonkamer al gemonteerd en gestukadoord. Ook een aantal gemetselde wanden was al gestukadoord. De woning was op dat moment droog en volledig wind- en waterdicht. “Op de lange voorzetwand in de woonkamer kon ik duidelijk grote bollingen zien in de wand. Doordat er twee gaten in geboord waren kon ik goed zien hoe de wanden waren opgebouwd: een plaat OSB van 9mm dik met daarop een gipskartonplaat van 12,5mm dik. En ik kon ook isolatiemateriaal zien.”
In de aangrenzende kamer was de situatie iets anders. Hier waren de wanden en plafonds wel al gemonteerd, maar nog niet gestukadoord. Voorstrijken was wel al gedaan. In deze ruimte was een gipsplaat verwijderd van de wand zodat de technisch adviseur de OSB plaat erachter kon inspecteren. “Aan de schroefafstanden van zowel de OSB platen als de gipsplaten zag ik geen bijzonderheden. Wel zag ik dat de OSB platen stijf tegen elkaar waren gemonteerd, er waren geen open naden zichtbaar.” De Hek kon niet achterhalen of er een dampremmende folie in de voorzetwanden is aangebracht. 
De aanvrager gaf aan de OSB-platen ook in de douche zijn aangebracht, tot en met de natte cel toe. “Onverstandig”, zegt De Hek. “En ook echt verkeerd. Conform TBA-Richtlijn 3.5 is dat namelijk niet toegestaan.”

Niet bepaald een onbekend fenomeen

De conclusie van De Hek was net zo duidelijk als de vraag van de eigenaar van de woning. “De vervorming van de voorzetwanden wordt veroorzaakt doordat de houten OSB platen zijn gaan uitzetten onder invloed van vocht.” Een verklaring voor al dat vocht had hij ook. “Dat komt door het stukadoorswerk. Stukadoren, zeker als het om flinke laagdiktes gaat, brengt heel veel vocht in de ruimte.” Volgens de technisch adviseur van het TBA trekt dat vocht hoe dan ook in de voorzetwanden en eveneens in de OSB platen. Dat hoeft niet perse vervelende gevolgen te hebben maar omdat de OSB platen stijf tegen elkaar aan waren gemonteerd, ging het mis. “Wij adviseren niet voor niets altijd minimaal 5 mm maar liever 8 mm ruimte tussen de OSB platen te houden. Dan kunnen ze uitzetten en krimpen zonder dat dit grote spanningen veroorzaakt in de wand. Van een aannemer mag je verwachten dat hij weet dat hout onder invloed van vocht uitzet en weer krimpt”, vervolgt De Hek. “En aangezien hij wist dat er gestukadoord zou gaan worden, had hij daar dus rekening mee moeten houden bij het monteren van de OSB platen.”
Over de dampremmende folie stak De Hek na de inspectie nog zijn licht op bij de gipsplaatfabrikanten. Die liet weten dat het met het oog op de vochthuishouding wel noodzakelijk is om zo’n folie aan te brengen. “Zonder dampremmende folie kan koude, vochtige lucht in de spouw achter de voorzetwand leiden tot uitzetten van de houten platen en zelfs condensatie veroorzaken met schimmel als gevolg”, legt de technisch adviseur uit.

Uithalen en opnieuw beginnen

Nu de schade achterhaald was, kon De Hek ook een hersteladvies geven. “Het is belangrijk om te achterhalen of er dampremmende folie in de wanden is aangebracht. Als dat er zit, raad ik aan de gipsplaten te demonteren en de OSB platen alsnog met +/- 8 mm ruimte te monteren. Dat kan door inzagen gebeuren, maar dat moet dan wel over de gehele hoogte van de plaat gebeuren. En het is belangrijk om daarbij niet door eventuele folie heen te zagen.” Is er geen dampremmende folie in voorzetwanden aangebracht, dan zal dat alsnog moeten gebeuren. Dat houdt in dat zowel de gipsplaten als de OSB platen verwijderd moeten worden en dat er folie op de metalen stijlen moet worden aangebracht. “Let er op dat deze zorgvuldig wordt afgeplakt!’, geeft De Hek nog mee. Als dat is gedaan, kunnen de OSB platen, mét genoeg tussen ruimte, worden gemonteerd en kunnen daarover weer gipsplaten worden gezet.
Over de OSB platen achter de gipsplaten in de natte hoek van de badkamer was hij onverbiddelijk. “Die zullen moeten worden verwijderd. Bij de minste of geringste vochtindringing door het tegelwerk heen, zal het hout onmiddellijk gaan zwellen en dat kan grote schade veroorzaken.”

Bonus

Hoewel het niet in de opdracht zat, nam De Hek het stucplatenpafond ook mee in zijn advies. Vóór het stukadoren waren de naden van deze platen voorzien van gaasband. “Dat is niet conform de daarvoor geldende TBA-Richtlijn 1.1. De langsnaden moeten open worden gehouden zodat de gips door de open naad kan worden gedrukt en er een paddenstoelvorm ontstaat boven de naad. Zo krijg je een stijve en sterke verbinding tussen deze platen. Tevens zijn de stucplaten met te weinig schroeven vastgeschroefd. De schroefafstand moet +/- 100mm bedragen. Ik raad aan om het gaasband op de naden te verwijderen en er extra schroeven aan te brengen.”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Hermen de Hek

Schrijf je nu ook in voor onze nieuwsbrief!