
door Renée de Haan
‘Zo, en dan gaan we nu naar de tropische vissen.’ Telkens als we naar Artis gingen was dit de domper van de dag. De hele familie had een abonnement, omdat ouders van toen nog dachten dat ze hiermee een dier- en kindvriendelijke daad stelden. Alles in het Aquarium was angstaanjagend, althans voor een kind van toen.
De ouderen bleven maar bordjes voorlezen over exotische soorten, terwijl je liever terug wilde naar de kinderboerderij waar je beesten kon aaien in de open lucht. Of naar al die andere attracties waar je de dieren nog mocht voeren met oud brood, pinda’s of een banaan.
De aversie werd zeker gevoed door het gebouw. Omdat de vissen ons kleintjes totaal niet konden boeien, wilden we tikkertje doen in de gang, maar dat mocht absoluut niet. We moesten op een soort bankjes voor de glazen wanden gaan staan met de neus ongeveer tegen het raam. En maar hopen dat het glas niet spontaan brak.
Er was geen kleur te bekennen, behalve van sommige vissen, en het rook er vies. Wat raar was door het glas heen, we hadden het echter onderling in elk geval over ‘die stinkvissen’ zodra de pas werd ingezet naar Het Gebouw.
Als volwassenen wisten we deze hoek in elk geval jarenlang te vermijden. Veel van mijn leeftijdgenoten hadden precies die aversie, dus dat kwam goed uit. Een tijdje terug hoefden we dit niet eens meer van het lijstje te schrappen, want het Aquarium was gesloten. In het bord renovatie was ik uiteraard totaal niet geïnteresseerd.
Tot nu toe. Wat een monument is hier gekomen! En hoe rijk die geschiedenis met al die details. Je zou er een boek over kunnen schrijven… Dat heeft Artis ook gedaan, in een beperkte oplage, voorlopig.
De verklaringen over zout en water dat de lucht bezoedelde maakt dat we nu begrijpen dat we als kind de waarheid spraken. Al die vieze plekken in de muren zijn weg. De zalen en gangen zijn nog leeg, want de ‘bewoners’ moeten nog opgevist worden van verre locaties in Europa en deels uit het eigen opvangcentrum in Artis.
Mijn kennisniveau van al die vinnige soorten laat ver te wensen over, maar met kleine kinderen in mijn kielzog krijgt het een herkansing. Want die hebben opdrachten, kleurplaten, van alles wat een museum of dierentuin tegenwoordig aanreikt als spelelement.
Als het goed is hebben die kleintjes niet eens tijd om aan hollen te denken in die prachtige zalen. Het is er ook in temperatuur zo behaaglijk geworden dat je rustig een tijdje blijft zitten op die ‘bankjes’ . En je kan er filmen! Het was er vroeger zo donker dat in de super- achtfilmpjes die mijn vader van Artis maakte, nergens dat Aquarium voorkomt. Tot onze vreugde.
Ik vermoed dat de hele verbouwing ook voor de enorme collectie vissen en aanverwanten een betere accommodatie oplevert. Misschien komen ze zoveel beter tot hun recht dat zelfs ik interesse ga krijgen in zwemmend en stilstaand leven achter glas. Voorlopig kom ik vooral voor het gebouw, dat tot in alle hoeken lijkt te herademen. Net als de bezoekers van vóór deze operatie. Die als meer dan geslaagd in de historie wordt bijgezet.
Renée de Haan