‘Bijzonder, ­spraakmakend stucwerk’
‘Bijzonder, ­spraakmakend stucwerk’

Het Neerlandsch Stucgilde bestaat 25 jaar. Het werd opgericht om kennis te bundelen, waar mogelijk terug te halen en door te geven. Dat alles is vastgelegd in ‘Bijzonder, spraakmakend stucwerk’, een boek dat niet alleen lezenswaardig moet zijn voor de kenners.
Schrijver Anton van Delden heeft als zeer ervaren stukadoor de historie belicht, maar ook de geheimen van dit stukje gespecialiseerd vakgebied binnen de steeds groter wordende wereld van de totaalafbouw. Het wordt tijdens de beurs Monument in Den Bosch gepresenteerd en ligt vanaf eind mei in de boekwinkel.

Tekst: Renée de Haan
Fotografie: Matthijs Pronker en Anton van Delden

Anton van Delden
Anton van Delden

Samenwerken

Alles in dit stukadoorshandboek draait om samenwerken en dat gebeurde zeker bij het tot stand komen van een kleine 300 pagina’s. Collega’s uit het vak hebben in de zijlijn van alles ­aangedragen en gekeurd. Jet Hoogerwaard van uitgeverij Avenir heeft als schrijfster en uitgever de teksten geredigeerd en de lay-out verzorgd. Architectuur-historicus Pieter Vlaardingerbroek en zijn broer Hans, de huidige Beschermheer van het Stucgilde, golden als medebegeleiders voor ‘Bijzonder, spraakmakend stucwerk’.

Een boekwerk over kennis en kunde vanaf de steiger bezien

Social media

De woning van Anton van Delden in Monster staat al een jaar lang in het teken van dit Levenswerk, met overal knipsels en afbeeldingen die met ­stucwerk verband houden.
“Als je me tien jaar geleden gezegd had dat ik een boek ging schrijven had ik gedacht: ‘Die is niet goed bij zijn hoofd. “Door mijn activiteiten op social media was ik langzaam wel in het schrijven en beschrijven terecht gekomen. Bovendien was ik bij het vorige boekwerk van Het Stucgilde betrokken, een uitgave van wijlen Pim Metman, de man die jarenlang Mebest onder zijn hoede had. Zijn inspanning leidde tot ‘Met de mantel der liefde, stukadoor, een beeldend ambacht.’ Dat is een ­luchtigere inzage in ons vak.”

De meester en de ­leerling als omslag
De meester en de ­leerling als omslag

Omslag

De omslag was een toevalstreffer. Op social media stuitte Anton op een tekening van een ambachtelijk horlogemaker. De prent intrigeerde hem. “De man die dit had gemaakt, was als jonge leerling geadviseerd om naar de kunstacademie te gaan, maar werkte uiteindelijk jaren bij de politie. Nu hij om persoonlijke redenen met dit werk moest ­stoppen, kwamen zijn oude talenten weer naar boven en pakte hij die enthousiast weer op. Ik vroeg hem of hij iets persoonlijks kon maken over mijn passie: het willen doorgeven van kennis, ervaring en kunde. Drie dagen later kreeg ik de tekening met de zin: ‘Bedoel je dit?’ Dat was direct het moment waarop ik besloot dat dit de omslag moest worden. De meester die aanreikt en de ­leerling die ontvangt.”

Het Neerlandsch Stucgilde viert 25 jaar bestaan

Selecteren

In de rijkdom aan informatie bleef het vooral zaak om te leren selecteren en alles zo te ­rangschikken dat de lezer er direct zijn eigen weg in vindt. Daarom is gekozen voor vijf delen waarin ­allerlei hoeken van het metier belicht ­worden, zoals, ­historie, vakkennis, tips, ­commentaren van collega’s en uiteraard sijpelt naast de zorgen ook de humor overal doorheen.

Opleiding meester restauratie- stukadoor te Veenendaal
Opleiding meester restauratie-stukadoor
te Veenendaal

Over de grenzen

De aanleiding van dit alles blijft heel simpel: er dreigt net als in veel andere beroepen belangrijke kennis verloren te gaan en vooral het delen van de praktische ervaring komt in het gedrang. Dat was destijds de reden om Het Neerlandsch Stucgilde op te richten. Anton benadrukt: “We zijn geen elite­groepje dat louter elkaar inspireert. We hebben totaal geen geheimen voor elkaar; we staan voor doorgeven van wat wij weten en leren telkens nog van anderen, ook over de grenzen heen. Daarom verdienen bepaalde stijlen en kunstwerken uit andere landen een plaats in onze eigen opvoeding.”

Angel

Bij dat laatste woord zit de angel: het vak van ­stukadoor is allang niet meer zo helder als een eeuw terug. Toen bestond de scholing uit een trap van leerling, aspirant, gezel, stukadoor tot ­gevorderde stukadoor. In al die jaren leerde men goed vlak pleisteren, lijsten trekken, ­ornamenten boetseren, vlakverdelingen tot correcties in ­plafonds, of hoe te handelen bij scheve gevels.

Het boekwerk wordt tijdens de beurs Monument in Den Bosch gepresenteerd

Een klein onderdeel van een ongekend trappenhuis in huis Dedel, Den Haag
Een klein onderdeel van een ongekend trappenhuis
in huis Dedel, Den Haag

Alle facetten

Anton: “Tegenwoordig mag iedereen zich ­stukadoor noemen, ook als hij Spachtelputz aanbrengt op een gipskartonplaat. Prima, maar daarmee is hij nog geen kenner van alle facetten uit ons beroep. Zeker niet omdat de opleidingen steeds korter ­worden, want we hebben handjes nodig en het vergaren van kennis gaat in plukjes. Je weet iets van dit en een beetje van zus, maar het echte overkoepelend inzicht blijft daarmee uit. Deze ­ontwikkeling heeft zeker ook op termijn zijn ­weerslag op de specialisaties daarna, waarvan de restauratiestukdoor er een van is.”

De stukadoor was ooit een zeer gerespecteerd persoon

Het smalste huisje van Alkmaar waar Gildelid Barry Zardoni alle ­ontbrekende delen op dit plafond weer opnieuw heeft gemodelleerd.
Het smalste huisje van Alkmaar
waar Gildelid Barry Zardoni alle ­ontbrekende delen
op dit plafond weer
opnieuw heeft gemodelleerd.

Wakker schudden

Het boek moet hierin de lezers wakker schudden: neem de tijd, kijk wat er aan prachtige dingen gerealiseerd is en hoe die waarde tegenwoordig onschatbaar is. De liefde voor het vak spat ervan af als Anton memoreert: “De stukadoor was aan het begin van de vorige eeuw een zeer ­gerespecteerd persoon, die bij wijze van spreken met handschoentjes en stropdas op het werk kwam. Een halve eeuw later wordt hij gezien als een soort vieze metervreter, want ze werden per vierkante meter betaald en gunden zich geen tijd om te eten of naar het toilet te gaan.”

Roofbouw

Als zoon en kleinzoon van een stukadoorsfamilie heeft hij daar zeker iets van mee gekregen. Lange werkdagen met zware mortels trappen op sjouwen en in de avonden leerde je nog bij, zo herinnert hij zich helder.
“En vaak op de knieën in een vochtige kleine ruimte, dus als zovelen heb ik roofbouw gepleegd op mijn lichaam. Ook daar moet je de nieuwe generatie in coachen, al zijn er nu gelukkig veel meer middelen om het vak lichter te maken, tot en met de gewichten van de zakken mortel aan toe.”

De denkers en de doeners moeten elkaar vinden, dan kom je samen in het midden uit

Onderdeel van het samengestelde plafond in de grote zaal van huis Dedel
Onderdeel van het samengestelde plafond
in de grote zaal van huis Dedel

Vazallen

Als vazallen bij het schrijven van ‘Bijzonder, spraakmakend stucwerk’ had hij veel steun aan Hans Geerken, Wijnand Freling, Lois Vlasblom en Jaap Poortvliet.
Het moest een boek worden voor leden, leken en professionals die totaal verschillen.
Anton: “Gelukkig denk ik niet zo in hokjes. We ­hebben bijvoorbeeld meegewerkt met de TU in Delft aan een jarenlang onderzoek naar zout­vorming in stucwerk. Zij zijn de wetenschappers, ik de man van de steiger. Op zulke momenten­ ­schieten mijn gedachten terug naar mijn jonge jaren, waarbij ik van mijn leermeester meekreeg: ‘Daar heb je die mannen met die pakken weer die ons gaan vertellen hoe we moeten werken’. En waarbij de ‘pakken’ meestal dachten: ‘Wat moeten we met die uit de kluiten gevormde smeerders aan?’ De denkers en de doeners moeten elkaar vinden, dan kom je samen in het midden uit. De theorie en de praktijk bij elkaar laten komen, dat is waar het om gaat.”

Verrast

“Ook in dit boek’’, zo benadrukt Anton van Delden. ‘’Het meest bijzondere van alles is dat je nog altijd zelf verrast wordt en met mij dus ook mijn gildebroeders. Zelfs Jaap Poortvliet roept dan ineens met al zijn ervaring tijdens het lezen: ‘Zo heb ik het nooit bekeken.’ Kijk dat moeten we hebben. Dat iedereen mag kiezen welk deel hij of zij gaat lezen en dan de smaak te pakken krijgt. Dan lees je over al die Italianen, Fransen en Duitsers die hierheen kwamen om hun kunst en kunde te delen, waarbij ze bedoeld of onbedoeld ook gelijk hun ervaring doorgaven. Dat mogen we nooit kwijtraken. Je leest wat er allemaal is gebeurd en een stukje ­evaluatie waar dit toe kan leiden.”

Mebest

In de zoektocht voor ‘Bijzonder, ­spraakmakend ­stucwerk’ raadpleegde Anton van Delden archieven van ­uiteenlopende aard, ­waarbij de geschiedenis van Mebest telkens opdoemde. Meer en beter stukadoorswerk is in het leven geroepen in 1937 en wordt voor het eerst door de Volkskrant gemeld bij een ­expositie in Rotterdam in 1941. Daar was ook Anton Poptie aanwezig, een coryfee uit een ­eeuwenoude stukadoorsfamilie, die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn ‘Handboek voor den ­stucadoor’ liet uitbrengen. Het tijdschrift ‘De Stukadoor’ was met het uitbreiden van de oorlog opgeheven. In hoeverre dat met Mebest verweven was is niet helemaal duidelijk.
In de zoektocht voor ‘Bijzonder, ­spraakmakend ­stucwerk’ raadpleegde Anton van Delden archieven van ­uiteenlopende aard, ­waarbij de geschiedenis van Mebest telkens opdoemde. Meer en beter stukadoorswerk is in het leven geroepen in 1937 en wordt voor het eerst door de Volkskrant gemeld bij een ­expositie in Rotterdam in 1941. Daar was ook Anton Poptie aanwezig, een coryfee uit een ­eeuwenoude stukadoorsfamilie, die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn ‘Handboek voor den ­stucadoor’ liet uitbrengen. Het tijdschrift ‘De Stukadoor’ was met het uitbreiden van de oorlog opgeheven. In hoeverre dat met Mebest verweven was is niet helemaal duidelijk.

Download de gratis Mebest-app