De beurs Monument vond afgelopen mei voor de vijfde keer plaats samen met Renovatie & Transformatie en Houtbouw. De diverse onderdelen grijpen in de huidige bouwontwikkelingen steeds beter op elkaar in dankzij begrippen als biobased en duurzaam bouwen. Hier krijgen ook stukadoors in keuzes en verwerking steeds meer mee te maken.
Tekst en fotografie: Matthijs Pronker
Het evenement trekt jaarlijks circa 7000 bezoekers die met zeer uiteenlopende motieven binnenstappen. Ze zijn wel allemaal op zoek naar informatie over de allernieuwste technieken en oplossingen in de bouw.
Duurzaam begint met behoud van erfgoed
Brandveilig
Bij de verschillende lezingen werd duidelijk dat goed brandveilig isoleren voorop staat. Met nieuwe computersystemen kunnen snel ook niet zichtbare mankementen in gebouwen worden opgespoord. Vaak kunnen daarmee grotere investeringen worden voorkomen.
De beurs Monument heeft duurzaamheid heel hoog in het vaandel met behoud van erfgoed en het overdragen van oude technieken in diverse ambachten. Ook hierin komen de verschillende segmenten goed bij elkaar, zoals het houtbewerken, schilderen en pleisteren. Bij veel renovaties van oude panden werken specialisten op deze gebieden nauw samen.
Restauratieplein
Tijdens de beurs viel hiervan helaas niet direct een beeld te zien uit de praktijk. Bovendien waren de standhouders allen zo op de eigen nieuwsspreiding geconcentreerd, dat onderlinge uitwisseling zeer beperkt bleef.
Daarvoor was Het Restauratieplein in het leven geroepen, maar op de eerste dag ontbraken de stukadoors en de bijbehorende levendigheid.
Dijkstra
Bij de stand van Dijkstra vertellen Directeur Maria Troncoso en productmanager Marloes Ram over de vele opdrachten, mede uit Engeland en Amerika. Daarbij is de sterke kracht van het bedrijf nog steeds de witjes die van allerlei oude taferelen worden voorzien, meestal in opdracht. In opkomst zijn de producten met glazuur op basis van afval en gerecycled glas, dat zorgt voor een sterke oppervlaktestructuur. Ook hier wordt teruggegrepen naar stijlen uit de jaren 30 in de diverse decors.
Project
In deze fase wordt een omvangrijk project in Amsterdam voorbereid met een wijk uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80. De gebouwen moeten een nieuw aanzien krijgen door gevels in verschillende kleuren die de herkenbaarheid van de woningen verhogen.
Om de kunst van restauratie te benadrukken stond er op de stand een voorbeeld van een slank schoorsteenelement met een speciale tordering. Het geeft aan hoe ver Dijkstra in de details treedt om oude vormen te behouden. De reguliere producten zijn verkrijgbaar via dealers. Zelf verkopen ze niets en werken uitsluitend in opdracht.
Keim
Een goed voorbeeld van integratie van nieuwe inzichten bij bestaande bedrijven vinden we bij verfspecialist Keim. Niels Vrijenhoek legt uit hoe het bedrijf van oorsprong producten leverde op basis van waterglas, ook wel natriumsilicaat of kiesol genoemd. Het wordt veel door stukadoors gebruikt en heeft een hoge waterdichtheid. Dat product heeft door de tijd zijn waarde behouden. Het gehele aanbod is echter behoorlijk verschoven met hele isolatiesystemen in het pakket. Dat gaat dan vooral om biobased materialen zoals houtvezelplaten. Tot nog toe worden die overwegend geleverd tot 14 cm dikte. De ontwikkeling gaat wel naar nog dikkere lagen toe, voorspelt Niels.
Jaren ’70-‘80
“Overwegend blijft de aanpak gebaseerd op de buitengevelisolatie volgens de inzichten uit de jaren ’70-‘80. Dat betekent verlijming op de ondergrond en vervolgens bepleisteren met een weefsel als wapening. Als verankering adviseren wij om 4 schroefpluggen per vierkante meter aan te brengen. De afwerking is dan doorgaans een minerale sierpleister onder de noemer Stucasol, vergelijkbaar met de Spachtelputz van jaren geleden. Alleen, de korrel is fijner en ligt nu tussen de 0,5 en1,5 mm. Ons systeem wordt ook steeds meer toegepast als binnen-isolatie, als buiten geen optie is. Dat blijft natuurlijk te verkiezen dus recent hebben we onze bijdrage geleverd aan een vrijstaande woning in Hasselt. Deze is aan de buitenzijde afgewerkt met een kalkpleister.”
Terrazzo van de NOA
Dicht bij de presentatie van het Stucgilde treffen we voorvechters van het echte terrazzowerk. Met illustraties en in de werkelijkheid worden vloeren getoond, maar ook aanrechtbladen, voorzien van de welbekende gootsteenbakken met 5 x 5 cm tegeltjes. Een bezoeker vraag en passant waarom die tegeltjes vaak vervangen moesten worden. Marco Maarschalkerweerd legt op de stand uit dat dit te wijten was aan de keukengeisertjes die er boven hingen.
“De hete waterstroom zorgde voor een forse temperatuurschok, zeker als de ruimte verder nauwelijks verwarmd was. De spanning die dit veroorzaakte leidde vaak tot breuk. Met de huidige kokend waterkranen van Quooker loop je hetzelfde risico. Dan frezen wij liever een rvs bak in, voorzien van een trilling-dempende mat.”
Cement
Marco ervaart dat de granito aanrechten weer enorm in zwang zijn, net als de traditionele terrazzovloeren. “We zitten alleen met een groot probleem: cement dat in de productie niet bepaald milieuvriendelijk is. We zijn op zoek naar een oplossing om dezelfde look en verwerking te blijven leveren , maar dat zal nog een grote uitdaging worden. Het feit dat onze bladen of vloeren minstens 50 jaar mee kunnen, lijkt weinig mee te tellen in de publieke opinie. Je zou toch zeggen dat deze duurzaamheid van groot belang is.”
Ook hier wordt verwezen naar een recent project waarin de producten en inzichten goed tot hun recht komen: in een woning in Utrecht zijn moderne bladen gemaakt ontworpen door de opvallende kunstenaar Ruben Verheggen. Opmerkelijk is de golf in de terrazzo achterwanden hier.
Neerlandsch Stucgilde
Voor enerverende gesprekken en demonstraties staat de hoek van het Nederlands Stucgilde al sinds jaar en dag garant. Meesters en leerlingen die toelichting geven aan de geïnteresseerden over de specialistische kanten van het vak.
Zo staat een doorwrochte stukadoor een zogeheten sgraffito-paneel voor te bereiden. Dit is een kunsttechniek waarbij lagen van een bepaald materiaal zoals klei, kalkmortel of verf worden aangebracht. Door tot op verschillende niveaus weg te krabben, sgraffiare in Italiaans, ontstaat een meerkleurig patroon of ontwerp met reliëf.
Vier lagen
Het paneel op de stand moet morgen worden uitgekrabd. Vier lagen kalkpleister komen er nat in nat over elkaar heen als basis. Zo te zien een heel smeuïge mortel. Deze sierelementen vinden we nog vaak terug in Art-deco panelen.
Wie een lijst in die stijl wil, kan even verderop zien hoe Ruurd Sieperda die trekt: geraffineerde vlakke lijsten die als linten over elkaar heen kruisen, niet te onderscheiden van die uit begin 1900.
Nieuwe ontwikkelingen bij Het Stucgilde
‘De tijd van vrijblijvend is voorbij’
De beurs Monument vond afgelopen mei voor de vijfde keer plaats samen met Renovatie & Transformatie en Houtbouw. De diverse onderdelen grijpen in de huidige bouwontwikkelingen steeds beter op elkaar in dankzij begrippen als biobased en duurzaam bouwen. Hier krijgen ook stukadoors in keuzes en verwerking steeds meer mee te maken.
Als er ergens dialogen plaatsvinden is het bij het Neerlandsch Stucgilde.
Twee van de kopstukken, Jaap Poortvliet en Lois Vlasblom, zien een stijgende interesse voor hun vak van restaurateur.
Jaap benadrukt: “Wij blijven voortdurend leren van elkaar. Dat houdt nooit op. En daarin onderscheiden we ons van vele vergelijkbare organisaties elders in Europa. Het respect voor ons gilde is enorm gestegen. Gaandeweg blijken steeds meer opdrachtgevers bereid om te betalen voor onderzoek. Dat is heel lang niet het geval geweest. Voor belangrijke projecten kun je niet meer zonder die expertise. Dat wordt nu eindelijk onderkend. Op die manier bereik je een driehoeksgarantie. Die wordt ondertekend door de opdrachtgever, de aannemer en in ons geval de stukadoor. Op dat moment sta je alle drie aan dezelfde kant.”
Anderen
Al gauw blijkt deze stand een ontmoetingsplek voor andere toonaangevende personen die nauw met het vakgebied zijn verbonden en die allemaal kalk in hun bloed hebben, zoals Jaap het verwoordt. Zo ook Wijnand Freling, tot vorig jaar beschermheer van het Gilde en kenner bij uitstek van veel eeuwen ornamenten. Hij gaat graag in gesprek over de eigentijdse ontwikkelingen. Zeker de reproductie van lijsten en ornamenten is behoorlijk in beweging. Daarbij komt 3D-fotografie en 3D-printen telkens als grote toevoeging aan bod.
Vrije wijze
Even later sluit Silvia Naldini zich bij de tafel aan. Ze wordt vergezeld door professor Rob van Hees, die binnen het vakgebied lang bekend is als gedreven onderzoeker. Silvia is onderzoekster van de TU Delft. Ze liet zich al verleiden om aan een vers hoekornament een eigen slag te geven en lacht: “Dat wordt al de Naldini-krul genoemd. Ik ben er alleen nog steeds niet van overtuigd of we op zo’n vrije wijze in de voetsporen van het verleden mogen treden. Het is wel gebaseerd op een ouder hoekornament, maar dan met mijn bescheiden handtekening.”
Plafonds
De discussie gaat over het behoud van oude ornamentenplafonds. Ontbreken er stukken, moet je dat dan laten zien? Wijnand is ervan overtuigd dat het wel erg ver voert om dat aangetaste vlak zo te houden.
“Het is allemaal geschiedenis, ook de toevoegingen in de tijd. Ik heb bij een project waar veel moest worden gereconstrueerd er een datum in laten zetten van die nieuwe elementen. Niemand zal het zien. Ik weet dat het er zit.”
Paleis op de Dam
Jaap haakt in om het belang van uitwisseling met anderen te delen. Zo spreekt hij met veel respect over zijn contact met Hans Vlaardingerbroek. Deze restauratie-architect is op het ogenblik betrokken bij de renovatie van het Paleis op de Dam. Hij nam eind vorig jaar de functie van beschermheer van het Gilde over van Wijnand Freling. Jaap onderstreept hoe waardevol contact is met dit soort ervaren mensen. “Alles hangt samen met een goede uitwisseling en overleg. Ook met opdrachtgevers uiteraard. Net zo goed kan het zinvol zijn met de bewoners van gedachten te wisselen. Vaak komen die mensen met praktische opmerkingen, bijvoorbeeld over de bereikbaarheid tijdens de uitvoering.”
Open uitwisseling
Voortdurend gaat het om uitwisselen tussen de 40 leden die op het ogenblik bij het Nederlands Stucgilde zijn aangesloten. “Buiten ons gilde zijn er natuurlijk andere kundige vakgenoten waar we via projecten mee in contact komen. Opmerkelijk is dat de uitwisseling vaak zo open is. Op die manier blijven we leren en ons niveau hoog houden.”
Daarbij schetsen Lois en Jaap hoe lastig het is om het hele genootschap van meesterstukadoors georganiseerd te houden. ‘’Zo zoeken we op het ogenblik een nieuwe secretaris.’’
Jubileumboek
Inmiddels stevent het gilde af op het 25-jarig bestaan. Anton van Delden is hard bezig daar een jubileumboekwerk voor te schrijven. Geen geringe opgave die volgend jaar gereed moet zijn. Jaap en Lois willen ook bij die mijlpaal benadrukken dat het bereikte niveau van het gilde uitstekend is. Ze schatten in dat 70% van de specialisten in ons land erbij is aangesloten. Als huidige voorzitter stelt Lois: “Voor ons maakt het niet uit of het iets meer wordt of iets minder. Zolang onze sterke samenhang maar blijft.”







