Beton en staal waar het kan, akoestiek waar het moet

Het zijn vooral de iconische panden van de Zuidas die de aandacht op zich weten te vestigen. Maar wie alleen maar oog heeft voor de NACH’s en de Viñoly’s van het Amsterdamse zakendistrict, mist heel interessante dingen. Het nieuwe onderkomen van Mobiquity bijvoorbeeld; bescheiden van formaat en façade, maar ronduit verrassend van binnen.

Mobiquity is een internationaal opererend bedrijf dat onder meer digitale marketingoplossingen maakt. Er werken zo’n 1200 mensen van meer dan 50 verschillende nationaliteiten, verdeeld over vestigingen in Amerika, Australië, India en Nederland. Razend internationaal dus. Maar afstanden en grenzen doen er nauwelijks toe in de online wereld van vandaag. Dus werken Mobiquity’ers over de hele wereld met elkaar samen in super flexibele teams. Het zijn heel relevante ingrediënten geweest voor het ontwerp dat OOK Architecten maakte voor het nieuwe onderkomen van het IT-bedrijf. Dat huidige kantoor ligt overigens op een steenworp afstand van het vorige, beide zitten aan de Tommaso Albinonistraat in Amsterdam. Het nieuwe onderkomen, bestaande bouw overigens, is alleen een stuk groter dan het vorige, en dat was hard nodig want Mobiquity groeit als kool. En misschien gaat dat dankzij het spannende interieur nu nóg sneller.

Bonus op de BG

OOK Architecten won de prijsvraag voor de inrichting van het nieuwe pand. “Een mooie maar simpele opgave”, aldus Robin van Rossum, mede-eigenaar van OOK. En eigenlijk ook niet precies wat het Amersfoortse architectenbureau het liefst doet. “We maken graag een leefomgeving, een plek waar mensen tot hun recht komen. Daar hoort meer bij dan alleen een mooie stoel of vloer; het totaalplaatje moet kloppen. Verder werken we graag met ruwe materialen zoals blank beton, onbehandeld staal, onbehandeld hout. Duurzame materialen die zijn wat ze zijn en tot in lengte der dagen mooi blijven. Dat vinden we interessanter dan een gelakt oppervlak.” Maar bij Mobiquity ging het eigenlijk om vier tamelijk traditionele verdiepingen met systeemplafonds, rondom gevels van glas en in het midden een kern. Die moesten ingedeeld en ingericht worden.
Wat OOK vooral triggerde aan het pand, was de begane grond, een kale parkeergarage met een heel hoog plafond. Dit gedeelte van het pand zat niet in de opdracht maar de Amersfoortse architecten vonden het eigenlijk een mooiere ruimte dan de verdiepingen erboven en bedachten er spannende mogelijkheden voor. “Door het hoge plafond zou je er een tussenlaag in kunnen maken”, schetst Van Rossum de vergezichten die opdoemden. “Achterin zou je een groot gat in het dak kunnen maken, dan had je een patio en ineens heel veel licht waardoor je planten en bomen zou kunnen neerzetten.” Door die onbegrensde blik werd de opdracht binnengehaald. En daarmee de mogelijkheid om met andere materialen te werken dan op de verdiepingen en van het kantoor niet alleen een goede werkomgeving maar ook een aangename leefomgeving te maken. HLE uit Utrecht deed de nodige constructieve ingrepen, Haklander Interieurbouw uit Harderwijk werd ingeschakeld voor de afbouw van het kantoor terwijl Solved uit Amsterdam verantwoordelijk was voor het projectmanagement.

Mega-variatie in werk- en relaxruimtes

In een aantal sessies met medewerkers van Mobiquity werden behoeften en wensen opgehaald. Volgens Jojanneke Tap, die samen met Van Rossum architect van het project was, speelde het feit dat de medewerkers uit allerlei landen komen een grote rol. “Dat zie je terug in verschillende gebruiken en ook in dat ze veel dingen samen doen. De middagmaaltijd bijvoorbeeld is heel belangrijk, die eten ze gezamenlijk dus daar moest een aparte ruimte voor komen. Voor de spelletjesavonden net zo. De begane grond was ideaal voor dat soort dingen.”
Ook voor de verdiepingen was dat internationale karakter behoorlijk bepalend. Er wordt veel in teams samengewerkt met collega’s in de andere landen, en die teams kunnen flink wisselen in samenstelling en omvang; de ene week werken er aan bepaald project tien mensen, de volgende week zijn het er veertig. Dan zijn er, naast het gewone bureauwerk, ook nog de fysieke overleggen, in klein comité en grotere groepen. Om dat allemaal te kunnen faciliteren heeft OOK de vloeren grotendeels opengelaten met hier en daar aanlandplekken, en rondom afgesloten ruimtes om te bellen, geconcentreerd te kunnen werken of te overleggen. Verder zijn er allerlei zitjes en hangplekken, pingpongtafels, voetbaltafels enzovoorts. “Het is echt behoorlijk extreem met alternatieve ruimtes”, vindt Van Rossum.

Geen kapitaalvernietiging

Alles bij elkaar levert het een levendige werkruimte op, en dan is geluid wel een issue. Op de verdiepingen was de geluidsabsorptie al goed op niveau, die waren casco voorzien van nette witte systeemplafonds. Van Rossum: “Meestal kiezen we daar niet voor, laten we liever beton en installaties in het zicht en passen we een akoestische spuitpleister toe als dat nodig is. Maar als zo’n plafond er al inzit, dan haal je het er niet uit. Dat zou kapitaalvernietiging zijn, en niet bepaald duurzaam.” De houten ombouw die interieurbouwer Haklander rondom de kernen maakte, doet ook veel voor de akoestiek, dankzij de geluidsabsorberende materialen die er in zijn verwerkt. De ombouw is multifunctioneel, hij bevat onder meer pantry’s, printerhokken, toiletten, lockers en afsluitbare stilteruimtes.
Het merendeel van de gesloten werk- en overlegruimtes is langs de gevels gemaakt, met verschillende wandsystemen die voor onder meer goede geluidsisolatie zorgen. Haklander schakelde daar een gespecialiseerd montagebedrijf voor in, Wemes Projecten. Het bedrijf uit Harderwijk was redelijk vrij in het uitzoeken van de wanden. “De eisen waren bekend, daarbinnen konden wij met voorstellen komen”, zegt eigenaar Rutger Wemes. “Het merendeel bestaat uit volglazen wanden van IPE, met aluminium frames. Op de bovenste verdiepingen konden we volstaan met wanden en kaderdeuren met enkel glas. Op een lagere verdieping waren de eisen aan de geluidsisolatie wat hoger, daar hebben we wanden en de kaderdeuren met dubbelglas geplaatst.” Het opvallendste aan een aantal van de transparante wanden op de verdiepingen is dat ze niet de gebruikelijke zwarte frames hebben, maar blauwe.

Dynamische wand

Nog veel minder gebruikelijk zijn de overlegruimtes met de Monobloc wanden. Die wanden zijn verdeeld in blokken van verschillende formaten en verschillende materialen; glas, vilt, whiteboard/magneetboard, hoogglans melanine in twee verschillende tinten wit. Op sommige vlakken is verlichting aangebracht. De mix zorgt voor een speels maar niet onrustig effect. Maar in eerste instantie ging het vooral om praktisch nut in de dynamische werkomgeving, legt architect Tap uit. “Deze wanden helpen om heel actief te kunnen overleggen. Als de mensen op hun werkplek zitten met een team en de bureaustoel omdraaien, dan hebben ze een wand waar ze op kunnen schrijven en dingen op kunnen plakken of prikken.” Datzelfde kan ook ín de overlegruimtes, daar bieden de wanden dezelfde mogelijkheden.
De architect kende de Monobloc wanden niet, dat was een voorstel van Wemes. “Ook dit is van IPE, maar het is wel maatwerk voor dit project”, zegt hij. “De architect had aanvankelijk frames van 4 centimeter breed staal in gedachten maar dan heb je geen tolerantie bij de montage. Die hadden we hier wel nodig want zeker de vloer was niet vlak. Daarom hebben we het teruggebracht naar een cassettesysteem met profielen van 4 cm en een standaard onderbak die je naar onderen kunt uitvullen.” Wemes verzorgde het inmeten en de montage. IPE leverde de cassettes met dubbelglas kant en klaar op de juiste maat aan. Van de andere cassettes kwamen alle onderdelen op maat van de leverancier; die hebben de wandmonteurs zelf ter plekke in elkaar gezet. “Het is in feite een modulair systeem dat je als een systeemwand kunt opbouwen”, zegt Wemes. De geluidsisolatie is volgens hem dik in orde. “Door de dubbele beplating en doordat de gesloten cassettes allemaal gevuld zijn met isolatiemateriaal.”

Interieur als arbeidsvoorwaarde

De begane grond ademt een heel andere sfeer uit dan de fraai en strak afgebouwde verdiepingen. Hier is het vooral beton, baksteen en staal wat de klok slaat. Over de helft van de circa 6 meter hoge voormalige parkeergarage maakte HLE Bouw met een staalconstructie en beton een tussenvloer. Op deze entresol zijn werkruimtes gemaakt, wederom met volglas wanden maar ditmaal met zwarte aluminium profielen. Ook deze wanden werden door Wemes geplaatst, net als de glazen doorvalbeveiliging langs de rand van de tussenvloer.
Heel anders dan op de verdiepingen zijn in dit deel van het gebouw de akoestische maatregelen beperkt. In de werkkamers zijn akoestische klimaateilanden gemonteerd en rondom de kern is weer dezelfde ombouw gemaakt als hoger in het gebouw. Voor de rest is er weinig gedaan om het effect van beton, baksteen, glas en staal te verzachten. “We moesten keuzes maken”, legt Van Rossum uit. “De trein reed, de begane grond moest af. Dan is akoestiek zo’n post waar je nog heel veel tijd in kunt stoppen en geld aan kunt uitgeven maar misschien is het wel niet nodig.” De architect spreekt uit ervaring. “We deden een keer een project waar op basis van het akoestisch advies zo’n 500 m2 akoestisch materiaal in moest worden verwerkt. Dat kostte rond de 2 ton. In overleg met de opdrachtgever hebben we toen niet alles gedaan maar alleen op de plekken waar we het makkelijk kon, zo’n 200 m2.” Nadat er 100 dagen in was gewerkt, bleken er nog een paar plekken te zijn waar de akoestiek niet prettig was. Die zijn toen alsnog aangepast en dan was het nog veel minder dan volgens het advies nodig was geweest. “Ik wil hier niet mee zeggen dat akoestisch adviseurs hun werk niet goed doen maar het is zo specifiek; elk gebouw is zo verschillend en dat zijn de gebruikers ook.” Met Mobiquity sprak OOK ook zo’n 100-dagen proefperiode af. Die is inmiddels afgesloten en Tap heeft de ervaringen geïnventariseerd. “Er bleken een paar plekken waar we nog wat aan de akoestiek moeten doen, onder meer in vergaderruimtes. Waarschijnlijk worden dat baffels en geen akoestische spuitpleister want er zitten best wel mooie plafonds in en die willen we niet kwijt.” Om diezelfde reden zijn de bakstenen wanden slechts ‘gekeimd’. “Net als het beton ís het metselwerk het gebouw”, legt Van Rossum uit. “Zet je daar stuc overheen, dan is het weg. Dat moet je niet willen, zeker voor een bedrijf als Mobiquity. Ze zitten in een sector waar de arbeidsmarkt behoorlijk krap is. Daardoor is de werkplek een soort arbeidsvoorwaarde; het trekt mensen als je een gaaf interieur hebt.”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Hans Gorter

Hier zit je goed voor heel veel wooninspiratie

Het hele jaar brengen we het laatste woonnieuws bij jou thuis. En van 4 t/m 9 oktober 2022 gaan we back to live tijdens de vt wonen&design beurs in de RAI Amsterdam! Ben je op zoek naar héél veel wooninspiratie, noviteiten en handige tips? Dan ben je hier aan het juiste adres! Klik hier voor meer informatie.

Batibouw, de grootste en belangrijkste beurs van België in de bouw-, renovatie- en woonsector, vindt in 2022 weer plaats in Brussels Expo. Vanwege de corona crisis is beslist om het evenement van eind februari te verplaatsen naar mei 2022. De nieuwe data: van zaterdag 21 tot en met zondag 29 mei.

Realiseer je droomhuis met Beurs Eigen Huis

Ga je een huis bouwen of verbouwen, ga je verhuizen of verduurzamen? Kom naar de beurs of doe online inspiratie op!

Bekijk de gratis webinars, vind de expert die bij je past, lees de blogs, shop diverse handige boeken en op 25, 26 en 27 maart 2022 staan er weer heel veel exposanten voor je klaar in Jaarbeurs Utrecht. Voor al je woonplannen ben je bij Beurs Eigen Huis dus op het juiste adres! Klik hier voor meer informatie.

Firma Silberling & Zn. maakte eind 19e eeuw ornamenteel stucwerk bereikbaar voor een groot publiek met een grote collectie prefab lijsten en ornamenten. Niet zelden zijn daardoor identieke stukken in verschillende panden door het land terug te vinden maar soms stuit een fortuinlijke stukadoor op een zeldzame Silberlingparel. Restauratiestukadoor René van Olphen had die mazzel, in een landhuis in Twente.

De woning waar de Meesterststukadoor uit Nijverdal tegen het unieke plafond aanliep is relatief jong. Rond 1900 was het nog het kantoorgedeelte van een textielfabriek, vervolgens was het een korte periode boerderij, tot het in 1925 verbouwd werd tot landhuis, compleet met een parkachtige tuin. In die vorm is het altijd gebruikt gebleven maar garantie voor deugdelijk onderhoud heeft dat niet gegeven. Toen de huidige eigenaar het landhuis in 2017 kocht, was het wel aan een grondige renovatie toe. Het pand was nauwelijks geïsoleerd en er waren op veel plaatsen lekkages. Om het bewoonbaar te maken moest het van A tot Z worden aangepakt, te beginnen met de vervanging van het dak. Maar er zaten ook interessante karakteristieke onderdelen in het huis; stucplafonds met lijsten en ornamenten, houten balken plafonds, houten lambrisering, een monumentale haard met natuursteen schouw bijvoorbeeld. Er moesten keuzes worden gemaakt; wat te doen met die monumentale elementen? “Je kunt het natuurlijk allemaal strak maken maar dan is deel van de charme weg en dat was nou juist waar ik op gevallen ben, waardoor we het hebben gekocht”, zegt de eigenaar. “Ik wilde dus het liefst zo dicht mogelijk tegen het oude aanblijven terwijl mijn vrouw meer van modern houdt”, zegt de eigenaar. “We hebben er voor gekozen om de basis klassiek te houden en modern te maken wat later weer ongedaan gemaakt kan worden. Zo hebben we de lambrisering in de leefruimtes verwijderd, die maakte het voor ons te zwaar en te donker. Maar in één kamer hebben we hem laten zitten. Mocht een volgende bewoner de woning terug willen brengen naar de oorspronkelijke staat, dan is er in ieder geval nog een voorbeeld van de lambrisering”, geeft hij een voorbeeld van de aanpak.

DHZ onder begeleiding

Kiezen om bepaalde originele onderdelen te behouden is één ding, daarna komt de vraag hoe je dat dan doet, zeker als ze in niet al te beste staat meer zijn. De zandsteen schouw bijvoorbeeld was door een vorige bewoner geverfd. “Wil je al die dingen écht opknappen dan heb je vaklui nodig en dat is niet gemakkelijk, hebben we gemerkt. Als leek denk je bijvoorbeeld dat een stukadoor ook een plafond kan restaureren maar dat is niet zo, daar heb je een specialist voor nodig. En dat geldt ook voor zo’n houten balkenplafond. Daar komt bij dat niet elke vakman die je vindt staat te springen om ook het rotwerk te doen, zoals de kalkverf van de zandsteen schouw schuren. Veel van die dingen hebben we daarom zelf gedaan, nadat we ons goed hadden laten informeren hoe dat moest.” Zo is het ook gegaan met de geornamenteerde stucplafonds. Een ervan, in een gang, had erg veel te lijden gehad van lekkages vanuit de bovengelegen badkamers. De nieuwe eigenaren besloten te proberen iemand te vinden die het plafond kon redden. Ze kwamen bij restauratiestukadoor Van Olphen uit. Veel viel er niet meer te herstellen en omdat er toch ook nog het nodige aan de leidingen moest worden gedaan om nieuwe lekkages te voorkomen, werd besloten het plafond te verwijderen en later terug te plaatsen. Van een aantal elementen maakte Van Olphen afdrukken om er mallen van te kunnen maken en vervolgens hebben de bewoners het plafond gesloopt. De restauratiestukadoor is blij dat hij er bijtijds bij is gehaald. “Ik maak ook wel mee dat mensen alles er al uit hebben gemept wanneer ik kom. Een leek weet nu eenmaal niet wat je weg kunt halen en wat je moet behouden om het weer terug te kunnen brengen.”

Briefje uit het verleden

Het zou echt zonde zijn geweest als de stucplafonds waren verdwenen want ze zijn zonder meer bijzonder. Volgens Van Olphen is het Louis XVI, een stijl die voornamelijk werd toegepast in het vierde kwart van de 18e eeuw. “In een huis van 1925 is dat niet gebruikelijk. Dan verwacht je meer iets van Art Deco of Jugendstil.” Hoewel het bedrijf rond die tijd ophield te bestaan, vermoedde de restauratiestukadoor dat het prefabstukken van Silberling & Zn zijn geweest. “Ik was ze alleen nog niet eerder tegengekomen en de collega’s waar ik veel mee samenwerk ook niet.” Het bleek wel degelijk uit de collectie van het vermaarde bedrijf uit Amsterdam te komen. De nieuwe bewoner had een hoop bouwdocumentatie uit de afgelopen eeuw, waaronder een briefje uit 1925 van Silberling & Zn. met tekeningen van het profiel van de lijsten en uitleg voor de stukadoor hoe een en ander op het plafond aan te brengen. Ook vond Van Olphen de stukken terug in de catalogus. Die aanwijzingen uit 1925 had de Meesterstukadoor niet nodig. Het nieuwe plafond in de gang is gemaakt op een Stucanet pleisterdrager. De decoraties bestaan uit diverse geprofileerde perklijsten, inlegwerk, florale hoekstukken en bloemenguirlandes. Alle onderdelen zijn nieuw gemaakt aan de hand van het originele plafond. Van Olphen waakte er wel voor om die originele stukken niet eerst helemaal te reinigen. “Als je alle verflagen eraf haalt dan krijg je heel scherpe stukken. Je kunt dan heel goed zien dat het nieuw is. Nu lijkt het alsof dit nog het oude plafond is.”

Nieuw klassiek

In de woonkamer waren twee vergelijkbare Silberlingplafonds gemaakt. Verschil met de gang is hier vooral de vorm, en in de woonkamer zijn twee grote centrale ornamenten aangebracht en tussen de perklijsten hier en daar nog wat bescheiden decoraties. Deze plafonds waren in veel betere staat dan dat in de gang; Van Olphen heeft hier wat scheuren gerepareerd, op een paar plekken het plafond gefixeerd en vooral de boel gereinigd. “Ook hier heb ik de verflagen laten zitten omdat het er anders te nieuw zou gaan uitzien. Er zat ook niet veel verf op, hooguit twee lagen dus alles zag er nog redelijk scherp uit.” Van een van de twee identieke middenornamenten in de woonkamer maakte hij een afdruk; voor de eigen collectie Silberingmallen én om te gebruiken voor een nieuw klassiek plafond in de eetkamer van de woning. “Hier zat origineel eenzelfde houten balkenplafond als we in een van de andere kamers hebben behouden”, zegt de bewoner. “Deze kamer was echter aan de donkere kant en om dan ook nog zo’n donker houten plafond te hebben leek ons niet zo’n goed idee.” Een stucplafond zou het veel lichter maken maar dan moest het natuurlijk wel een stijlplafond worden met lijsten en ornamenten. Het is vrijwel een kopie van de plafonds in de woonkamer geworden, al zijn ook hier de decoraties tussen de perklijsten achterwege gebleven.

Puzzel op het plafond

“Het was een enorme puzzel om dit te maken”, zegt Van Olphen. Hij doelt op de indeling van het plafond; symmetrie was namelijk heel belangrijk voor de bewoners. De lijsten waren niet zo ingewikkeld, die kon hij zo lang maken als nodig was. Ook de laurierblaadjes waarmee de buitenste perklijst is ingelegd, leverden niet zoveel hoofdbrekens op. “Die kun je doorzagen en wat langer of korter maken. Maar de guirlandes was een ander verhaal. Die zijn niet uit te rekken dus je moet werken met de vaste maat die ze hebben. Maar je moet wel zorgen dat je in de hoeken goed uitkomt, dat er niet net een stuk af moet of dat hij juist tekort is.” En dan was er ook nog het middenornament; dat moest precies midden in het veld komen maar ook middenin de ruimte. Extra complicerende factor was het wandmeubel dat nog in de ruimte moest komen, van vloer tot plafond. Daar moest hij wel rekening mee houden bij het bepalen op welke afstand van de wand de lijsten moesten komen. De restauratiestukadoor tekende alles op de grond uit op een stucloper. Toen het naar tevredenheid was en hij het op het plafond wilde overzetten bleek het ineens toch niet te passen. “De wanden stonden 3 cm uit het lood”, verzucht hij. Uiteindelijk is het goed gelukt en zijn zowel de bewoners als de restauratiestukadoor zelf tevreden met het eindresultaat. En dan niet alleen de indeling maar ook hoe het er verder uitziet. “Het middenornament is een kopie van het ornament van de woonkamer, compleet met deukjes en bobbeltjes” zegt Van Olphen. “En doordat ik de lijsten op het plafond heb getrokken, zijn ze niet zo strak als wanneer ik het op de werkbank had gedaan. Daardoor ziet het er allemaal uit alsof het er altijd heeft gezeten terwijl het een compleet nieuw plafond is.” De eigenaar van het landhuis beaamt dat. “Als mensen dit zien dan zeggen ze vaak wat goed dat je dit hebt weten te behouden! ”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto’s
Fotografie: fotografie: Klokhuys tekst en foto’s, Lambert de Jong

Unilever Benelux is verhuisd van de kop van Feijenoord naar het oude Shell-gebouw aan het hofplein in het centrum van Rotterdam. Architectenbureau Mecanoo maakte volgens de vertrouwde People Place Purpose methodiek het ontwerp dat Unilever op het lijf geschreven is. Verwol verzorgde de complete inrichting van het maatpak, van pasklaar montage- en interieurwerk tot installatiewerk en uitdagende aanpassingen in de constructie.

Stimulerende looproute

Het verschil tussen De Brug en Hofplein 19 kan nauwelijks groter zijn. Het oude Unilever-kantoor aan de Nieuwe Maas, begin deze eeuw ontworpen door JHK Architecten, is een staalconstructie met rondom glazen gevels die als een brug boven de oude boterfabriek zweeft. Het nieuwe onderkomen is een meer alledaagse betonnen constructie die eind jaren vijftig in het centrum van Rotterdam is gebouwd naar een ontwerp van Abspoel. Het heeft negen verdiepingen waarvan Unilever de bovenste zes heeft gehuurd. “Het is een mooi gebouw in zijn eenvoud, maar het bood wel wat uitdagingen”, zegt Arne Lijbers, partner bij Mecanoo en projectarchitect van het nieuwe kantoor van Unilever. Het bedrijf heeft een heel open karakter waarin veel wordt samengewerkt en kennisdeling steeds belangrijker wordt. Daar is een goede verbinding tussen de verschillende afdelingen voor nodig maar de twee ver van elkaar af gesitueerde trappenhuizen aan de kopse kanten van het pand maakten dat een lastig verhaal; mensen blijven dan toch veel aan hun ‘eigen kant’. Mecanoo loste dat op door op elke verdieping vides met trappen te maken. “Niet allemaal boven elkaar, maar verspringend. Daardoor ontstaat er een hele mooie route door het gebouw die kruisbestuiving stimuleert. Al lopend kom je mensen tegen, collega’s van andere afdelingen. Je ontdekt dingen en wordt, bewust en onbewust, gestimuleerd tot samenwerken.

Zware trap

Voor Verwol betekende de oplossing van Mecanoo een interessante uitdaging. De afbouwer uit Opmeer en Delft had al verschillende interieurprojecten voor Unilever gedaan. Naar tevredenheid, want het bedrijf had Verwol benaderd om als afbouwaannemer de complete verbouwing te realiseren. “Dat betekende dat we dus ook op alle zes de verdiepingen de sparingen in de betonnen constructievloeren moesten maken”, zegt projectdirecteur Maarten Booij. De afbouwer beschikt zelf ook over bouwkundige experts maar liet zich evengoed bijstaan door constructeurs. Onder meer voor de Townhall. “Dat is een grote presentatieruimte”, legt Booij uit. “We hebben daarvoor op één verdieping drie sparingen naast elkaar gezaagd en een met hout beklede trap/podium gemaakt.” Omdat daar veel mensen tegelijk op kunnen zitten en staan, was er een zware staalconstructie voor nodig. De vloer eronder is verstevigd met koolstofvezelstrips; die nemen spanningen van de vloer over. “Normaal maken we vooral mooie dingen, dan is het wel heel interessant om met constructieve elementen bezig te zijn.”

Met behoud van beton

Mecanoo ontwerpt volgens de People Place Purpose methodiek. Daarbij staan mensen, de gebruikers dus, voorop. De architect sprak in het ontwerptraject dan ook met veel medewerkers van Unilever. Dat leerde onder meer dat in het oude kantoor weinig rekening was gehouden met akoestiek. Dat kantoor was helemaal open en rumoerig en de overlegruimtes hadden veel last van akoestische lekkage. In het nieuwe kantoor moest dat anders. “Dat klinkt eenvoudiger dan het was”, zegt Lijbers. “Het gebouw heeft een prachtige betonnen constructie, een simpele gevel met grote ramen en aantal zeer karakteristieke elementen zoals de betonnen kolommen en liggers. Alles is dus keihard. Maar we wilden die liggers en kolommen wel in het zicht houden. We hebben samen met Verwol naar oplossingen gekeken om dat te doen en tóch een goede akoestiek te krijgen.”
“We hebben heel veel kunnen doen met een akoestische spuitpleister van Asona”, zegt Booij van het afbouwbedrijf. “Die is vrijwel overal tegen de onderkant van de betonnen vloeren aangebracht. Het materiaal is heel donker, bijna zwart. Dat creëert rust en doordat de kolommen niet zijn meegespoten hebben die donkere plafonds iets oneindigs.” Dat effect wordt nog versterkt doordat de verdiepingen hoog zijn, ruim 3,5 meter. Royal Haskoning, door het bouwteam ingeschakeld voor akoestisch advies, gaf aan hoe dik de spuitpleister moest worden aangebracht en dat hier en daar ook nog iets aan de wanden moest worden gedaan. “In kleine hoge ruimtes doet de akoestisch pleister onvoldoende; daar waren nog wat akoestische wandpanelen nodig”, zegt de projectdirecteur van Verwol.

Standaard maatwerk

Terwijl de geluidsabsorberende spuitpleister absoluut niet opvalt, speelt een andere akoestische oplossing zo ongeveer de hoofdrol in het kantoor. “Bij de analyse van het vorige kantoor viel ons op hoe ontzettend veel spullen Unilever heeft”, licht Lijbers toe. “Dat is logisch natuurlijk, ze maken producten en die moeten worden uitgestald. Alleen leek het daar een soort ontplofte supermarkt. We hebben voor dit kantoor een framework van kasten bedacht; een systeem met verschillende type plekken en functies. Je kunt er producten in plaatsen om te presenteren maar het bevat ook werkplekken; phoneboots, concentratieplekken, loungeplekken. En doordat in de bovenste gedeelten akoestisch materiaal is verwerkt, functioneert het multifunctionele interieurelement ook als geluidsbuffer.”
Mecanoo ontwierp de ingenieuze kastenwand speciaal voor het Unilever-project. “We zijn daarvoor al in een vroeg stadium met Verwol om de tafel gegaan om eerst samen te kijken naar de ambities en de kwaliteit die binnen het beschikbare budget gerealiseerd konden worden. Zo voorkom je dat een compleet uitgewerkt ontwerp niet uitvoerbaar blijkt en moet worden aangepast.” Uit dat overleg kwam onder meer naar voren dat het verstandig was om de kast zoveel mogelijk te standaardiseren. Dat zou het immers aanzienlijk goedkoper maken dan een kastenwand waarvan elk onderdeel uniek maatwerk is. Daarnaast moest Unilever de kasten eenvoudig kunnen aanpassen als daar behoefte aan is. “Denk aan de situatie met corona”, zegt Lijbers. “Dan wil je misschien meer hokjes met de mogelijkheid voor video-calls. Die moet je dan makkelijk kunnen inpassen door een aantal kasten te vervangen. Of als teams krimpen of groeien, dan moet je eenvoudig kasten kunnen weghalen of extra kasten ertussen plaatsen. En als het kantoor toch nog te rumoerig blijkt, moet het simpel zijn om akoestische panelen toe te voegen; dat soort dingen.”
Verwol is goed geslaagd in de missie, vindt Booij. “Het is allemaal maatwerk maar wel in een modulair systeem. Met een beperkt aantal oplossingen kunnen al die verschillende voorzieningen worden gemaakt die Mecanoo voor ogen had. We hebben er zelfs delen van ons eigen wandsysteem in toegepast.” Voor de akoestische panelen die in het bovenste gedeelte van de kastenwanden zijn aangebracht, gebruikte Verwol een viltachtig materiaal van Buckskin. “Het divergeert en absorbeert geluid waardoor je nagalm reduceert.”

Vertrouwd terrein

Unilever maakt ontelbare producten die in boodschappentassen terecht komen. Dat zie je terug in het kantoor, de lange verdiepingsvloeren zijn ingericht met een straat in het midden waar de verschillende merken en teams als winkels aan liggen. Omdat er veelvuldig door het kantoor gelopen wordt, zijn de straten voorzien van slijtvaste harde ingestrooide epoxy gietvloeren.
De straten worden begeleid door de kastenwanden maar er liggen ook ruimtes aan waar Verwol systeemwanden voor plaatste. Overlegruimtes bijvoorbeeld, waar goede geluidisolatie voor werd gevraagd. “Daar hebben we inmiddels veel ervaring mee dus we konden de architect goed adviseren over de wandopbouw en de isolerende borging”, zegt Booij. “Dat is ook het leuke van werken zonder bestek waarin alles is vastgelegd. Dat je samen in het bouwteam naar goede en budgetair haalbare oplossingen zoekt en daarbij je meerwaarde kunt bieden.”
Mecanoo had het de afbouwer niet al te moeilijk gemaakt. ”Er zat een goede filosofie in het ontwerp”, prijst Booij de architect. “De structuur was zo dat er geen glaswanden en deuren waren gericht naar de kant waar je juist privacy wilt of geluidswering nodig hebt. Wanden die je het makkelijkst kunt opwaarderen, waren precies op de juiste plek bedacht.” De scheidingswanden zijn een combinatie van Verwols eigen wanden; de glazen Slimline Clearvison en de gesloten Normstud. De laatste lijkt op een metalstudwand maar is gebouwd in dezelfde profielen als de transparante systeemwand. “Er komt hier veel aan de wanden te hangen”, zegt Booij. “Daarom hebben we geadviseerd om de wanden dicht te zetten met Gyproc Habito. Dat zijn vezelversterkte platen voor de woningbouw waar je goed in kunt schroeven en dingen aan kunt hangen zonder dat er achterhout nodig is. Waar geen achterhout zit is kun je isolatiemateriaal kwijt en dat komt de akoestische waarden ten goede.”

DNA-streng

Een bijzonder onderdeel van het project zijn de vier keukens op de bovenste verdieping van het kantoorgebouw. Ze zijn een wezenlijk onderdeel voor Unilever, daar worden voedselproducten ontwikkeld, getest en gepresenteerd aan horecabedrijven. “Een slim idee om ze op de bovenste verdieping te plaatsen want er is veel luchtbehandeling nodig en dan wil je liefst zo dicht mogelijk bij het dak zitten”, zegt Booij. Keerzijde is wel dat werken in de keuken wat rumoeriger is dan bureauwerk. Om te voorkomen dat de kantoren op de verdieping eronder last hebben van contactgeluid, heeft Verwol daar een extra isolerende laag onder de vloer aangebracht. Die is afgespoten met de donkere akoestische spuitpleister zodat er geen verschil te zien is met de betonnen plafonds.
In de keukens zelf is het betonnen plafond vanwege de hygiëne verdwenen achter een systeemplafond, Rockfon Hydroclean. De betonnen kolommen zijn wel in het zicht gehouden. Daar heeft Verwol een coating op aangebracht die de originele look intact laat maar wel voldoet aan de hygiëne-eisen. De vloeren zijn afgewerkt met een goed reinigbare én slipvaste gietvloer.
Een ander plaatje op de negende dan in de rest van het kantoor dus. Maar toch is het een herkenbaar onderdeel van het Unilever-kantoor want ook op deze verdieping is de kastenwand terug te vinden. “Weliswaar is de layout wat aangepast zodat er bijvoorbeeld keukenapparatuur in kan, maar door hem ook op deze verdieping toe te passen loopt de kastenwand als een soort DNA-streng van Unilever door het hele kantoor”, zegt architect Lijbers. “Wat ons betreft is het dan ook het belangrijkste element in het ontwerp.”

Razend tempo

Unilever Hofplein is met stoom en kokend water tot stand gekomen. Verwol ging in september van vorig jaar de bouwteamtender in. Er lag toen alleen een ontwerp op SO-niveau maar in verband met het verlaten van de toenmalige locatie stond de einddatum wel al vast, in maart moest er worden opgeleverd. Later werd dat nog opgeschoven naar september, maar het bleef kort dag voor een oppervlak van 8500 m2. “We zijn in december gaan bouwen. Toen lag er wel een definitief ontwerp voor het bouwkundige deel maar verder was het technisch ontwerp nog voorlopig. Samen met Mecanoo, Royal Haskoning als technisch en akoestisch adviseur en Arcadis als projectmanager hebben we het voor elkaar gekregen.” Volgens Booij was de ongelooflijke snelheid niet gehaald met een traditionele aannemer. “Hier heb je heel korte lijnen voor nodig, zodat je bijvoorbeeld ter plekke op aangeven van de architect dingen kunt aanpassen. Alleen met zo’n procesdynamiek haal je de snelheid die nodig is om in vijf maanden tijd 8500 m2 kantoorruimte met zoveel techniek erin in te richten.” Het is niet alleen snel gegaan maar ook naar tevredenheid van architect Lijbers. “We hebben zo’n beetje doorlopend overleg gehad en dat ging allemaal heel soepel. Als ik naar het eindresultaat kijk dan ben ik heel blij met hoe de samenwerking is gegaan en welke eindkwaliteit dat tot stand heeft gebracht.”

=====

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Ossip van Duivenbode

Designer Outlet Center Roermond heeft een fraaie nieuwe Guest Service. Glansrol in het ontwerp van KERN Architecten uit Roermond is weggelegd voor terrazzo. Een prachtig staaltje vakmanschap van De Vries terrazzo uit Oss, mede mogelijk gemaakt door de zeer behulpzame Belgische aannemer Willemen Construct uit Hasselt.

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Willie de Vries

Terrazzo in overvloed
In november van dit jaar viert Designer Outlet Roermond zijn twintigste verjaardag. In twee decennia is het shopparadijs met zijn 185 winkels en 200 internationale designermerken uitgegroeid tot een van de grootste attracties van ons land. Ruim 8 miljoen bezoekers komen er jaarlijks winkelen. Door corona zullen de aantallen voor vorig jaar en dit jaar zeer waarschijnlijk een stuk lager liggen. Maar wanneer de maatregelen van de baan zijn wacht de bezoekers van DOC een mooie verrassing. Begin dit jaar is namelijk het fraaie nieuwe Guest Services opgeleverd. In de ontvangstruimte kunnen gasten terecht met al hun vragen en voor services als (internationale) verzendingen van de aankopen, hands-free shoppen, lockers, opladers voor mobiele telefoons, rolstoelen en ga zo maar door. Alles om shoppers te verwennen. En uiteraard gebeurt dat in een uitermate stijlvolle omgeving, passend bij al die kwaliteitsmerken die binnen DOC te vinden zijn. KERN Architecten maakte het bijzondere ontwerp. Blikvangers in de 240 m2 grote ruimte zijn twee enorme bomen. Gestileerde bomen uiteraard. De stammen zijn lichtzuilen, deels bekleed met stroken hout. Die stroken lopen door op het plafond, het zijn de takken van de bomen. De bomen zijn met messing strips stevig geworteld in een terrazzovloer. Een uitdagende opdracht voor De Vries Terrazzo, dat naast de vloer ook wand- en meubelpanelen en baliebladen moest maken voor het flashy DOC Guest Services.

Uitgekiende opbouw
KERN architecten had voor het terrazzowerk twee verschillende kleurstellingen voor ogen. Het grootste deel moest met een lichte uitvoering worden gedaan. Alleen voor een halve cirkel waar de balie voor verzendingen in staat, en de bladen van die balie, had de architect een donkerder variant in bedacht. De wens was ook om vooral veel grove korrels te gebruiken. “Er waren voorbeeldjes van wat ze wilden zodat ik monsters kon maken”, zegt Willie de Vries. “De kleuren waren geen probleem maar de korrels kon ik niet op die manier doen. Voor goede terrazzo heb je een uitgebalanceerde korrelopbouw nodig, van klein naar groot. Als je in verhouding teveel grote korrels gebruikt krijg je te veel cement in het mengsel en cement is het zwakste onderdeel van terrazzo. Te veel daarvan en je krijgt enorme krimp en scheuren.” De terrazzo toplaag moest 20 mm dik worden. De Vries maakte naar tevredenheid van de architect monsters met 12 tot 16 mm als grootste korrel. Het lichte mengsel bestond uit witte Carrara 2, 1 en 0, bruin geaderde Botticino 2, groene Verde Alpi 1, Carrara zand, zilverzand en wit cement. Voor het donkere mengsel gebruikte hij grijze Bardiglio 2, Bardiglio 000, Botticino 2, groene Verde Alpi 1, ziilverzand en wit cement.

Betrouwbaar alternatief
De kwaliteit van een terrazzovloer wordt niet alleen bepaald door het mengsel, ook de ondergrond is van wezenlijk belang. Hier was dat een kanaalplaatvloer en daar was De Vries niet gerust op. “Met zo’n ondergrond zou de terrazzo toplaag precies op de langsnaden kunnen gaan scheuren. Dat risico wilde ik niet nemen dus ik stelde voor om de vloer zwevend te leggen. Eerst een 4 mm dik membraan aanbrengen, daarop een 7 cm dikke D20 zandcementvloer met een wapening erin en dan de 2 cm dikke terrazzo toplaag. En uiteraard dilateren op maximale veldgrootte.” De wensen van de terrazzoman bleken niet haalbaar, er was onvoldoende hoogte voor deze opbouw. Aannemer Willemen Construct uit Belgische Hasselt kwam met een alternatief voor de dekvloer, Weberfloor 4350 fiber van Beamix. “Dat is een hechtende gietvloer met een kunststof wapening erin’’, zegt De Vries. “Ik kende het niet maar heb nagevraagd bij TBA of dit een goede oplossing was en zij gaven een positieve reactie. Ik heb de aannemer wel gezegd dat het superstrak moest worden gelegd omdat je onvlakheden in de ondergrond kunt terugzien in je terrazzo. Ze hebben daar goed naar geluisterd, de dekvloer lag er perfect bij.”

Behulpzame aannemer
Bijkomend voordeel van de Weberfloor is volgens De Vries dat je er snel op kunt. Al een dag na het aanbrengen kon worden uitgezet waar de messingstrips moesten komen. Een heel nauwkeurig karwei want de strips moeten exact in lijn komen te liggen met de takken op het plafond. “Gelukkig had Willemen daar een specialist voor ingehuurd, met Total Station was het precisiewerkje in twee uur gedaan”, zegt De Vries. Ook het aanbrengen van de 125 meter strips zelf ging dankzij de hulp van de aannemer aanzienlijk sneller dan verwacht. “We moesten in totaal 125 meter strips aanbrengen. Het merendeel 1 cm dik en 2 cm hoog. Een van de strips moest worden gebogen, daar hebben we een wat dunnere voor gebruikt.” Normaal plakt De Vries de messing strips maar ditmaal had hij voor de stevigheid voor een andere methode gekozen. “Ik heb een smid er lipjes aan laten lassen, om de 20 cm. Allemaal 5 mm onder de bovenkant van de strip, zodat we ze niet kapot zouden maken met het schuren van de vloer.” De Vries had een paar dagen ingepland om de strips met boren en schroeven vast te zetten maar het bleek veel sneller te kunnen. “De aannemer hielp ons met een schiethamer, zo was het in één dag gedaan!”

Overzichtelijk werk
Hoewel de vloer 180 m2 groot is, is hij nergens gedilateerd. De Vries had wel om dilataties gevraagd maar het inzagen van de ondergrond paste niet meer in de planning van de aannemer. Er zitten echter zo veel strips in de terrazzovloer dat de terrazzoman het ook zonder dilataties wel aandurfde. De grote hoeveelheid vakken had nog een voordeel, vooral om dat ze relatief klein zijn. “We werken met z’n tweeën, mijn zoon Roel en ik. Dan kun je maar een beperkt aantal vierkante meters per dag maken, en dan moet er niets tegen zitten. Door al die kleine vakken was het voor ons heel overzichtelijk om dagproducties in te plannen die we zeker konden halen.” Alleen het donkere vak was te groot om met twee man in één dag toe doen, daar kreeg De Vries terrazzo hulp bij van collega Rijbroek uit Erp.

Millimeterwerk
Naast de vloer maakte De Vries vloeren ook nog 47 m2 terrazzo platen voor de bekleding van wanden en meubels. De kleur correspondeert met die van het vloerveld waar de wand of het meubel in staat. De wandplaten zijn 255 cm hoog en variëren in breedte, van 88 cm tot een meter. Ook de platen voor de bekleding van balies en bloembakken hebben uiteenlopende afmetingen. De Vries maakte de zijplaten voor de meubels allemaal 2 mm groter dan de opgegeven maten. “Ze moesten rondom de meubels bevestigd worden met kit en als je geen rekening houdt met de dikte van die kitlaag en het slijpen van de zijkanten die in het zicht komen, dan sluiten de platen niet mooi op elkaar aan.”
De prefab onderdelen moesten allemaal 2 cm dik worden. Dat had consequenties voor de manier waarop De Vries ze maakte. “Meestal stort je prefab delen als aanrechtbladen op de kop maar we hebben dit allemaal met de zichtzijde naar boven gedaan. In zulke elementen moet wapening en met 2 cm dikte en korrels van 12 tot 16 mm dik is dat lastig als je op de kop stort en de wapening bovenin komt. Nu hebben we onderin de mal een gegalvaniseerd wapeningsnet van 3 mm dik gelegd en daarna de mal volgestort. Als je dan een klein beetje trilt komt de wapening iets omhoog. Niet zoveel dat je hem gaat zien wanneer je de zichtzijde gaat schuren maar net genoeg om er cement onder te krijgen zodat de wapening wat buigtrekkracht kan opvangen.” Ondanks de wapening deed De Vries liever niet zelf het transport en de montage. Dat werd nu verzorgd door aannemer Willemen. “Dat is heel goed gegaan, ik heb maar één plaat een beetje hoeven bijwerken”, zegt De Vries vol lof.

Voor het opgemaakte artikel met alle foto’s kunt u Mebest 2021-2 bekijken.  Bekijk online de digitale bladerversie.

Schrijf je nu ook in voor onze nieuwsbrief!