De winkel onder het pand Nachtegaalstraat 32 hoek Kerkstraat in Utrecht is een detonerende factor geworden na een restauratie die veel ingrijpender uitpakte dan ooit voorzien. Lois Vlasbom van Elvee Stucwerk zette zich hier een jaar lang voor in samen met restaurateur Hugo Van Milt. De opdracht begon met een luifel die naar beneden viel en het eindigde afgelopen najaar met een prachtig bloemornament zoals het pand van begin vorige eeuw oorspronkelijk gehad moet hebben. Uiteindelijk heeft een team van zeven stukadoors hieraan gewerkt en het woord monument past er beter bij dan de afgelopen decennia.
Tekst: Renée de Haan
Fotografie: Matthijs Pronker, Lois Vlasblom en Hugo Van Milt
Restauratie en stucwerk met veel speurwerk
Hele klus
“Het was een hele klus,” luidt de korte conclusie van Lois Vlasblom die hierna bevlogen uiteenzet wat voor speurwerk er achter deze opdracht ligt. Gelukkig ging de opdrachtgever in elke fase positief mee om een verwaarloosde gevel zijn waardigheid terug te geven.
Uitdagingen en Lois horen al jaren bij elkaar. Zijn oorspronkelijke kunstzinnige opleiding en de liefde voor stukadoren versterken de creativiteit die nodig is voor complexe opdrachten. Bij Nachtegaalstraat 32 was dat vooral de basisconstructie in staal die in combinatie met metselwerk, steengaas en mortel vochtproblemen had veroorzaakt, waardoor de luifel naar beneden kwam en meer stukken van de gevel dreigde een zelfde lot te wachten.
Eerste fase
Nadat Lois was gaan kijken met Hugo van Milt was al duidelijk dat het veel onderzoek ging vergen, vooral omdat het een Rijksmonument betreft. Met een lach denkt hij terug aan de eerste fase waarin het gemeentearchief werd geraadpleegd.
“We konden het pand niet terugvinden, want er bleek in de tussentijd een hernummering te hebben plaatsgevonden. Toen we daarachter kwamen, vonden we informatie waaruit bleek dat er van oorsprong een luifel zat. Die was in de jaren ’60 naar beneden gevallen en daar was een strakke versie voor in de plaats gekomen. We kregen meer informatie over het ontwerp met bijzondere ornamenten en sierlijsten typerend voor die tijd, een beetje in art deco.”
Markant pand
Het gebouw is ontworpen door architect Willem Bijlard en in 1909 voltooid. Het was direct een markant pand in een stijl die verwant is aan het werk van H.P. Berlage. In de winkelruimte huisde destijds het gerenommeerde meubelmerk Gispen. Opdrachtgever SSH wilde uiteraard behoud van het geheel, maar ook een terugkomst van de grandeur. Restaurateur Hugo Van Milt heeft al het metselwerk hersteld, inclusief de constructie op zich genomen en Lois werd zijn rechterhand voor alle stucwerk. Deze benaderde direct Kevin van de Meerendonk, specialist in Stucanet. Hij adviseerde hoe de hoofdvorm van de oorspronkelijke luifel met het pleistergaas viel terug te brengen.
Al in een vroeg stadium werd duidelijk hoe verroest het staal van de basisconstructie was
Verroest
Al in een vroeg stadium werd duidelijk hoe verroest het staal was van de basisconstructie en op sommige plekken zelfs verpulverd. Waarom er destijds voor een dergelijk materiaal is gekozen blijft gissen, maar waarschijnlijk was het een experiment in een tijd dat staal in de mode raakte in de bouw. Dit was voorheen met steengaas uitgevoerd; dat werd veel toegepast ook om stalen binten te omkleden. Buiten brengt dit dus grote risico’s met zich mee als er scheurtjes of verwering plaatsvinden.
De restaurateurs zaten met een dilemma: bij een monument mag niets zomaar gewijzigd worden. Hier gold gelukkig een uitzondering. Lois memoreert: “Dit was zo totaal niet duurzaam en zelfs niet veilig. Staal en zachte steen is scheurgevoeliger dan gewoon metselwerk, dus de latei van toen drukte de voorzijde langzaam naar voren. De werknemers van Van Milt mochten constructief rigoureus aan de slag en hebben in de werkplaats nieuwe betonnen binten gemaakt om het pand te consolideren.”
Neuten
Hierna kon de echte restauratie gaan beginnen. Op basis van een soort holte op de plaats waar de ornamenten hadden gezeten. Een foto helpt wel, maar biedt geen mal om een sierstuk opnieuw te kunnen produceren, zo merkt Lois fijntjes op. Zeker waar een soort balkonnetje zit moest een afgietsel met mortel komen.
“Dat werd dus boetseren in was om met siliconen een mal te kunnen maken want het ornament moest ook in dezelfde ronding komen als de nieuwe ondergrond. We moesten tegelijk een plan uitdenken met versteviging voor de ornamenten en zoeken naar mortels die niet te schraal zijn, maar ook niet te hard. Gekozen is voor een kant en klaar mortel van Ardex voor de raaplaag en voor de modellering van de lijsten bleken cementgebonden producten van Remmers ideaal omdat er een tikje kunsthars in zit. Ik heb een neut bedacht die zo in de mortel is gezet dat hij gesteld kon worden tot de juiste lengte. De lijsten konden door de verschuiving niet meer goed aansluiten dus de neuten waren een soort stoppunt.”
Als je teveel ergens aan gaat zitten, levert het meer problemen op dan resultaten
Frijnwerk
De lijsten bleken ook nog eens groot en moesten op de juiste wijze ter plekke gedilateerd worden. Op de steiger konden niet meer dan vijf personen aan het werk zijn. De collega’s gaven vanaf de straat alle benodigdheden aan.
Lois vervolgt: “De oorspronkelijke kleur was waarschijnlijk die van de mortel. Op de zwart-witfoto valt dat niet te zien, maar begin vorige eeuw werden dergelijke elementen minder geschilderd. Wel zat er veel frijnwerk in het stucwerk. Dat was weggeschilderd en hier hield het op voor ons. Als je teveel ergens aan gaat zitten, levert het meer problemen op dan resultaten. Die fijne streepjes hebben we als een soort imitatienatuursteen in het stucwerk opgenomen.”
Slopen
Al het oude werk was steengaas, het nieuwe rvs stucanet vormde een prima versteviging op meerdere plekken. Wat gesloopt moest worden is op verzoek van de restaurateur gedaan door gaten te boren. Zo werden trillingen in het gebouw vermeden en kwam er wel lucht in het geheel.
Lois benadrukt: “Alles wat we hebben weggehaald werd angstvallig bewaard als documentatie of kon elders gezandstraald worden. Dus ook het bruikbare staal werd ontroest en in een soort menie gezet. Het houtwerk van de raampartijen was in erbarmelijke staat en ook dat is goed hersteld. Het glas in lood was al jaren geleden verwijderd dus daar viel niets meer aan te doen.
De oorspronkelijke kleur was waarschijnlijk die van de mortel
Inspiratie
Oude bouwtekeningen bleven een houvast bij het herleiden van de oorsprong van dit gebouw. Tegelijk bleek dat een van de beste inspiraties letterlijk om de hoek lag. Het buurpand in de Kerkstraat dateert uit dezelfde tijd met bescheiden sierelementen. De vlakverdeling en tinten vormden wel een indicatie en boven de voordeur ziet de latei er zo aangetast uit dat het wat onderhoud kan gebruiken.
Uiteraard zijn alle gebruikte mortels en bouwmaterialen erop gericht dat nummer 32 de toekomst ingaat als een waar monument. De bewoners boven de winkel hebben de hele periode met steigers en kleine machines zonder morren doorstaan. Hun huis ziet er anders uit, maar zal ook zeker comfortabeler zijn.








