Gevelrestauratie langs de Waal
: Liever goed dan snel

product image-1
product image-2
product image-3
Stukadoor
Restauratie
+2
16 maart 2022

Helemaal duidelijk is de geschiedenis van huis Vredenburg in Boven-Leeuwen niet, maar toen Ardie Bull het pand tien jaar geleden kocht, was wel helder als glas dat er veel herstelwerk nodig was om het in orde te krijgen. Vooral de gepleisterde gevel was er slecht aan toe. Meesterstukadoor Jan Hoskam uit Ammerzoden is twee jaar bezig geweest om alles weer heel en mooi te maken.

De locatie is geweldig, vlakbij de uiterwaarden van de Waal. Volgens de website www.rijksmonumenten.nl is de T-boederij daar in het derde kwart van de 19e eeuw gebouwd. De huidige eigenaar heeft het vermoeden dat de geschiedenis wel eens verder terug kan gaan. “Dit schijnt het jachthuis te zijn geweest dat bij kasteel Huijs Leeuwen hoorde. Dat zou kunnen want in de jachtkamer zitten muurschilderingen waarop 1622 staat.” Het gebouw zou dan dus minstens 4 eeuwen oud zijn. Er zijn echter ook verhalen dat het is gebouwd met het materiaal van het kasteel nadat dat was afgebroken. Die sloop gebeurde begin 19e eeuw. Dan moeten er dus complete stukken muur met de muurschilderingen zijn hergebruikt. Duurzaam, maar het maakt het wel verwarrend. Ook de bevindingen van meesterstukadoor Jan Hoskam tijdens zijn werk aan de gevel geven geen uitsluitsel. “Aan de voegen en doordat het niet in verband is gemetseld kun je zien dat het geen schoon metselwerk is geweest. Het moet dus wel vanaf het begin gestukadoord zijn geweest, maar er zat een zware cement op de gevel dus dat kan er nooit 400 jaar geleden zijn opgezet.” Zeker is in ieder geval dat met het gebruik van de cementmortel een klassieke fout is gemaakt want de bakstenen waarop hij is aangebracht, zijn erg zacht. Het is een combinatie die vroeg of laat gegarandeerd voor problemen zorgt. Hier was het echter niet de enige reden dat het gevelstucwerk er zo slecht aan toe was.

Vocht, verzakkingen en mest

Hoe mooi de locatie achter de Waaldijk ook is, de grond rondom het monumentale pand is erg nat. “Het eerste dat we hebben gedaan toen we het hadden gekocht is een vijver graven om het water kwijt te kunnen. En we hebben ook grindkoffers langs de gevels gemaakt”, zegt eigenaar Bull. “Tegen de voorgevel aan lagen tegels, in cement. Het water bleef daar staan waardoor de gevel drijfnat was geworden.”
Ander probleem was de verzakking van de woning. “De voorgevel is 20 meter lang, daardoor viel het eerst helemaal niet op hoe scheef het pand staat”, zegt Hoskam. “Toen de steiger was geplaatst, werd dat wel duidelijk. Aan de ene kant zaten we 20 cm onder de dakrand, aan de andere kant zaten we er zowat tegenaan, en dat terwijl de steiger toch echt waterpas was gezet!” Door die verzakking waren de muurankers die door de gevel in de vloerbalken staken, de gevel in getrokken.
En dan waren er nog de stallen aan de achterkant van het pand. Daar is jarenlang mest in opgeslagen geweest. Waar dat tegen de gevels aan heeft gelegen, heeft dat voor een enorme indringing van zouten en nitraten gezorgd.
Alles bij elkaar genoeg om zowel het pleisterwerk als de lijsten, de schijnvoegen, de gefrijnde plinten en de voetstukken in die plinten en het metselwerk zelf serieus te beschadigen.

Alleskunner

Hoskam begon in 2017 aan het herstelwerk. In eerste instantie was de vraag of hij de schade kon repareren maar daarvoor bleek het al snel te slecht, het stucwerk moest grotendeels vervangen worden. Omdat hij graag met ParexLanko producten werkt, nam de stukadoor contact op met Peter Boogaard, destijds leverancier van de Franse kalkproducten. Vanwege de grote vochtproblemen, luidde het advies om de saneermortel Parlumiere STH te gebruiken. Het is een materiaal op basis van 51% luchtkalk met puzzolane toevoegingen, aldus Boogaard. “Door die toeslagmaterialen bindt de STH sneller af en dat is wel zo prettig met buitenwerk. Pure luchtkalk heeft namelijk wel een week of 6 tot 7 nodig voor het hard is.”
Bepalend voor het advies was vooral dat de STH over een bestaande raaplaag heen kan, onder het maaiveld kan worden toegepast en een bufferend vermogen heeft. Allemaal zaken die hier aan de orde waren, al waren niet voor elke muur ál die eigenschappen nodig. “Je kunt wel met allerlei verschillende materialen gaan werken maar dat maakt het er niet makkelijker op”, licht Boogaard de keuze toe om het bij één product te houden.

Zoutprobleem opgelost

Voordat de saneerpleister werd aangebracht, moesten er wat maatregelen worden genomen tegen de oorzaken van de schade. Zo vereiste het zoutprobleem bij de stalmuren een sluitende oplossing. Hoskam gebruikte daar onder meer Technicure CS voor. “Dat materiaal zorgt ervoor dat de zouten niet meer oplossen in water en met het vocht mee omhoog de muur in kunnen trekken”, legt hij uit. De stukadoor heeft flink in de muur moeten boren om het materiaal te kunnen injecteren, om de 20 cm is onder een hoek van 45 graden een gat van 15 cm diep gemaakt waar het materiaal in is gegoten.
De Technicure legt weliswaar de zouttoevoer naar boven aan banden, het zout dat al ín de muur zit, moet er nog wel uit. Daarvoor komt de bufferende werking van de ParexLanko STH goed van pas. “Vocht dat in de gevel zit, kan door de kalk naar buiten, het zout blijft in die raaplaag achter”, legt Boogaard uit. “Daar kan het materiaal tegen, het gaat niet kapot; ook niet als het vol zit. Dan komt het zout naar buiten en veeg je het gewoon van de muur af.” Het zal wel even duren voordat dat nodig is want de bufferende laag is 3 cm dik.

Flexibel ingepakt

Bij de gevel van het voorhuis waren het met name de muurankers die voor sluimerend gevaar zorgden. Ze zijn vrijgekapt, schoongemaakt en van roest ontdaan. Vervolgens zijn ze ingespoten met Hammerite en behandeld met Flexim, een flexibele rubberachtige pasta. “De ankers zitten immers in de houten balklagen en hout beweegt altijd”, legt Hoskam uit. “Die ankers bewegen dan gewoon mee. Doe je niets om dat op te vangen, dan heb je grote kans dat het stucwerk er op een gegeven moment weer afklapt.”
Na de behandeling van de muurankers zijn de gaten dichtgemaakt met de STH waar voor de zekerheid toch ook nog wapeningsgaas in is verwerkt. Hoskam heeft vervolgens de hele gevel voorgesmeerd met STH waarin ook nog eens een wapeningsgaas is opgenomen. Nadat de schijnvoegen in blokverband waren teruggebracht, zijn alle vakken afgeschuurd met de saneermortel. Een aantal ankers is niet meer te zien. Ze waren door de verzakking de muur ingetrokken en zitten nu achter de nieuwe stuclaag.

Waterpas is scheef

Het zijn vooral de schijnvoegen die van de gevel een bijzondere verschijning maken; smalle ronde lijsten met een groef erin. “Je komt dit niet vaak tegen, en al helemaal niet in blokverband”, zegt Hoskam. Hij trok de lijsten ter plekke op de gevel. De uitdaging daarbij was vooral de verzakking van de gevel. “Want wat moet je aanhouden?” schetst de stukadoor. “Als je ze waterpas zet dan ziet het er niet uit.” Uiteindelijk is hij uitgegaan van de vensterbanken en van de lijstjes die hij op de zijgevel maakte. Omdat die gevel niet zo ernstig verzakt was konden ze daar wel waterpas worden gezet.
De schijnvoegen maakte Hoskam met Artopierre, een luchtkalk van ParexLanko. Hij zette steeds op de ene dag een aantal lengtes op en trok die iets dikker dan hij ze eigenlijk wilde hebben. Dat werk dekte hij af met plastic. De volgende dag was het dan stijf genoeg om de lijstjes met een malletje terug te krabben naar de juiste dikte en de voeg erin te maken. Dat levert een strakker resultaat op dan wanneer dat meteen al de eerste dag gebeurt.

Het betere imitatiewerk

Bij het kamwerk van de plint ging hij ook zo te werk, dus de eerste dag de Artopierre opzetten, afdekken en de volgende dag met de kam de groefjes erin trekken. “Zo krijg je meer het effect van echt frijnwerk dan wanneer je het eerder kamt.” Het kammen is immers een imitatie van gefrijnd natuursteen. “Vroeger deden ze dit nog anders”, voegt Boogaard toe. “Dan smeerde de stukadoor een dikke laag cement en kwam een aantal weken later de steenhouwer om het frijnwerk erin te kappen.” 
Hoskam ontdekte dat het kamwerk achter de basementen van de pilasters doorloopt. “Die moeten er origineel dus niet hebben gezeten maar er later op zijn gemaakt”, concludeert hij. Diverse van die voetstukken waren eveneens flink beschadigd en moesten door de stukadoor worden hersteld. “Ik heb mallen gemaakt van de delen die weg waren, met Mortier Pierre nieuwe stukken gemaakt en daarmee de boel weer heel gemaakt.”

Waardering voor de vakman

Waar vooraf de hoop was om voor Kerstmis 2017 klaar te zijn, is Hoskam, in fases, tot in 2019 bezig geweest met de restauratie van de gevel. Het heeft vervolgens nog tot eind 2021 geduurd voor het geschilderd was. “Ik heb nog niet eens alles laten schilderen”, zegt eigenaar Bull. “Het loopt allemaal behoorlijk in de papieren dus het lukt gewoon niet om het allemaal in één keer te doen. Ik doe dus ieder jaar iets.” Het doel is immers wel om het monumentale pand helemaal op orde te brengen. En om het goed te doen. “Daarom ben ik ook zo blij met zo’n vakman als Jan. En daarom is het ook geschilderd met de verf die hij heeft geadviseerd. Anders kun je het net zo goed niet doen.”

=====

 

Tekst: Klokhuys tekst en foto
Fotografie: Jan Hoskam, Klokhuys tekst en foto

Sla op als favoriet

Schrijf je nu ook in voor onze nieuwsbrief!