‘Between a rock and a hard place’ door verbrijzelde dekvloeren

product image-1
product image-2
product image-3
Uit de praktijk van TBA
Nieuwbouw
+2
20 december 2023

Uit de praktijk van TBA


Technisch Bureau Afbouw (TBA) wordt als onpartijdige partij regelmatig gevraagd om schades te beoordelen en te achterhalen hoe ze zijn ontstaan. Recent kreeg technisch adviseur Onno de Vries het verzoek om dat te doen bij een dekvloer die net een jaar oud is.

Grote zorgen in een nagelnieuw zorgcentrum; op verschillende plekken in het gebouw zijn de dekvloeren verbrijzeld. Er waren al wat herstelwerkzaamheden uitgevoerd, maar de opdrachtgever wilde wel graag weten wat de schade heeft veroorzaakt en hoe groot de kans is dat de héle vloer stuk gaat. Een logische vraag, na de reparaties zijn namelijk op andere plekken weer nieuwe schades ontdekt. Onno de Vries ging een kijkje nemen op de plek des onheils. Hij is bij Technisch Bureau Afbouw één van de technisch adviseurs die is gespecialiseerd in vloeren.

Veel te weinig millimeters

In het bestek is voor vrijwel het gehele gebouw een cementgebonden dekvloer voorgeschreven van 60mm dikte. Door de toepassing van een voorgeschreven innovatief bindmiddel moet die vloer kwaliteit F4 realiseren. Hij moest worden aangebracht op een isolatielaag van 20mm waarin vloerverwarming op basis van warmwaterleidingen is opgenomen. De aannemer gaf aan dat op één plek de dekvloer circa 40mm dik is uitgevoerd. Bij de eerdere reparaties op verschillende plekken in het gebouw bleek echter dat de voorgeschreven dikte van 60 mm nérgens wordt gehaald, en ook de genoemde 40 mm niet is gerealiseerd. “Op foto’s is te zien dat, waar de dekvloer verbrijzeld is, de dikte boven de warmwaterleidingen slechts rond de 15 millimeter ligt”, zegt De Vries. “En toen ik er was, was de vloer open op een nieuwe schadeplek. Daar heb ik een totale dikte van 47 millimeter (inclusief verwarmingsleiding) gemeten, waarvan 29 millimeter dekking op de leidingen van de vloerverwarming. Verder kon ik zien dat op die plek de constructievloer heel onvlak is, zodat de onderliggende isolatie zeker niet volledig en gelijkmatig werd ondersteund.”

Weinig dilataties, geen wapening

Op de verdiepingen trof De Vries nog andere schades aan. Van één van de daar aanwezige thermische spanningsscheuren kon hij niet zo snel een oorzaak vinden, van de andere (die zat in een versmalling van het vloeroppervlak) was het duidelijk voor de technisch adviseur. “Voor een niet-hechtend uitgevoerde cementgebonden dekvloer waren daar niet voldoende dilataties gemaakt.” Om de kans op scheuren te beperken, en ook de breedte ervan, is het bovendien verstandig om boven de vloerverwarmingsleidingen een krimpwapening op te nemen. “Deze dekvloeren zijn echter ongewapend”, constateerde De Vries. “Volgens de aannemer zijn ze weliswaar voorzien van kunststof vezels, maar dat is géén vervanging van krimpwapening.”

Geen C maar F

De technisch adviseur van TBA legde uit aan de opdrachtgever en de aannemer, die beide bij zijn controle aanwezig waren, hoe het kan dat op de begane grond de dekvloer op verschillende plekken is verbrijzeld. “Bij hechtende dekvloeren is vooral de druksterkte (C) van belang. Bij verend opgelegde dekvloeren zoals hier zijn gemaakt, is echter de buigtreksterkte (F) maatgevend. De dikte van de dekvloer, de indrukbaarheid van de isolatielaag, de gebruiksbelasting op de vloer en de beschikbare inbouwhoogte zijn bepalend voor de benodigde buigtreksterkte en daarmee dan vaak ook voor de materiaalkeuze. In NEN 2742 staat hoe dat werkt.” Om duidelijk te maken wat dat voor deze vloer betekent, haalde De Vries het bestek erbij. “Dat gaat uit van 60 millimeter (inclusief vloerverwarmingsleiding) dekvloer die door de toepassing van een innovatief bindmiddel kwaliteit F4 moet realiseren. Als je de dikte van de vloerverwarming ervan aftrekt, kom je op een netto dikte van 45 millimeter. Uit NEN 2742 kan worden afgeleid dat de vloer dan een puntlast van ongeveer 2,5kN kan opnemen. Hier is echter geen innovatieve dekvloermortel met een buigtreksterkte F4 toegepast. Er is gebruik gemaakt van een traditionele dekvloermortel die in gunstige omstandigheden ongeveer F1 realiseert. Kans is groot dat door de toepassing van kunststofvezels zelfs die waarde niet wordt gehaald. Wil je met F1 de technische prestaties realiseren die in het bestek staan, dan zou een dekvloerdikte van 85 + 15 millimeter leidingdikte = 100 millimeter nodig zijn. Dat is hier bij lange na niet het geval. Ik kan dan ook niet anders concluderen dan dat de dekvloer nergens de uit het bestek volgende vloerbelasting zal kunnen dragen.”

Onvermijdelijke overlast

Volgens De Vries is het zelfs zo dat met de netto vloerdiktes die op de plek van de verschillende beschadigingen zijn gemeten (15 tot 29 mm op de leidingen dus), in combinatie met de zeer beperkte buigtreksterkte F1, de belastbaarheid van de dekvloer nagenoeg verwaarloosbaar is. “In feite is het de egalisatielaag die de dekvloer vooralsnog bij elkaar houdt. De kans op toekomstige schade is dan ook extreem groot. Er zit helaas niets anders op dan de vloer te verwijderen en door een goede vloer te vervangen.” Geen goed nieuws dus voor de opdrachtgever. Het gaat immers om een zorgcentrum dat inmiddels in gebruik is, en herstelwerkzaamheden gaan hoe dan ook voor overlast zorgen; en niet alleen omdat het verwijderen van de inferieure dekvloer niet zonder herrie en stof zal gaan. De technisch adviseur van TBA gaf twee mogelijke hersteloplossingen die rekening houden met de beperkte inbouwhoogte. “De constructievloer moet goed vlak worden gemaakt. Vervolgens breng je op een laag warmtekerende folie bindnetten aan en daarop de verwarmingsleidingen. Daaroverheen komt dan een calciumsulfaatgebonden of cementgebonden gietdekvloer die na voldoende droogtijd kan worden afgewerkt. Nadeel van deze methode is dat de uitvoeringsduur behoorlijk lang is door de benodigde droogtijden.” Als alternatief noemde hij een niet hechtend droog vloersysteem van verschillende lagen plaatmateriaal, waarvan de onderste laag met voorgefreesde leidingsleuven. “Deze methode zal veel sneller kunnen worden uitgevoerd en waarschijnlijk ook voor minder geluidsoverlast zorgen, maar hij is ook aanzienlijk duurder”, zegt De Vries. Helaas een kwestie van kiezen tussen twee kwaden dus, want niets doen is simpelweg geen optie.

===

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Onno de Vries, Klokhuys tekst en foto, Eric van Nieuwland

Sla op als favoriet

Schrijf je nu ook in voor onze nieuwsbrief!