De witte huisjes aan de Springweg in Utrecht zijn een begrip met een heel lange historie tot aan de Middeleeuwen toe. De gevels zijn al geruime tijd stevig onder handen genomen als onderdeel van groot onderhoud. Dankzij grondige onderzoeken kwamen heel veel wetenswaardigheden aan het licht. Het gaat om de huisnummers 110 tot 130.
Tekst en foto’s: Matthijs Pronker
Veel speurwerk van de Utrechtse kunsthistoricus Bart Klück leverde de conclusie op dat het ontwerp uit 1583 om een verbouwing ging
Bouwtekening
In het archief van Utrecht geldt de bouwtekening van deze armenhuisjes uit 1583 als het oudste ontwerp. Maar het betreft niet de nieuwbouw van de woningen, zoals de bewaard gebleven bouwtekening lijkt aan te geven. Het bouwhistorisch onderzoek, voorafgaand aan de restauratie van 1979 tot 1981, bewees dat het hier om de verbouwing van al bestaande panden gaat. Deze stonden achter op het terrein van het Regulierenklooster. Heel veel speurwerk van vooral de Utrechtse kunsthistoricus Bart Klück leverde de conclusie op dat het hier om een verbouwing ging.
Mieropskameren
De oude vloervelden laten een relatie tussen vroegere functies van diverse woningen zien, voordat deze vrijwoningen werden. Bart Klück heeft jarenlang alle afdrukken in de vloeren bestudeerd en kon daardoor het gebruik achterhalen. Daaruit bleek dat de huisjes uit deze achterstraat van de Oudegracht tot een afscheiding van het nabijgelegen klooster behoorden. Maar ook dat hier bedrijven hebben gezeten, zoals een bakkerij, smederij en een paardenstal. In 1583 werd door Cornelis van Mierop, Proost van de Dom, een legaat nagelaten voor de bouw van twaalf armenwoningen die vanaf toen de Mieropsopskameren heetten
Oude materialen
In tegenstelling tot alle bekende hofjes liggen deze aan een lange straat en bestaan ze uit twee verdiepingen in plaats van één. De aanpak van de gevel was niet gemakkelijk gezien de combinatie van oude materialen, de bouw en de beweging van de muur. Er waren afwerklagen van diverse restauraties met de inzichten die ze daarover hadden in die tijd en eveneens oude verflagen. Door alle cement en andere lagen van de gevels te verwijderen tot schoon metselwerk, kon er gekozen worden voor een opbouw met geschikte materialen.
Een team van goud voor een uitzonderlijk monument
Schoon metselwerk
Kars Geerken is met zijn bedrijf Khalix Restauratie-producten specialist op het gebied van historische kalkmortels en recepturen en kon de juiste producten leveren en inzichtelijk meedenken bij de gevelaanpak.
“Omdat de bestaande pleister een keiharde cementpleister betrof was de keuze om deze volledig te verwijderen al snel gemaakt. Het had de vochthuishouding van de constructie ernstig verstoord doordat de gevels niet meer konden ‘ademen’. In de restauratie spreken we dan ook wel van een doodskleed. Vocht kan alleen via alle houten elementen de gevel verlaten en daar wil je het juist niet hebben. De balkkoppen en andere elementen waren ernstig aangetast.”
Vertinlaag
“Voor dit project hebben we specifiek gekozen voor een Solubel luchtkalk- mortelsysteem. Dit ligt in het verlengde van de historische legmortel. Omdat er uiteenlopende oneffenheden achter de harde cementpleister vandaan kwamen, hebben we een grove vertinlaag aangebracht met Solubel SP50 0-4 mm. Deze varieerde in dikte van 1 tot 6 cm. Met de eerste laag heeft Porsius geprobeerd om de gevel al redelijk vlak onder een korte rei te brengen. Door de wisselende laagdiktes heeft de vertinlaag een paar dagen de tijd gehad om de kunnen ‘kraken’, oftewel drogen zodat er geen drogingskrimp meer aanwezig was.”
Raaplaag
Zodra deze voldoende gekraakt was heeft Porsius de tweede laag aangebracht. Dit was wederom de Solubel SP50, maar dan in een fijne korrel van 0-2 mm. Deze raaplaag is in een gemiddelde laagdikte van 10 mm opgezet, vlak onder een korte rei gebracht en de volgende dag met een rabatschaaf gekrabd. Als laatste fijne afwerking is er gekozen voor een witte schuurlaag van Solubel SP50 0-0,8 mm. Voor Steffan de Wit van Porsius stukadoors en Marcel Felix van het gelijknamige stukadoorsbedrijf was het geen doorsnee klus, aldus Kars.
Jaren ervaring
“Omdat er nagenoeg geen chemie in deze super traditionele mortels zit om ze goed verwerkbaar te maken, is het even wennen zodra je voor de eerste keer met Solubel in aanraking komt. Deze stukadoors hebben echter al jaren ervaring opgedaan met dit supertraditionele materiaal en speciaal daarvoor een M-TEC duomix 2000 aangeschaft zodat alles machinaal verwerkt kon worden. Dankzij een bijbehorend aggregaat konden ze volledig selfsupporting doorwerken. Dat deden ze met veel plezier en toewijding. Het is natuurlijk een superreferentie die je wel op je CV wil hebben staan. Er wordt zelfs gefluisterd dat Marcel Felix in het weekend nog is teruggegaan om de ramen nog extra te zemen. Dat zegt wel iets over je toewijding en de liefde voor het vak.”
Andere punten van aanpak
Verder worden de gevels ook op andere punten aangepakt. Bij twee mutatiewoningen is glas vervangen door Van Ruysdaelglas, en worden er achterzet-ramen geplaatst in de voorgevel, zodat het aangezicht niet verandert en het aanwezige historische glas bewaard blijft. Schilderwerk wordt aangepakt en het lood- en zinkwerk wordt vervangen omdat het einde levensduur betrof. De aanwezige kunstof HWA’s uit de jaren ‘80 worden vervangen door zinken. Alles volgens de uitvoeringsrichtlijnen van Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM).
Ook de achtergevel krijgt een grote beurt. Deze dateert eveneens uit de Middeleeuwen. Hier zijn bescheiden tuintjes en schuurtjes die grenzen aan een park dat ooit bij het klooster behoorde. De oude zuilen die daar ter bezichtiging liggen waren overigens ooit bedoeld voor herstel van de Dom.
Samenkomst
Milan Fontijn, bouwkundige van het Utrechts Monumentenfonds , doet de bouwbegeleiding samen met Menno Tillema. Hij is regelmatig ter plekke en volgt het geheel enthousiast.
‘’Monumenten fascineren mij enorm. De samenkomst van eeuwen geschiedenis, de materialen en dat ik mee mag werken aan het behoud van dit bijzondere erfgoed is geweldig en bijzonder. Achter het oude stucwerk kwam een schat van bouwhistorische sporen in de gevel tevoorschijn. Deze hebben Menno en ik gedocumenteerd op tekeningen en foto’s voordat ze weer achter de nieuwe pleisterlaag verdwenen. In combinatie met eerdere onderzoeken is het een mooi vertrekpunt voor een allesomvattend onderzoek van deze bijzondere plek en dit uitzonderlijke monument”.
Tijdslagen
Milan wijst graag de tijdslagen van al die jaren aan, zoals de uitbouwtjes uit de jaren ‘50 met een lessenaarsdak bestemd voor toiletten. Deze zijn in de jaren ’80 verruimd tot badkamers en keukens. Toen is ook het dak geheel vernieuwd. De uitbouwtjes worden niet afgepleisterd, maar de rest van de achtergevel daarboven wel. Binnen zijn er nog voorbeelden met een steektrap en valt op sommige plekken nog te zien waar de kachel ooit stond. De balken zijn hier en daar overgedimensioneerd omdat ze mogelijk uit een ander gebouw kwamen.
Telkens overleggen
Er zijn nauwkeurige beslissingen genomen om het authentieke zoveel mogelijk terug te halen en het woongenot te verbeteren. Hier is een heel team op de bouwplek zo bezig dat elke partij elkaar ondersteunt. Het wordt door aanwezige schilders, stukadoors en Milan sterk benadrukt dat van de opdrachtgever tot de laatste schakel de samenwerking van goud is.
“De straat is smal, de steiger moet er een tijd staan, het werkvlak binnen en buiten blijft beperkt en dus is telkens overleggen van groot belang. De schilders, tegelzetters, stukadoors en loodgieters houden schema’s aan waarbij ze elkaar niet in de weg zitten. Ook is de dank naar huurders groot voor hun flexibiliteit en medewerking.”
Deze hebben in elk geval een heel ander aangezicht van hun woning gekregen dan het in tijden geweest is.
Waarom een luchtkalkpleister?
In het verleden zijn veel gevels voorzien van stucwerk dat te hard was voor de historische, zachte bakstenen. Dit zorgde voor vochtproblemen en scheuren. Tegenwoordig wordt heel bewust voor een traditionele luchtkalkpleister gekozen. Deze pleistersoort is:
- Dampopen: de constructie kan weer ademen en de gevels worden droog. Droge gevels hebben bovendien een betere, hogere Rc-waarde, isolatiewaarde.
- Flexibel: de pleister beweegt op natuurlijke wijze mee met de ondergrond en voorkomt zo spanning en schade in de afwerking.
- Esthetisch: het geeft de gevels weer die authentieke, zachte en levendige uitstraling die perfect past bij een monumentaal pand.
- Opdrachtgever: het Utrechts Monumentenfonds
- Aannemer: Legemaat Van Elst in samenwerking met Menno Tillema Erfgoedadvies
- Stukadoor: Porsius Stukadoor en Restauratiewerken
- Materialen en advies; Kars Geerken van Khalix Restauratieproducten
- Schilderwerken: De Ambachtshand en het Gilde
- Lood- en zinkwerken: Bogaerts- van Nuland B.V.
- Balkkopconservering: Conserduc-Renofors












